Kleine rouw, dát is heimwee

Bij heimwee mis je niet alleen mensen en de hond maar ook voedsel en muziek van thuis.

Margaret Stroebe: „Mensen naar huis laten gaan werd vroeger als de enige oplossing gezien.”
Margaret Stroebe: „Mensen naar huis laten gaan werd vroeger als de enige oplossing gezien.” Foto Roger Cremers

Over heimwee is nog veel onbekend. Of meer mannen dan vrouwen het krijgen weten we niet. En hoeveel mensen er überhaupt last van hebben? Verschillende onderzoeken geven totaal verschillende percentages, afhankelijk van wie je het wanneer vraagt en hoe precies. In een Nederlands onderzoek uit 2001 zei 14 procent van de expats voor vertrek al heimwee te hebben; in een Brits onderzoek uit 2005 kampte 99 procent van de 8 tot 16-jarige jongens op de eerste dag van zomerkamp met heimwee. Misschien heeft iedereen ooit weleens een béétje heimwee.

Voor een klein deel van de mensen is heimwee een echt probleem. Die durven niet uit logeren, niet op vakantie. Ze worden somber, tobberig, angstig, ongelukkig en kunnen zich slecht concentreren als ze toch van huis gaan. Er zijn zelfs onderzoeken waarin een verband wordt gelegd tussen heimwee enerzijds en hartproblemen, diabetes en internetverslaving anderzijds. Het is wel echt een minderheid voor wie heimwee zo’n groot probleem is, benadrukt Margaret Stroebe. „Als ik zou moeten gokken, zou ik zeggen: niet meer dan 5 à 10 procent van de mensen.”

Stroebe doet al een jaar of vijftien onderzoek naar heimwee, maar dat doet ze erbij, als een spin-off van haar specialisatie: rouw. Ze begon ermee als iets voor haar studenten, omdat rouw voor beginnende studenten zo’n zwaar onderwerp is. Heimwee is geen bloeiend onderzoeksterrein – onder meer, denkt Stroebe, doordat het niet als stoornis in het psychiatrisch handboek DSM-5 staat. „Van Amerikaanse collega’s hoor ik dat ze daardoor geen onderzoeksgeld krijgen.”

Om het gebied een nieuwe impuls te geven schreef ze onlangs, met Maaike Nauta (Groningen) en Henk Schut (Utrecht), twee overzichtsartikelen over heimwee (een in Review of General Psychology, 27 april, en een binnenkort in Clinical Psychological Science). De essentie: bekijk de effecten van heimwee in engere zin, dus het missen van thuis, afzonderlijk van problemen door aanpassing aan de nieuwe situatie. Beide zijn belangrijk, maar het zijn twee verschillende dingen.

Stroebe noemt heimwee een „mini-grief”, kleine rouw. Dat zou ze ook doen als Engels niet de gangbare wetenschapstaal was, want ze is Brits. „Mijn vroegste herinnering, ik was drie, is dat ik met de huishoudster ging kamperen in het Lake District”, vertelt ze op haar werkkamer in Utrecht. Ze werd zo ziek van heimwee dat de vrouw haar na een paar dagen al terugbracht. „Dat is natuurlijk vermengd geraakt met mijn moeders verhalen, maar ik voel het nog steeds.” Daarna heeft Stroebe nog één keer erge heimwee gehad: „Ik was tien, ging op padvinderskamp met mijn zus van elf, en ze stopten ons in aparte tenten. Maar toen mijn zus me bij haar in de tent liet slapen, verdween mijn heimwee meteen helemaal.”

Gaat het bij heimwee om het missen van mensen van wie je houdt of om het missen van thuis?

„Hierin verschilt heimwee precies van rouw. Bij rouw mis je iemand en de rol die diegene in je leven speelde. Bij heimwee gaat het niet alleen om mensen en de hond, maar ook om voedsel, muziek, de routines van thuis, de sunday roast...”

Dat is heel Brits!

„Ja, dat is wat ík mis. Marmite...” Ze lacht.

Ik las in uw artikelen wie er tot heimwee geneigd zijn: neurotische, angstige en rigide mensen met een lage status en weinig zelfvertrouwen...

„Oh, dat moet verschrikkelijk zijn om te lezen als je heimwee hebt! Dit zijn eigenschappen die de kans vergroten dat je heimwee krijgt, maar er zijn ook mensen met heimwee die die eigenschappen niet hebben. De situatie is ook van belang: of je gewend bent aan kamperen, of je naar kostschool wilde of gestuurd werd...”

Helpt het bij heimwee om iemand naar huis te halen? Blijft diegene dan niet altijd heimwee houden?

„Mensen naar huis laten gaan werd vroeger als de enige oplossing gezien. Je moest het lijdend verdragen, óf naar huis gaan. Toen ik eind jaren 90 lesgaf op het University College Utrecht hadden we een studente die op nog geen 15 kilometer afstand was opgegroeid. Er waren ook meisjes uit Rusland, maar zij was degene met heimwee. We lieten haar forensen zodat ze geleidelijk kon wennen. Dat was niet volgens de college-regels, maar wel verstandig. Tegen het tweede jaar ging het goed met haar.”

Maar nu is het idee dat er wél iets tegen te doen is? Hoe is dat veranderd?

„Ik denk dat de anti-heimwee-programma’s die mijn collega Chris Thurber heeft ontwikkeld veel invloed hebben gehad. Die zijn er onder meer op gericht om mensen actief te laten zijn zodat ze zich beter voelen, om mensen meer gevoel van controle te geven, om het piekeren van ‘was ik maar thuis’ onder controle te krijgen. Niet naar huis bellen als je je slecht voelt, alleen als je je goed voelt... Er zitten alleen zoveel elementen in dat protocol dat je niet precies weet wat de werkzame ingrediënten zijn.”

Wat bij heimwee vaak niet werkt, terwijl het bij zoveel problemen wél helpt, is het van je af schrijven...

„Klopt! Misschien omdat mensen dan alleen maar blijven opschrijven hoe fijn het thuis zou zijn. Bij rouw lijkt de opdracht om over je gevoel of problemen te schrijven trouwens ook niet te helpen. En ook daarbij vermijden mensen om de realiteit onder ogen te zien: dat iemand dood is en niet meer terugkomt. We willen nu proberen of schrijven wél werkt als mensen feedback krijgen, en de opdracht om constructief te zijn.”

Wat moet er nu als eerste onderzocht worden?

„Oh, absoluut het onderscheid tussen echte heimwee, de scheiding van thuis enerzijds en de problemen met aanpassing aan een nieuwe situatie anderzijds. Het tweede lijkt meer met depressie samen te hangen, maar het eerste misschien meer met angst. Wij proberen dat nu uit elkaar te halen. En je wilt natuurlijk weten welke interventies werken.

„Daarnaast ben ik gefascineerd door heimwee in andere, bijvoorbeeld meer collectivistische culturen. Waar hebben Chinezen eigenlijk heimwee naar?”