Jonge dirigent David Afkham en violist Sergej Khatchatryan schitteren in Rotterdam

De ‘halflege zalen’ bij concerten van het Rotterdams Philharmonisch Orkest in De Doelen zijn een gevolg van foute marketing, zei chef-dirigent Yannick Nézet-Séguin vrijdag in deze krant. Er is te veel aandacht voor ‘nieuw’ publiek en het ‘oude’ wordt verwaarloosd. Bij prachtconcerten met de jonge briljante dirigenten Lionel Bringuier en Gustavo Gimeno bood ’s lands grootste concertzaal de afgelopen jaren een schokkende aanblik: slechts 300 en 500 van de 2200 stoelen waren bezet.

Vrijdagavond had de afdeling Marketing & Sales’ met zeven medewerkers goed werk geleverd: 1500 concertbezoekers voor het Rotterdamse debuut van de jonge Duitse dirigent David Afkham (1983), die internationaal furore maakt. Dat Schuberts geliefde ‘Grote’ symfonie op het affiche stond hielp ongetwijfeld.

Na het korte Chorale (2002) van Magnus Lindberg, een vaak te dicht geweven klanktapijtje, was er ook nog de gelauwerde Armeense violist Sergej Khatchatryan (30). Winnaar van het Elisabeth-concours en het Sibelius Concours. Hij soleerde in het Vioolconcert van Alban Berg, een roerend requiem voor de jong gestorven Manon Gropius. Zijn vertolking was fenomenaal: lyrisch, heftig, etherisch, gesublimeerd en vooral intens, recht uit het hart.

Met zijn voortreffelijke dirigeertechniek glorieerde Afkham in Schuberts symfonie met, zoals Schumann zei, de ‘hemelse lengte’. Zorgvuldig lichtte hij details uit en de veelvuldige herhalingen legde hij met subtiele variaties laag over laag. Ondertussen werd op kleine schaal geëxperimenteerd met de app Wolfgang, die onervaren concertbezoekers hielp Schuberts muziek te begrijpen. Wolfgang verschafte ook weetjes: Karajan vond de onstuimige muziek ‘ondoenlijk’, Shaw vond die ‘hersenloos’ en ‘tergend’. Afkham en het orkest bewezen de onjuistheid van die meningen.