Hogere huizenprijs is géén goed nieuws

De stijging van de woningprijzen vermindert de kwaliteit van het leven, vindt Jeroen Vrijkorte.

De ontwikkelingen op de huizenmarkt halen met enige regelmaat het nieuws. Wat opvalt, is dat een stijging van de huizenprijs steevast gepresenteerd wordt als goed nieuws. Het gelijk blijven (‘stagneren’) of dalen van de huizenprijs wordt daarentegen somber medegedeeld. Dit is gek, want het overgrote deel van de samenleving is juist gebaat bij lagere huizenprijzen.

Huisvesting is een eerste levensbehoefte. Wie een stijging van de huizenprijs toejuicht, juicht ook toe dat het voor mensen moeilijker wordt om in hun levensonderhoud te voorzien. Concreet betekent een hogere huizenprijs:

1. Dat mensen een groter deel van hun inkomen aan huisvesting moeten besteden – en dus minder overhouden voor andere zaken;

2. Dat mensen eerder genoegen moeten nemen met een huis dat niet helemaal aan hun wensen voldoet.

Beide effecten verminderen de kwaliteit van leven.

Daarnaast leiden hogere huizenprijzen tot hogere hypotheken. Een hypotheek is een financieel risico voor zowel de koper als de bank. Hogere huizenprijzen leiden dus tot grotere risico’s voor beide partijen. Bovendien kan er een zeepbel ontstaan, als de prijzen maar blijven stijgen.

Het is denkbaar dat de banken dan weer in de problemen zullen komen. Het is ook denkbaar dat de overheid zich weer genoodzaakt ziet bij te schieten. Wanneer dat gebeurt, zijn de kosten niet alleen voor de koper en de bank, maar voor de hele samenleving.

Sommigen zien een stijgende huizenprijs als een teken van herstel van de economie. Dit kan terecht zijn, bijvoorbeeld als de stijging wordt veroorzaakt doordat hypotheken gemakkelijker verstrekt worden of als werknemers sneller in aanmerking komen voor een vast contract.

De huizenprijs kan ook stijgen omdat beleggers hun toevlucht zoeken tot onroerend goed, omdat er in andere sectoren onvoldoende mogelijkheden zijn om te investeren. Welke effecten de overhand hebben, is moeilijk te zeggen. Wel staat vast dat een hogere huizenprijs niet automatisch betekent dat het beter gaat met de economie.

Ik kan me goed voorstellen dat huizenbezitters een stijging van de waarde van hun huis als iets positiefs zien, zelfs als de economie nog niet herstelt. Wat is er mooier dan rijk(er) worden, zonder daar iets voor te hoeven doen? Het is wrang dat deze extra rijkdom ten koste gaat van degenen die nog geen huis bezitten. Zij moeten immers een hogere prijs betalen om toe te treden tot de wereld van de huizenbezitters. Waardestijging is ook niet per se gunstig als je al een huis bezit. Mocht je willen verhuizen naar een groter huis, of een huis op een betere locatie, dan zal een hogere huizenprijs deze stap duurder maken.

Natuurlijk zijn er ook mensen die, door toeval of vernuft, wel degelijk baat hebben bij een stijging van de huizenprijs. Dit is echter geen reden om deze stijging als goed nieuws te brengen.

Een hogere huizenprijs vermindert de kwaliteit van leven en zadelt particulieren, banken en de staat op met hoge schulden. Kortom, een lagere huizenprijs zou pas écht goed nieuws zijn. Gelukkig kunnen we veel doen om de huizenprijs te verlagen: hef bijvoorbeeld meer belasting op het bezit van grond.