Hoe Esther van haar voetstuk viel

Ineens was ze directeur af. Esther Voet stopte deze maand bij de Joodse belangenorganisatie CIDI. Terwijl ze er zo veel voor had opgegeven. „De afgelopen jaren heb ik mijn huis, mijn familie en mezelf verwaarloosd.”

Illustratie Enkeling

Je bent na drieënhalf jaar weg bij CIDI. Hoe voelt het om van je voetstuk te zijn gevallen?

„Gelukkig heb ik me nooit op een voetstuk gevoeld, ik heb sowieso een hekel aan superioriteitsdenken. Maar eerlijk is eerlijk, er was de afgelopen maanden wel wat werk aan de winkel. Vooral omdat ik de afgelopen jaren veel had verwaarloosd: mijn huis, mijn familie, mezelf. Ik heb aan de functie van directeur CIDI de uiterste consequenties verbonden, ik heb heel hard gewerkt. Daarbij krijg je in die positie erg veel naar je hoofd geslingerd en ik wist dat ik een symboolfunctie had. Mijn naasten bekenden blij te zijn dat ik was vertrokken. Ze hadden me het nooit willen zeggen, maar nu bleek pas hoezeer ze zich zorgen hadden gemaakt over mijn veiligheid. Ik leefde in een glazen huis. Daar ben ik nu uit, hoewel ik natuurlijk ook rekening moet blijven houden met een eventuele lone wolf omdat ik zichtbaar blijf in het maatschappelijk debat. ”

Klinkt als een bevrijding.

„Dat is het deels ook. Zoals ik aan het begin van mijn aantreden zei: de mooiste hondenbaan. Dat laatste woord moet je niet onderschatten, vooral omdat er het afgelopen jaar voor Joden met de aanslagen in diverse Europese steden en de Gaza-oorlog nogal wat is veranderd. Ik had me twee jaar geleden niet kunnen voorstellen dat de situatie zo zou verslechteren; dat kon niemand. De taak werd wel veel uitdagender dan in het begin. Ik had die rol graag willen voortzetten, maar moest op te veel fronten tegelijkertijd strijden.”

Had dat ook te maken met het feit dat je een (ongetrouwde) vrouw bent?

„Dat gaat me te ver. Laat ik wel zeggen dat paternalisme en rancune ook in de Joodse gemeenschap springlevend zijn. Daarbij: kan iemand mij een vrouw in Joods Nederland aanwijzen die nog op een sleutelpositie zit? Kijk bijvoorbeeld naar het Centraal Joods Overleg, dat zegt representant te zijn van (geïnstitutionaliseerd) Joods Nederland. Dat bestaat al jaren uit slechts mannen, op sinds kort een studente met een halve stem na. Dat stemt toch tot nadenken, lijkt me.”

Ik denk dat het CIDI-bestuur je daarin wel zal hebben gesteund. Waarom dan toch de breuk?

„Simpel. Toen ik directeur werd, ben ik op vier eigenschappen aangenomen: kennis van zaken, gedrevenheid, ik kon schrijven en had goed contact met de media. Mijn opdracht: zet CIDI weer op de kaart. Ik denk dat ik in die missie geslaagd ben. Alleen over de manier waarop verschilden bestuur, waarin een aantal nieuwe personen zitting had genomen, en ik na verloop van tijd van mening. Met alle respect overigens. Maar ik vind het belangrijk om als directeur CIDI bijvoorbeeld óók in de Linda te staan met ‘een Joodse kant’ van het minderhedenverhaal. De strijd tegen antisemitisme en vooroordelen richting Israël wordt niet alleen gestreden in NRC, de Tweede Kamer of op academisch niveau, maar zeker ook op het maatschappelijk middenveld. Daarnaast vond en vind ik dat CIDI de taak heeft om met een duidelijke stem vol mee te doen aan het maatschappelijke debat.”

Verklaar je nader…

„Heel veel mensen in Nederland praten wel over Joden, maar kennen er geen. Daarom koos ik ervoor om ook een menselijk gezicht te laten zien. Daarmee stelde ik me bewust kwetsbaar op. Ja, er waren persoonlijke uitspraken, maar in al die artikelen kon ik ook een boodschap kwijt: wij Joden zijn ook maar mensen, antisemitisme sucks en Israël is niet de grootste boeman van de wereld. Daarnaast waren er uiteraard ook de zakelijke opinieartikelen in landelijke dagbladen en bijvoorbeeld in Clingendaels Internationale Spectator. Maar ik heb bewust óók laten zien wat bijvoorbeeld de steeds dreigender wordende situatie deed met Joden in Nederland, onder wie ikzelf.

„Als je niet meer als mens kunt communiceren, houdt volgens mij alles op. Het bestuur wilde terug naar een zuiver zakelijk imago. Dan ben ik niet de aangewezen persoon. Daarnaast heb ik altijd eerlijk en zo open mogelijk willen antwoorden op vragen die ik vanuit de pers kreeg, dat heeft te maken met mijn karakter. Ik ben een open boek.”

Er werd je verweten dat je wel erg de vloer pakte, en dat anderen daardoor niet aan bod kwamen.

„Dat zou best kunnen. Misschien had ik wat vaker ‘nee’ moeten zeggen. Maar wie de media voor hun camera wilden, was hun keuze.”

Enig idee over hoe CIDI nu verder gaat?

„Ik heb altijd gezegd: jongens, als jullie denken dat een ander het beter kan, ben ik weg. De zaak is mijns inziens veel te belangrijk om die door ego te laten leiden. Ik ben benieuwd wie mijn opvolger wordt. Ik hoop wel dat er wordt vastgehouden aan de CIDI-principes. Dat betekent bijvoorbeeld ook met enige regelmaat kritiek leveren op het Israëlische regeringsbeleid.”

Nu dus terug naar de journalistiek, zo ben je sinds kort adjunct-hoofdredacteur van Jalta.nl. Was dat een natuurlijke keuze?

„Ja. Ik kan me nog goed de opmerking van een dierbaar familielid herinneren, die zelf in de journalistiek zit: ‘Esther, je staat nu aan de andere kant van de lijn.’ Die zin bleef hangen. Ik heb me, ook als hoofdredacteur van het Nieuw Israëlietisch Weekblad, vrij geuit. Daarnaast heb ik altijd de dialoog met moslims opgezocht en ben dat blijven doen, ook als directeur CIDI.”

„Dat heeft niet iedereen me in dank afgenomen. Nu kan ik alles en iedereen weer journalistiek benaderen. En ja, dan vorm ik me soms een mening. Die kan ik nu ook weer vrij in opiniestukken op Jalta kwijt.”

Waarom uitgerekend Jalta?

„De hoop op objectieve journalistiek heb ik al lang opgegeven. Ik heb de afgelopen jaren te veel langs zien komen wat voor onpartijdig door moest gaan, maar stuitend subjectief was. Laat ik dan maar kleur bekennen en als journalist en opiniemaker een medium kiezen dat staat voor een duidelijk profiel: liberaal. Dat is veel eerlijker dan media die beweren objectiviteit na te streven, maar in werkelijkheid verre van objectief zijn. Dat is zand strooien in de ogen van de goedgelovige ander.”

Verder nog iets?

„Ja. Een excuus aan Geert Wilders. CIDI heeft hem destijds uitgenodigd om de advertentie tegen Jodenhaat te tekenen en hem er daarna uit geschrapt. Weliswaar om gegronde redenen: hij liet zich vlak voor plaatsing zeer laatdunkend uit over een verklaring die naar aanleiding van de dreiging voor de Joodse gemeenschap was opgesteld door Rutte, Opstelten, Asscher en Joodse vertegenwoordigers, onder wie ik, maar het verdiende de schoonheidsprijs niet. Mijn verantwoordelijkheid. Dus hierbij.”

Heb je ooit op de PVV gestemd?

„Nee, en dat zal ik ook niet doen ook.”