Gasschade: dan moet de rechter het maar zeggen

De rechtbank Noord-Nederland begint een aardbevingskamer voor schade door gaswinning. „Het lijkt wel of in Groningen het Burgerlijk Wetboek niet geldt.”

In het Groningse dorp Termunterzijl is het huis van Hiltje Zwarberg onbewoonbaar verklaard wegens instortingsgevaar.
In het Groningse dorp Termunterzijl is het huis van Hiltje Zwarberg onbewoonbaar verklaard wegens instortingsgevaar. Foto’s Sake Elzinga

De onheilstijding kwam op 19 december, een week voor Kerst. Hiltje Zwarberg en zijn vrouw moesten op stel en sprong hun huis uit. Dat beval de gemeente Delfzijl, op straffe van een dwangsom. De woning in het Groningse vissersdorp Termunterzijl was onveilig, had de ambtenaar te horen gekregen van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Bij een zware aardbeving dreigde instortingsgevaar.

Om het scheefgezakte huis staat nu een hek en binnen zijn wijkende muren gestut. Toegang is verboden, ook voor de bewoners. Hoe het verder moet, weet niemand. De familie ligt overhoop met de NAM. Anders dan bij tien beschadigde buurhuizen kwalificeert het mijnbouwbedrijf deze schade niet als bevingschade veroorzaakt door gaswinning.

„Ze noemen dit zettingschade”, zegt Hiltje Zwarberg, „veroorzaakt door ‘slappe ondergrond onder de woning’. En die schade betalen ze niet.”

Zwarberg heeft advocaat Martin Blokzijl in de arm genomen die hem voorlopig pro deo bijstaat. Als ze er met de NAM niet uitkomen, stappen ze naar de rechtbank Noord-Nederland. Daar is eind vorige maand een aparte ‘aardbevingskamer’ opgetuigd, met acht rechters die zich vastbijten in de gasbevingsschade in Groningen. Zij toetsen de regelingen die schadeveroorzaker NAM in zijn eentje heeft bedacht aan het Burgerlijk Wetboek.

Veiligheid thuis

We willen met de aardbevingskamer een kwaliteitsslag maken, zegt persrechter Wiebe Claus. Het is een belangrijk onderwerp, zegt hij, met nieuwe rechtsvragen over schadebegrip, aansprakelijkheid, en omkering van de bewijslast. Het gasbevingsgebied telt 212.500 huizen en appartementen en de belangen zijn groot. „Het gaat hier niet om de schutting van de buurman, maar om de veiligheid thuis, het dak boven je hoofd.” Bij de NAM, een joint venture van Shell en ExxonMobil zit bovendien een massa kennis, en daar moet je deskundigheid tegenover kunnen stellen.

Nieuw is zo’n specialistische afdeling binnen een rechtbank niet. Ze zijn er in verschillende maten en smaken. Zo bestaat er een mensenhandelkamer, ook in Groningen. Er is een douanekamer. Een letselschadekamer. Een fraudekamer. En de Rotterdamse rechtbank kent een ‘natte kamer’: een afdeling speciaal belast met zaken over scheepvaart, handel en vervoer.

Bij de bevingskamer is de eerste schadezaak al aanhangig gemaakt. Specifieke informatie wil de persrechter niet kwijt – dat is aan de partijen. Maar de wrakingskamer is altijd op sterkte, zegt hij. Voor het geval bijvoorbeeld gaswinningsbedrijf NAM rechters wraakt omdat ze te betrokken, lees: partijdig, zouden kunnen zijn.

Precies om deze reden behandelen niet de noordelijke rechters van de bevingskamer, maar rechters uit Overijssel vandaag de rechtszaak in Assen over waardevermindering van onroerend goed in het gasbevingsgebied. De zaak is tegen de NAM aangespannen door twaalf woningcorporaties en bijna 900 gedupeerde huiseigenaren, verenigd in de Stichting WAG. De persrechter: „Collega’s van onze rechtbank zijn bij de stichting aangesloten. De persoonlijke betrokkenheid is te groot.”

Eerder pleitten vijf hoogleraren van de Groningse rechtenfaculteit al voor de oprichting van een aardbevingskamer. Tijdens twee snedige openbare hoorcolleges in Groningen en Middelstum hekelden ze de „NAM-cultuur” in aardbevingsland. De NAM heeft een eigen spoorboekje geschreven voor schadevergoeding, constateren ze, en verschillende regelingen stroken niet met de wet.

Hoe kan het bijvoorbeeld dat alleen particuliere huiseigenaren aanspraak maken op een compensatieregeling voor waardedaling en bedrijven niet? Waarom moeten huizenbezitters een deel van de kosten uit eigen zak betalen als hun huis verstevigd moet worden tegen aardbevingen? Hoe stevig maak je de huizen zolang er geen bouwnormen vastliggen? En waarom moeten uitgekochte gedupeerden een zwijgschikking ondertekenen?

Richtsnoer

„Het lijkt wel alsof in Groningen het Burgerlijk Wetboek niet geldt”, reageert Fokko Oldenhuis, universitair hoofddocent aansprakelijkheidsrecht, hoogleraar religie en recht en parttime rechter. Mede daarom pleit hij ervoor dat de bevingskamer de meest fundamentele vragen „prejudicieel” voorlegt aan de Hoge Raad. Vragen die prangend zijn en niet worden beantwoord door jurisprudentie binnen het schadevergoedingsrecht. „Dan kan de Hoge Raad binnen een half jaar reageren en een piketpaaltje slaan. En hebben de Groningers een richtsnoer.”

Intussen zet verantwoordelijk minister Kamp (Economische Zaken, VVD) niet in op de rechter, maar op een arbitragecommissie. Hans Alders, die per 1 juni door het kabinet is benoemd tot Nationaal Coördinator Groningen, moet zonder bevoegdheden maar met overtuigingskracht zo snel mogelijk met een geschillenregeling komen. Daarbij verplichten partijen zich vooraf er in goed onderling overleg uit te komen.

Alders: „Is er al een aardbevingskamer aan de slag, zegt u? Dat wist ik nog niet. Ik ben meer voorstander van een bestuurlijke geschillencommissie. Toegankelijk, onafhankelijk, en met tempo. Want vergis je niet: de gang naar de rechter kost tijd en geld en dat is voor Groningers een hoge drempel.”

Slepende zaken

Maar een geschillencommissie alleen vindt hoogleraar Oldenhuis „ontoereikend”. Kijk maar naar de schademeldingen – de NAM telde er ruim 41.000, de helft daarvan is afgehandeld. Bij 1.130 zwaardere schadegevallen loopt een contra-expertise, nog eens 130 ingewikkelde zaken slepen al jaren. „Zo’n hoeveelheid kan die commissie niet verhapstukken. Bovendien wordt zo’n club een vechtcommissie, ervaar ik in de praktijk. Daarmee kun je het geschonden vertrouwen in de rechtsstaat niet herstellen.”

Dat beaamt rechter Wiebe Claus. De rechtbank heeft niet met Hans Alders gesproken, maar naar zijn idee „bijten” de aardbevingskamer en de arbitragecommissie elkaar niet. „Gelukkig kennen we in Nederland de trias politica, de scheiding der machten. De gang naar de rechter moet en kan de politiek niet belemmeren.”

Hiltje Zwarberg en zijn vrouw wonen sinds de huisuitzetting drie kilometer verderop. Tijdelijk, hopen ze, maar of het huis weer veilig wordt, is onduidelijk.

De NAM, vertelt Zwarberg, „heeft ons al vier keer een uitkoopregeling geboden. Maar die accepteren we niet, al moeten we ervoor naar de rechter. We willen uit Termunterzijl niet weg. Het huis is 140 jaar, mijn vader woonde er ook. Daar willen we blijven. Je Groningse wortels verloochen je niet.”

    • Wubby Luyendijk