Die miljoenen van Ploumen moeten naar modernisering Afrikaanse landbouw

In Nederland levert een vierkante meter al snel 40 kg tomaten of uien op. In Afrika 700 gram. Investeer daarom in irrigatiesystemen en sluit het platteland aan op elektriciteit, betoogt agrarisch ondernemer Hans-Willem van der Waal.

Europa wordt overspoeld door economische bootvluchtelingen uit West-Afrika. Dat zorgt voor heel wat beroering in Europa. Niet alleen vanwege de onmenselijke tocht die ze maken, maar ook omdat de meesten van ons zoveel gelukzoekers niet op ons grondgebied willen. Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen geeft 50 miljoen euro aan het bedrijfsleven om vluchtelingen in eigen land een job te geven. Maar is dit nu wat er nodig is?

Wat is er precies aan de hand? Tweederde van de Afrikaanse bevolking woont op het platteland. Meer dan 40 procent van de bevolking is jonger dan 15 jaar. Het platteland biedt echter geen perspectief, de landbouw is niet lonend, jongeren trekken naar de steden maar daar zijn niet genoeg banen. Het is een heel normaal verschijnsel dat mensen naar de plekken trekken waar ze verwachten werk te kunnen vinden. Een poging om uit te wijken naar Europa is niet zo onbegrijpelijk.

Als het al lukt om Europa binnen te komen, vinden veel van deze mensen alsnog – vaak illegaal – werk in onze landbouw. Op de sinaasappelplantages van Sicilië of de tomatenvelden in Spanje. Dat komt de telers goed uit, want zulke goedkope arbeidskrachten zijn in eigen land niet meer te krijgen. De telers zelf hebben ook niet veel keuze, want zij kampen met lage prijzen door de hevige concurrentie tussen supermarkten. Intussen hebben de illegalen geen rechten en ze leven in erbarmelijke omstandigheden. We hoeven daar geen plaatje bij te tekenen.

Onlangs maakten wij een studie van de tuinbouwsector van een groot West-Afrikaans land. We begrepen ineens beter waarom de jongeren geen trek hebben in hun eigen landbouw. De grond is vaak arm, het werk zwaar en eentonig, de inkomsten gering en de risico’s groot. We keken naar de belangrijkste groenten van dit land: tomaten en uien. De gemiddelde boer heeft een stukje grond van een hectare en oogst daar ongeveer 7000 kg uien of tomaten van. Als u geen boer bent maar een baan achter een bureau hebt, dan klinkt dat misschien veel; 700 gram per vierkante meter klinkt al veel minder. In Spanje levert dezelfde vierkante meter 8 kg tomaten op. En in Nederland zelfs 40 kg.

De uien en tomaten van deze Afrikaanse boeren worden door al even talloze handelaren opgekocht en in rieten manden met aftandse vrachtwagens naar de steden gebracht. De weg naar de stad is een hindernisbaan, door kuilen en gaten en politieposten. Als ook nog het verkeersinfarct in de steden is overwonnen, worden de producten op de stedelijke markten verkocht aan groothandelaarsters en verkoopsters. Zij brengen hun waren aan de man op wijkmarktjes, onbeschermd tegen regen en zon en zonder toiletvoorzieningen in de buurt. Geen wonder dat 40 procent van de toch al karige opbrengst onderweg verloren gaat. Als er dan een tekort is wordt dat aangevuld door uien uit Nederland te importeren. Of gesubsidieerde tomatenpasta in blik uit Italië.

Als Afrikaanse landen er voor willen zorgen dat hun jonge mensen op het platteland een leefbaar loon kunnen verdienen. En dat de bevolking goed, betaalbaar, veilig en voldoende voedsel kan eten en eventueel overschotten kan exporteren naar Europa (in plaats van andersom), zullen ze werk moeten maken van hun eigen land- en tuinbouw. En dat op een duurzame manier.

Water is er genoeg. De stroomgebieden van Afrika’s grote rivieren hebben enorm potentieel als het water efficiënt gebruikt wordt. Daarvoor zijn moderne irrigatiesystemen nodig. Maar ja, die werken niet zonder elektriciteit. Het aansluiten van het platteland op het openbare elektriciteitsnet is daarom één van de verstandigste dingen die een land kan doen. Hetzelfde geldt voor het verbeteren van wegen, spoorwegen en vaarwegen.

Ook de bodems van Afrika vragen speciale aandacht. Veel tropische bodems zijn niet zo vruchtbaar als wel wordt gedacht. Ze zijn vaak sterk verweerd, zanderig en zuur, en de vruchtbare laag is door erosie weggespoeld. Veel kunstmestgebruik maakt dit alleen maar erger. De bodems moeten duurzaam verbeterd worden door compost te gebruiken, geen monoculturen te planten, maar af te wisselen met struiken en bomen. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen kan hierdoor omlaag.

Ploumen deed er beter aan de 50 miljoen in te zetten om Afrikaanse leiders op te roepen om hun land- en tuinbouw te moderniseren en duurzaam te ontwikkelen. Niet in de vorm van overheidsprojecten trouwens, want dat worden altijd witte olifanten – dure, mislukte projecten waar niemand om gevraagd had. Niet door halve provincies aan Oosterse investeerders te geven. Wel door snel voor goede randvoorwaarden te zorgen: eerlijke toegang tot land, landbouwkrediet, diensten en infrastructuur. Jonge ondernemende mensen in Afrika zullen dan zélf lonende landbouwactiviteiten in de kunnen ontplooien.