De toekomst heeft er sinds tijden niet zo slecht uitgezien voor Assad

In het noorden, oosten en zuiden is het Syrische regime in het defensief gedrongen. Voor het eerst wordt zijn machtsbasis aan de westkust bedreigd. Waarmee hebben Assad en zijn troepen te kampen?

Terwijl het Syrische regime langzaamaan met zijn rug tegen de muur komt te staan, ontving president Assad in zijn paleis in Damascus de afgelopen weken hoogwaardigheidsbekleders uit Iran (boven, onder) en Armenië.
Terwijl het Syrische regime langzaamaan met zijn rug tegen de muur komt te staan, ontving president Assad in zijn paleis in Damascus de afgelopen weken hoogwaardigheidsbekleders uit Iran (boven, onder) en Armenië. Foto’s AFP/EPA

Daar zat hij dan op een gouden troon: Abu Mohammed al-Golani. De leider van Al-Qaeda in Syrië, over wie nagenoeg niets bekend is, gaf vorige week een interview aan Al-Jazeera. Golani zat met zijn rug naar de camera, zijn gezicht verscholen achter een zwarte sjaal. Op de al even protserige koffietafel voor hem stond de zwarte vlag van Jabhat al-Nusra, zoals het filiaal van Al-Qaeda in Syrië heet.

In vijftig minuten werd de terreurleider voorgesteld als een integere moslim die vecht voor de goede zaak. Hij kreeg alle ruimte om Al-Nusra neer te zetten als het gematigde alternatief voor de Islamitische Staat (IS). „Ons doel is het Syrische regime ten val te brengen”, bezwoer Golani, „niet om aanslagen te plegen in het Westen.” Alawieten, christenen en andere minderheden hoeven volgens hem niets te vrezen – mits ze het regime de rug toekeren. „Ik verzeker u, de val van Bashar is niet ver weg.”

Dat is niet overdreven. De toekomst zag er sinds tijden niet zo slecht uit voor president Assad. In het noorden, oosten en zuiden zijn diens troepen in het defensief gedrongen. De verovering van de historische stad Palmyra door IS is een zware klap. De nabijgelegen gasvelden leveren stroom aan steden in het westen die in handen zijn van het regime. Daarbij ligt de stad op een knooppunt van wegen. En IS heeft veel wapens buitgemaakt in bunkers rond de stad.

Een andere nederlaag was de verovering van de provincie Idlid door een nieuwe alliantie van rebellengroepen. Voor het eerst worden de kustprovincies, thuisland van de alawitische gemeenschap waartoe Assad behoort, bedreigd. Zelfs Aleppo, de grootste stad van Syrië, zes maanden geleden nog omsingeld door het regime, lijkt eerder in handen van rebellen te vallen.

Is dit het begin van het einde voor Assad? De val van het regime is tijdens de vier jaar oude burgeroorlog vaker voorspeld, maar langzaamaan staat het regime met zijn rug tegen de muur. Drie redenen.

1 Zwakte van het regime

Het regime kampt met een groeiend gebrek aan materieel en manschappen. Van de 325.000 militairen aan het begin van de oorlog, is door verliezen en deserties nog maar de helft over. Omdat steeds meer jongeren de dienstplicht ontduiken, valt het regime terug op massale arrestaties. Ondanks de komst van duizenden vrijwilligers uit Iran, Irak, Libanon en Afghanistan, en ondanks zijn hegemonie in de lucht, heeft Assad grote delen van het platteland moeten prijsgeven.

Desondanks wist het regime in veel provincies een stad in handen te houden. Hierdoor behield het zijn claim op heel Syrië, terwijl de rebellen ver weg van de grote steden in het midden en westen werden beziggehouden. Nadeel was dat de troepen verspreid waren. Naarmate de rebellen grotere delen van het platteland veroverden, raakten die troepen verder geïsoleerd.

Het regime kan die buitengebieden niet langer verdedigen en trekt zich terug naar de regio’s die het cruciaal acht voor zijn voortbestaan: de westkust en de grote steden in het midden. Daarbij valt het steeds meer terug op de Libanese beweging Hezbollah, die duizenden strijders naar Syrië heeft gestuurd. Zij leiden operaties in het zuiden, bij de stad Deraa, op de Golan, en de strategisch belangrijke regio Qalamoun, die Damascus verbindt met de kust.

Ook bondgenoot Iran schiet te hulp. Er is sprake van een krediet van één miljard dollar, boven op de eerdere miljarden. Daarbij heeft Iran de rekrutering van buitenlandse strijders opgevoerd, zelfs onder shi’itische Hazara’s in Afghanistan. Volgens het Franse persbureau AFP arriveerden onlangs 15.000 Iraakse en Iraanse strijders om de Syrische linies te verdedigen, vooral rond Damascus. Want als doorvoerhaven voor geld en wapens naar Hezbollah is Syrië van groot belang voor Iran.

2 Samenwerking rebellen

De Syrische oppositie is een lappendeken van rebellengroepen, die door ideologie, persoonlijke rivaliteit of lokale verschillen nooit een eenheid hebben gevormd. De verdeeldheid werd aangewakkerd door de vele geldschieters uit Saoedi-Arabië en de Golf, die allemaal eigen rebellengroepen steunden. Dit gebrek aan samenhang speelde het regime in de kaart.

Maar sinds kort hebben groepen als het door het Westen gesteunde Vrije Syrische Leger, gematigde islamitische bewegingen, Jabhat al-Nusra en onafhankelijke jihadistische facties, een gezamenlijke bevelstructuur opgezet. Dit stelde ze in staat om de hele provincie Idlib te veroveren.

Deze militaire coördinatie was mogelijk dankzij steun van Turkije, Saoedi-Arabië en Qatar, die de handen ineen hebben geslagen om Assad weg te krijgen. De rebellen zouden via Turkije worden voorzien van zware wapens. De aanval op Idlib blijkt al in december te zijn gepland. En de deelname van het Vrije Syrische Leger werd goedgekeurd door de VS, die voorheen coördinatie met de Syrische tak van Al-Qaeda verboden. De nieuwe alliantie kan een bedreiging vormen voor het regime in de steden Hama en Homs, en mogelijk ook in Aleppo. Maar houdt hij stand?

3 IS mengt zich in de strijd

De strijd tegen Assad was aanvankelijk geen prioriteit voor IS. De terreurgroep veroverde in Syrië terrein door rebellengebieden te infiltreren, een netwerk van spionnen op te zetten, lokale machthebbers uit te schakelen en groepen tegen elkaar uit te spelen. IS zag Syrië vooral als bron van geld en wapens voor de opmars in Irak.

Dat is veranderd. Palmyra was de eerste stad die IS op het regime veroverde. Dit lijkt de opmaat voor militaire expansie richting het westen. Een aanval op Homs of zelfs Damascus lijkt voorlopig nog niet aan de orde. Maar de luchtmachtbases Tiyas en Shayrat liggen voor het grijpen. Ook in het noorden rukt IS op. De groep heeft een aanval gelanceerd op Hasakah, het laatste bolwerk van het regime in het noorden, en wint terrein rond Aleppo door andere rebellengroepen aan te vallen die in gevecht zijn verwikkeld met Assad.

Bij dit laatste front lijkt het regime gevaarlijk dubbelspel te spelen. „Berichten duiden erop dat het regime bombardeert ter ondersteuning van #IS’ offensief op #Aleppo”, aldus een tweet van de Amerikaanse ambassade in Syrië, die in 2012 is verhuisd naar Turkije. Syrische vliegtuigen „vermijden niet alleen de linies van IS, maar versterken hun positie actief”.

De ambassade kwam niet met bewijzen. De oppositie roept al tijden dat het regime de facto opereert als „een luchtmacht voor IS”, maar het is voor het eerst dat de VS dit verwijt overnemen. Door andere rebellen uit te schakelen, zo is de insinuatie, bestaat de oppositie straks alleen nog uit IS. En dat zou Assad niet slecht uitkomen.