De Koerdische strijd in het parlement, eindelijk

Het verzet tegen president Erdogan groeide de laatste jaren. Steeds meer mensen keuren het harde optreden van de regering af. Niet alleen de Koerden, maar ook andere minderheden.

Jonge aanhangers van de pro-Koerdische partij HDP vieren feest. Foto AFP
Jonge aanhangers van de pro-Koerdische partij HDP vieren feest. Foto AFP

Voor hij het podium op gaat met zijn Koerdische folkrockband Bajar (Stad) checkt Vedat Yildirim (44) altijd het nieuws nog even. En vaak geeft dat aanleiding om de playlist aan te passen. Dit keer kiezen de bandleden voor ingetogen, maar strijdbaar. ‘Leven is verzet plegen’, is een van de refreinen.

Een paar uur eerder is een aanslag gepleegd op een verkiezingsbijeenkomst van de pro-Koerdische partij HDP in Diyarbakir. Er zijn twee doden en tientallen gewonden gevallen. Het drukt Turken er met hun neus op dat in hun land nog altijd strijd woedt op leven en dood.

Hoewel nog onbekend is wie de daders zijn, is de boodschap aan Turkse kiezers duidelijk: kies voor veiligheid en stabiliteit. Mensenrechten zijn ook belangrijk, maar die komen pas aan de beurt nadat we het land hebben gered. Zo zijn Turken opgevoed. De eenheid van de Turkse staat gaat boven alles.

Turkije heeft sinds 1920 een parlement. En sinds 1950 een meerpartijenstelsel. Maar de Turkse democratie is nog volop in ontwikkeling. En dat gaat met twee stappen naar voren, een stap terug. Turkije is ook het land waar de afgelopen dertig jaar zware gewapende strijd is geleverd tussen leden van de verboden Koerdische Arbeiderspartij PKK en het Turkse leger.

Vroeger vocht de PKK voor een eigen Koerdische staat op Turks grondgebied. Tegenwoordig voor een vorm van zelfbeschikking en minderhedenrechten, zoals erkenning van de Koerdische taal. Het is een binnenlands conflict waarbij zo’n veertigduizend mensen zijn omgekomen. Sinds twee jaar is er een wapenstilstand, maar nog geen permanente oplossing.

Democratie van de harde hand

De omgang met wat in Turkije de Koerdische Kwestie wordt genoemd, is tekenend voor het denken van Turkse bestuurders, die lang slechts marionetten waren van het leger. Ze gedragen zich alsof ze voortdurend van binnenuit worden bedreigd. En alsof die dreiging het rechtvaardigt dat ze de democratische regels en mensenrechten met voeten treden.

Persvrijheid? Ja hoor, zolang je maar geen journalist bent die het voor de Koerdische ‘terroristen’ opneemt. Want dan word je zelf ook als terrorist gezien en kun je zo in de gevangenis belanden.

Een rechtsstaat? Zeker, graag, maar dan moeten we het justitieel apparaat wel eerst even zuiveren van de duizenden verraders waarvan we vermoeden dat die orders aannemen van een imam.

Demonstreren? Maar wij bepalen waarover wel en waarover niet. Als het ons niet zint slaan we een demonstratie eerst neer. Daarna kijken we verder.

Dat is een manier van denken en besturen die in Turkije zelf op steeds meer verzet stuit, bleek twee jaar geleden. Toen groeide een sit-in tegen de bouw van een winkelcentrum op de plaats van het Gezipark in het centrum van Istanbul uit tot een massaal protest tegen de regering-Erdogan. Die voelde zich bedreigd en reageerde hard. De regering liet de aanvankelijk vreedzame demonstratie uiteen slaan en honderden mensen vervolgen.

De andere en bekendere band waarin Yildirim zingt, Kardes Türküler, maakte tijdens ‘Gezi’ een populair protestlied (Potten en Pannen). Sindsdien mogen ze geen concerten meer geven op universiteiten. De rectoren zijn bang daarmee de regering te misbehagen. Yildirim vreest dat Turkije langzaam in een totalitaire staat verandert.

De harde hand polariseert Turkije

Het effect van het harde optreden is niet wat de regering wellicht hoopte. Sinds Gezi geldt de autoritaire stijl van toenmalig premier en nu president Recep Tayyip Erdogan voor veel mensen juist als de grootste bedreiging van het land. Hoe meer hij de demonstranten van destijds afschildert als staatsgevaarlijke terroristen, hoe meer de versplinterde oppositie zich verenigt, ziet Yildirim. „De polarisatie die Erdogan oproept is op een bepaalde manier ook goed voor ons.”

Het publiek van dansende en juichende studenten in de club in Istanbul waar Bajar optreedt is het bewijs van die geleidelijke verandering. Yildirim zingt zowel in het Koerdisch als in het Turks. De band improviseert een Koerdische variant op We are the world van Michael Jackson. Het is een muzikale ode aan een multiculturele staat en tegen opgelegde eenheidsworst.

„Voor het eerst zie ik Koerden en Turken samen optrekken omdat ze een visie op dit land delen”, zegt Yildirim. Het zijn de eerste verkiezingen sinds Gezi. Het zijn ook de eerste verkiezingen waarin de pro-Koerdische Democratische Volkspartij HDP als partij meedoet. Eerder zijn wel individuele kandidaten van de HDP in het parlement gekozen. Nu wordt geprobeerd de kiesdrempel van tien procent te nemen. Een hoge horde en daarmee een grote gok. „Het geeft me hartkloppingen, zoveel hangt ervan af”, zegt Yildirim zondag vlak voordat hij gaat stemmen.

De HDP komt voort uit de gewapende strijd van de PKK voor Koerdische zelfbeschikking. Vanuit die achtergrond maakt de linkse partij zich sterk voor rechten van minderheden. Ook voor die van Armeniërs en Alevieten in Turkije. Yildirim hoopt vandaag wakker te worden in een Turkije waarin Turken en Koerden er samen voor hebben gekozen die strijd een plek in het parlement te geven.

De belangrijkste verkiezingsbelofte waarmee de partij echter ook niet-Koerden trekt is het indammen van de macht van Erdogan. Lukt dat niet, dan vreest de zanger het ergste voor zijn land. „Hebben jullie nog plaats voor me?”