‘Cultuur is niet alleen voor de elite’

Vandaag presenteerde Jet Bussemaker haar cultuurbeleid voor de volgende subsidieperiode. „We repareren niet alleen maar zwakke plekken.”

Minister Jet Bussemaker: „Het leven gaat uiteindelijk over schoonheid ervaren.”
Minister Jet Bussemaker: „Het leven gaat uiteindelijk over schoonheid ervaren.” Foto Merlijn Doomernik

Eindelijk kan Jet Bussemaker laten zien welk cultuurbeleid ze zelf voorstaat. Vandaag presenteerde ze Ruimte voor Cultuur, haar uitgangspuntennota voor het cultuurbeleid 2017-2020. Tot dusver was ze gebonden aan de bezuiniging van 200 miljoen euro op het cultuurbudget die haar voorganger Halbe Zijlstra in kabinet-Rutte 1 had ingezet.

Ze herinnert zich nog goed de Kamerdebatten die ze kort na haar aantreden als minister van Cultuur in november 2012 moest voeren. Een aantal culturele instellingen werd in zijn voortbestaan bedreigd, zoals het Metropole Orkest, het Tropenmuseum, Rijksmuseum Twenthe, Huis Doorn en Loevestein. Het regeerakkoord had haar nauwelijks speelruimte gegeven. Maar de noodkreten en lobby’s van de instellingen hadden hun werk gedaan. Met kunst- en vliegwerk werd er via lapmiddelen geld gevonden in het cultuurbudget.

„Niet zo lang geleden opende ik samen met mijn Vlaamse collega een tentoonstelling in het Rijksmuseum Twenthe. De directeur verexcuseerde zich dat het museum al bomvol was. Allemaal families uit de regio die voor een leuke zondagmiddag direct naar een nieuwe tentoonstelling kwamen en ervan profiteerden dat de opening niet voor een select gezelschap maar voor iedereen is. Dat vond ik een heel bijzonder moment. Dit was dus een museum dat ik had moeten sluiten, dat dan een prachtige collectie had gehad die in depot zou liggen en die niemand meer zou zien. Dat zou doodzonde zijn geweest. En zo kan ik nog veel meer voorbeelden geven”, zegt ze in haar werkkamer op het ministerie.

Opvallend is dat ze de instellingen die ze bijna drie jaar geleden ternauwernood met incidentele gelden overeind kon houden, nu uitzicht biedt op structurele subsidies. „Ik ben blij dat we een volgende stap kunnen maken.”

Een grote stelselwijziging voert Bussemaker niet door in de volgende subsidieperiode van 2013 tot 2017. Ze wil rust en stabiliteit voor de organisaties die het zwaar hebben gehad door de bezuinigingen. „Ik wil niet de sector nog eens overhoop halen na alles wat er is gebeurd en de kwetsbaarheden die zijn ontstaan. Kijk alleen al hoe moeilijk orkesten het hebben. Als ik nu het stelsel verander, geef ik ze de doodsteek”, zegt ze. „Ik ben enthousiast hoe de cultuursector zich als een Baron von Münchhausen aan de eigen haren uit het moeras heeft getrokken”, zegt ze. „Dit is niet een groot juichverhaal, ik loop niet weg voor de kwetsbaarheden. Maar het is ook niet zo dat we alleen maar zwakke plekken repareren. We zetten meer in op talentontwikkeling en op educatie.”

U heeft een quickscan van de jaarcijfers van culturele instellingen laten maken. Sommigen, zoals de VVD, zullen die positief uitleggen en benadrukken dat de kaalslag is uitgebleven.

„Het is een genuanceerd verhaal. Aan de ene kant zie je dat culturele instellingen erin zijn geslaagd om ondernemender te worden, eigen inkomstennormen te halen. Maar aan de andere kant zie je dat ondanks alle dynamiek en veerkracht die ze hebben getoond, veel organisaties interen op hun reserves. De arbeidsmarktpositie van kunstenaars baart me grote zorgen. Er zijn veel instellingen die hun medewerkers hebben ontslagen en daarna weer als zzp’er in dienst genomen of in deeltijd laten werken. Bijvoorbeeld orkesten betalen minder, maar vragen de musici wel de zelfde productie te leveren. Ik heb de SER en de Raad voor Cultuur gevraagd om hier naar te kijken. Kunstenaars zijn onmisbaar voor onze samenleving, voor onze economie. Dat moet mijn agenda uitstralen.”

U bevriest vanaf 2017 de eigen inkomstennorm, terwijl Zijlstra had bepaald dat deze moest blijven stijgen. Verwacht u geen problemen met de VVD?

„We moeten leren van de afgelopen jaren. Je beperkt instellingen als je alleen die eigen inkomstennorm verhoogt. Voorkomen moet worden dat culturele instellingen allemaal dezelfde veilige weg inslaan. Ik wil dat ze een nieuw publiek bereiken dat eerder niet kwam. Dat vraagt veel investeringen, terwijl je niet weet of mensen er geld voor neer willen tellen of dat je er sponsors voor vindt. Ik denk dat de VVD ook belangrijk vindt dat instellingen op die manier ondernemend zijn en ik ze kan overtuigen.”

Zijn culturele instellingen deze periode te veel in een keurslijf gedwongen?

„Ja. Ik schrijf in de nota dat ze niet allemaal door dezelfde hoepel moeten springen. Dan krijg je eenvormigheid. Gelukkig zie ik dat er veel gebeurt en dat wil ik stimuleren. Het Residentie Orkest dat in het Paard van Troje gaat optreden. Of een oudere danseres die ik deze week bij Scapino tegenkwam, die me vertelde dat ze die ochtend nog met parkinsonpatiënten was gaan werken. Of neem de opening van het Holland Festival waar Carré vol was met mensen uit de Turkse gemeenschap naast het klassieke publiek voor een Turkse popgroep en een in Nederland opgegroeide zangeres wier vader een Turks restaurant in Amsterdam heeft. Cultuur kan bevolkingsgroepen bij elkaar brengen. Ik wil niet dat cultuur alleen voor de elite is.”

U legt in navolging van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid meer nadruk op de ‘culturele waarde’. Waarom?

„Ik heb in het verleden ook wel eens het verwijt gekregen dat ik kunst te instrumenteel zou inzetten, dat het er alleen toe zou doen als het maatschappelijke problemen helpt oplossen. Dat wil ik absoluut niet zeggen. We kunnen niet zonder kunst, het leven gaat niet alleen over geld verdienen en diploma’s halen. Het leven gaat uiteindelijk over schoonheid ervaren. Creativiteit is onmisbaar voor iedereen om je weg te vinden, juist in een dynamische, snel veranderende samenleving.

„Ik voel me verantwoordelijk dat kunst niet het slachtoffer wordt van de veel beluisterde tendens dat alles iets moet opbrengen – wat wel het rendementsdenken of de economisering van het leven wordt genoemd. Er is ook nog een andere kracht die waardevol is om te verdedigen.”

De Raad voor Cultuur kwam met een investeringsagenda van 30 miljoen euro. U houdt het op 18 miljoen extra.

„Ik heb de raad bewust verder laten kijken dan de regeerperiode van dit kabinet. Daarom kunnen ze hoger inzetten. De agenda krijgt pas echt vorm in 2017. In dat jaar zijn volgens planning verkiezingen en zal een nieuw kabinet aantreden.”