Bussemaker draait aantal forse bezuinigingen op cultuur deels terug

Minister Jet Bussemaker. ANP / Martijn Beekman

Minister Jet Bussemaker (PvdA, Cultuur) gaat een aantal van de forse bezuinigingen repareren die het vorige kabinet heeft doorgevoerd op de subsidies aan culturele instellingen. Ze heeft daarvoor 18 miljoen euro vrijgemaakt op haar begroting.

Dat blijkt uit de brief ‘Ruimte voor cultuur’ over haar uitgangspunten voor het cultuurbeleid in de volgende subsidieperiode (2017-2020), die ze vandaag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Bussemaker trekt 5,5 miljoen euro uit voor de rijksmusea, waarvan het grootste deel is bestemd voor het Tropenmuseum in Amsterdam. Tot nu toe was voor dit museum alleen een tijdelijke regeling getroffen, nadat het van de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken was geschrapt. Inmiddels vormt het samen met de twee andere rijksmusea voor volkenkunde één Museum voor Wereldculturen en wil Bussemaker het museum definitief opnemen op haar begroting.

Het Metropole Orkest, dat door de bezuinigingen op de omroep met opheffing bedreigd werd, krijgt eveneens een vaste plek op de begroting Cultuur. Bussemaker trekt daar 3 miljoen euro voor uit. Ook de Rijksakademie van Beeldende Kunsten, de Ateliers en de Jan van Eyck Academie, waar getalenteerde jonge kunstenaars een postacademische opleiding krijgen, zijn uit de gevarenzone. Halbe Zijlstra (VVD), de voorganger van Bussemaker op Cultuur, wilde hun subsidie per 2017 volledig stopzetten. Dat besluit was al verzacht, tot een regeling waarbij de instellingen nog werden gefinancierd via een beurzenstelsel voor de studenten. Maar over die beurzen moest veel belasting worden afgedragen. Bussemaker gaat de postacademische instellingen nu weer zelf subsidiëren.

Geld voor productiehuizen en jeugdgezelschappen

Andere instellingen voor talentontwikkeling werden door Zijlstra eveneens hard aangepakt. Zo verdwenen de subsidies voor productiehuizen, waar jonge theatermakers en dansers werden begeleid bij het maken van producties. Bussemaker stelt nu weer 1,6 miljoen euro beschikbaar voor talentontwikkeling in de podiumkunsten, al hoeven daar van haar niet per se opnieuw productiehuizen van te worden opgericht; het geld mag door het Fonds Podiumkunsten ook anders worden verdeeld.

Ook de jeugdgezelschappen werden onder Zijlstra fors gekort. Zo verloor de Toneelmakerij 69 procent van zijn subsidie. Bussemaker trekt 0,8 miljoen euro uit om deze pijn te verzachten.

Minster trekt minder geld uit dan raad voor cultuur adviseerde

De minister geeft met de extra investeringen deels gehoor aan de oproep van de Raad voor Cultuur om extra geld uit te trekken voor cultuur. De raad had wel meer geld gevraagd: 29,5 miljoen euro. De eigen inkomstennorm waaraan culturele instellingen moeten voldoen, blijft bestaan. Maar Bussemaker wil die niet meer elk jaar met 1 procent verhogen. Zij wil culturele instellingen meer ruimte geven om nieuwe wegen in te slaan. Ook wil ze samenwerking aanmoedigen. Daar trekt ze in totaal 4 miljoen euro voor uit.

Volgens de Raad voor Cultuur verliezen de traditionele of canonieke kunstvormen, zoals klassieke muziek, langzamerhand publiek. Festivals bedienen een jonger publiek, met nieuwe kunstvormen. Bussemaker reserveert daarom 2,6 miljoen euro voor de festivals.
De Tweede Kamer houdt op 17 juni een hoorzitting met vertegenwoordigers uit de cultuursector over de plannen van Bussemaker en zal er op 25 juni zelf over debatteren.

Lees vanmiddag in NRC Handelsblad een interview met minister Bussemaker.

    • Claudia Kammer