Autoritaire reflex stuit op verzet

Turken en Koerden die samen dansen op Koerdische muziek bewijs dat land geleidelijk verandert.

Aanhangers van de conservatieve AK-partij reageren teleurgesteld op de verkiezingsuitslag. De regeringspartij van president Erdogan bleef de grootste maar haalde voor het eerst in 13 jaar geen meerderheid.
Aanhangers van de conservatieve AK-partij reageren teleurgesteld op de verkiezingsuitslag. De regeringspartij van president Erdogan bleef de grootste maar haalde voor het eerst in 13 jaar geen meerderheid. Foto DEPO Photos/EPA

Voor hij het podium op gaat met zijn Koerdische folkrockband Bajar (Stad) bekijkt Vedat Yildirim (44) altijd even het nieuws. En vaak geeft dat aanleiding om de speellijst aan te passen. Dit keer kiezen de bandleden voor ingetogen, maar strijdbaar. ‘Leven is verzet plegen’, luidt een van de refreinen.

Een paar uur eerder is in Diyarbakir een aanslag gepleegd op een verkiezingsbijeenkomst van de pro-Koerdische partij HDP. Er zijn twee doden en tientallen gewonden gevallen. Het confronteert Turken ermee dat in hun land nog altijd een gewapende strijd woedt.

Hoewel onbekend is wie de daders zijn, is de boodschap aan Turkse kiezers duidelijk: kies voor veiligheid en stabiliteit. Mensenrechten zijn ook belangrijk, maar die komen pas aan de beurt nadat we het land hebben gered. Zo zijn Turken opgevoed. De eenheid van de Turkse staat gaat boven alles.

Turkije heeft sinds 1920 een parlement. En sinds 1950 een meerpartijenstelsel. Maar de Turkse democratie is nog volop in ontwikkeling. En dat gaat met twee stappen naar voren en één stap terug. Turkije is ook het land waar de afgelopen dertig jaar zware gewapende strijd is geleverd tussen leden van de verboden Koerdische Arbeiderspartij PKK en het Turkse leger.

Vroeger vocht de PKK voor een eigen Koerdische staat op Turks grondgebied. Tegenwoordig voor een vorm van zelfbeschikking en minderhedenrechten, zoals erkenning van de Koerdische taal. Het is een binnenlands conflict waarbij circa veertigduizend mensen zijn omgekomen. Sinds twee jaar is er een wapenstilstand, maar nog geen permanente oplossing.

Democratie van de harde hand

De omgang met wat in Turkije de ‘Koerdische Kwestie’ heet, is tekenend voor het denken van Turkse bestuurders, lange tijd slechts marionetten van het leger. Ze gedragen zich alsof ze voortdurend van binnenuit worden bedreigd. En alsof die dreiging rechtvaardigt dat ze democratische regels en mensenrechten met voeten treden.

Persvrijheid? Ja hoor, zolang je mageen journalist bent die het voor de Koerdische ‘terroristen’ opneemt. Want dan word je zelf ook als terrorist gezien en beland je zo in de cel.

Een rechtsstaat? Zeker, graag, maar eerst moeten we het justitieel apparaat even zuiveren van de duizenden verraders van wie we vermoeden dat ze orders aannemen van een imam.

Demonstreren? Ja, maar wij bepalen waarover wel en waarover niet. Als het ons niet zint slaan we een betoging eerst neer. Daarna kijken we verder.

Het is een manier van denken en besturen die in Turkije zelf op steeds meer verzet stuit, bleek twee jaar geleden. Toen groeide een sit-in tegen de bouw van een winkelcentrum in het Gezi-park van Istanbul uit tot een massaprotest tegen de regering-Erdogan. Die voelde zich bedreigd en reageerde hard. Ze liet de aanvankelijk vreedzame demonstratie uiteen slaan en honderden mensen vervolgen.

De andere en bekendere band waarmee zanger Yildirim optreedt, Kardes Türküler, maakte tijdens ‘Gezi’ een populair protestlied (Potten en Pannen). Sindsdien mogen ze geen concerten meer geven op universiteiten. Rectoren zijn bang de regering te misbehagen. Yildirim vreest dat Turkije langzaam in een totalitaire staat verandert.

Harde optreden verenigt oppositie

Het effect van het harde optreden is niet wat de regering wellicht hoopte. Sinds Gezi geldt de autoritaire stijl van toenmalig premier en nu president Erdogan voor veel mensen juist als de grootste bedreiging van het land. Hoe meer hij de betogers van destijds afschildert als staatsgevaarlijke terroristen, hoe meer de versplinterde oppositie zich verenigt, ziet Yildirim. „De polarisatie die Erdogan oproept is op een bepaalde manier ook goed voor ons.”

Het publiek van dansende en juichende studenten in de club in Istanbul waar Bajar optreedt, is het bewijs van die geleidelijke verandering. Yildirim zingt zowel in het Koerdisch als in het Turks. De band improviseert een Koerdische variant op We are the world van Michael Jackson. Het is een muzikale ode aan een multiculturele staat en tegen opgelegde eenheidsworst.

„Voor het eerst zie ik Koerden en Turken samen optrekken omdat ze een visie op dit land delen”, zegt Yildirim. Het waren de eerste verkiezingen sinds Gezi. En ook de eerste verkiezingen waarin de pro-Koerdische Democratische Volkspartij (HDP) als partij meedeed. Eerder zijn wel individuele kandidaten van de HDP in het parlement gekozen. Gisteren werd de kiesdrempel van 10 procent geslecht.

De HDP komt voort uit de gewapende strijd van de PKK voor Koerdische zelfbeschikking. Vanuit die achtergrond maakt de linkse partij zich sterk voor minderheden, ook Armeniërs en Alevieten. Yildirim droomt van een Turkije waarin Turken en Koerden die strijd samen in het parlement voeren.

De belangrijkste verkiezingsbelofte waarmee de partij gisteren ook niet-Koerden wist aan te trekken, is het indammen van de macht van Erdogan. Lukt dat nu niet, dan vreest de zanger het ergste voor zijn land. „Hebben jullie nog plaats voor me?”