Open Boek: Anne Vegter

We vragen elke week een schrijver naar zijn of haar boekensmaak. Ter gelegenheid van het poëziefestival Poetry International is dat vandaag Anne Vegter (56), de Dichter des Vaderlands.

illustratie emmelien stavast

Welk boek bent u nu aan het lezen?

„De dichtbundels Wachtkamers van Saskia Stehouwer en Regen kosmos, kamerplant van Anne Broeksma lees ik door elkaar heen.”

Waar leest u het liefst?

„Aan de keukentafel. Daar is het licht het beste en heb ik een prettig uitzicht op ons tuintje. Bovendien zorgen de keukenstoelen voor een actieve houding. Belangrijk voor mij, omdat ik veel in jury’s zit. Ik lees dus niet vaak ter ontspanning. Een vorm van mishandeling eigenlijk.”

Welke schrijver benijdt u?

„Als je kunt bewonderen, heb je niet de neiging om anderen het talent te misgunnen. Ik bewonder de lyriek, beeldkracht en woede van Antjie Krog.”

Wanneer stopt u met het lezen van een boek?

„Als de telefoon gaat. Sinds ik Dichter des Vaderlands ben, leef ik in de antwoordstand: altijd klaar om op vragen in te gaan. Ik wil nu proberen wat minder available te zijn. Mijn laptop gaat niet voor 9:00 open. Tussen 7:00 en 9:00 ontbijt, mediteer en lees ik. Lezen hoort bij de daily shit waar mijn dag mee begint.”

Bestaat er een essentieel onderdeel dat iedere goede roman bezit?

„Een morele vraag, of dilemma dat aan de kaak gesteld wordt. En zo prangend, zodat het opgeworpen probleem de mijne wordt.”

Welk boek moet iedere ouder aan zijn kind voorlezen?

Niemand weet dat ik een mens ben van schrijver Erwin Mortier en fotograaf Lieve Blancquaert. Een boek over minderjarige vluchtelingen, een onderwerp waar ik het aan tafel vaak met mijn kinderen over heb gehad. In dit boek staan vluchtelingen in België centraal. Dankzij de kleine monoloogjes, krijg je een heldere inzage in hun leven, hoe ze verdwijnen in opvangcentra. Hun manier van leven komt zo heel dichtbij. Het laat kinderen zien wat er kan gebeuren als je toevallig op een andere plek bent geboren.”

Wat is volgens u de beste boekverfilming?

„Ik kijk niet zo heel graag naar boekverfilmingen. En heb bovendien ook geen tv. De graphic novel van Celines Reis naar het einde van de nacht van illustrator Jacques Tardi vind ik geweldig. Het ligt nu als steun onder iemands bed geloof ik. Maar ik ben een groot fan van zijn Tardi’s werk.”

Wat is uw favoriete literaire karakter?

„Stella in Wij doden Stella van de Oostenrijkse schrijfster Marlen Haushofer. She’s my girl, my baby. Ik ben gefascineerd door haar onzichtbare aanwezigheid in dit verhaal. Het lukt haar, hoewel ze zich in dit verhaal verbergt en je haar niet te zien krijgt, de verhoudingen binnen een gastgezin op scherp te zetten. Als ze zonder zichtbare aanleiding verongelukt vraag je je af wat er is gebeurd en wie voor is verantwoordelijk.”

Zit er een systeem in uw boekenkasten?

„Ik heb vier kasten van verschillende grootte. Eén kast met romans, een andere met poëzie. Een kinderboekenkast. Dan zijn er nog planken met klassiekers, psychologie, filosofie. Dit lijkt overzichtelijk en ik heb er lang over gedaan om een systeem te verzinnen. Maar ik zet de boeken die ik uit mijn kasten pluk nooit terug. Dus is het alsnog chaotisch. Overal liggen stapels op de grond.”

Wie is uw favoriete schrijver?

„Una Zurn. Haar De man in Jasmijn neem ik al twintig jaar met me mee en mag nooit kwijtraken. Het boek is een verslag van iemand die langzaam in een psychose terechtkomt. In mijn jeugd heb ik een periode van dissociatie meegemaakt: in een soort psychose ging ik een deur door en kwam in een andere wereld terecht. Ik heb daarna vaak getwijfeld of dit wel gebeurd was. Dit boekje bevestigde dat die dissociatieve ervaring geen verzinsel was.”

Herleest u boeken?

„Ik sla heel veel bundels open als ik iets nieuws maak. Ter inspiratie. Mijn collega’s kunnen me soms heel goed helpen met het vinden van een bepaalde toon. Toen ik als Dichter des Vaderlands het gedicht schreef over de ramp met de MH17, tipte iemand de Poolse dichters. Die zijn goed in rouwen.”

Wat is het ergste dat u ooit met een boek hebt gedaan?

„Ik heb Sferen van Peter Sloterdijk, die ik bij hoge uitzondering van mijn vriend mocht lenen, in een fietstas laten zitten. Toen is zijn heel dierbare boek van 2000 pagina’s kletsnat geregend. Ik ga sowieso niet heel netjes met boeken om. Ik kras overal op. Of ik gebruik ze als deurstopper en steun onder tafels.”

Over welk onderwerp wilt u in de toekomst nog een boek schrijven?

„Wanneer begint de toekomst? In ieder geval ga ik tekenen en schrijven. Mijn tekeningen vertellen me wel wat ik moet schrijven.”

Welke schrijver is ten onrechte in de vergetelheid geraakt?

„Te weinig jonge en oude mensen kennen de grote dichter Hans Faverey. Zijn gedicht ‘Ball. Say ball’ heeft een cultstatus. Hij schreef gedichten als scherpgeslepen diamanten. Daar word je blij van.”

Wat is het eerste boek dat u als kind las? Dat u zich kunt herinneren tenminste..

„Mijn lievelingsboek was Wij uit Bolderburen van Astrid Lindgren. Maar ik denk trouwens dat het me is voorgelezen. Mijn eerste eigen gelezen boek heette: De zwarte speelgoedman. Een kinderboek mocht toen zo heten! Andere tijden.”

Welk boek hebt u tot uw eigen schande nog niet gelezen?

„De vertaling die Bindervoet en henkes hebben gemaakt van James Joyce’s Finnegan’s Wake. Af en toe graas ik door een paar regels van een bladzijde. Ik zal het nooit uitlezen. Niet erg hoor."

Wat is het eerstvolgende boek dat u gaat lezen?

„De bundel Medeweten van Krog. Het zijn de nieuwste vertalingen van haar gedichten. Ze droeg eruit voor tijdens de Poëzieweek 2015. Heel persoonlijke poëzie.”