Wat moet dat kosten, die natuur?

Foto ANP

Dit is geen filosofische vraag. Bedoeld wordt de waarde in euro’s. Een groeiende groep wetenschappers zoekt ook naar de antwoorden. Een bonte mix van ecologen, economen, milieukundigen en natuurbeschermers wil weten wat de natuur waard is, tot op de laatste euro. Door de financiële waarde van de natuur te bepalen, denken ze, heeft ze meer kans tegenover kettingzagen, asfalt en fabrieksschoorstenen.

Daarom hebben wetenschappers uit Wageningen nu uitgerekend wat de reële bijdrage is van alle natuur in de provincie Limburg aan de economie. Of, liever gezegd: daar maakten ze een begin mee. En ze kwamen hierop uit:

112 Miljoen euro per jaar dus. “Niet zoveel hè” zegt promovendus Roy Remme – het aandeel van Limburg in het bruto binnenlands product is volgens de recentste cijfers 34,9 miljard euro.

“Maar we hebben ook nog lang niet alles meegerekend.”

Economen onderscheiden namelijk 20 à 25 economische diensten die de natuur levert: ‘ecosysteemdiensten’. Remme berekende er voor deze pilot zeven.

En de Mookerhei dan?

Bij wijze van voorbeeld leveren de onderzoekers binnen een half uur ook de getallen voor de Mookerhei, een stukje bos en hei in het noorden van Limburg. De 376 hectare van dat natuurgebied leveren de mens 403.296 euro per jaar op. Gemiddeld 10,8 cent per vierkante meter, met een uitschieter naar 35,5 cent.

Twintig jaar geleden werd deze manier van de waarde van natuur berekenen in een klap bekend door één artikel in het tijdschrift Nature in 1997. Auteur was de Amerikaanse milieueconoom Robert Costanza. Hij heeft berekend wat alle natuur op de planeet aarde waard is voor de mens, in dollars.

Hij kwam toen uit op 33.000 miljard dollar - de totale waarde van de ecosysteemdiensten van de natuur, van bestuiving en bodemvorming tot plantenrassen en ‘regulering van de chemische balans in de atmosfeer’. Vorig jaar stelde hij het trouwens bij naar 125.000 miljard dollar per jaar.

De koele, concrete manier van optellen (‘ecosystem accounting’ in jargon) wordt wellicht ooit de standaard in Nederland en zelfs wereldwijd. Er lopen pilots in onder meer het Verenigd Koninkrijk, in Australië, en in Nederland. Het Centraal Bureau voor de Statistiek studeert, in samenwerking met de Wageningers, op uitbreiding van de ‘milieurekeningen’.

Drie vragen over het becijferen van de waarde van natuur in harde euro’s:

1. Kun je de natuur uberhaupt in geld uitdrukken?
Tegenstanders zeggen: natuur is waardevol om zichzelf. Ho even, zeggen de voorstanders. Biologische argumenten hoeven niet van tafel. Maar in lastiger kwesties doet geld bedrijven of overheden vaker ten gunste van de natuur beslissen, denken ze. Milieueconoom Pieter van Beukering van de Vrije Universiteit:

“Naar een econoom op de kansel wordt beter geluisterd dan naar een ecoloog.”

2. Wat zet je dan op het prijskaartje?
Dat is dus nog lastig. De waarde van een hectare kust of tropisch bos kan tussen studies een factor honderd uiteen liggen. Dat komt doordat er geen standaardlijst is van ecosysteemdiensten, en evenmin een vaste methode om ze te berekenen. Bovendien gaapt er een enorm gat tussen de marktwaarde van de natuur en wat mensen zouden willen betalen (in economiejargon: de marktwaarde plus het consumentensurplus). Dit klinkt saai, maar het is een belangrijk verschil.

De meeste milieueconomen vragen daarom wél aan consumenten of toeristen wat ze bereid zouden zijn te betalen, voor schoon water, rust, een mooi uitzicht, koraalriffen of orang-oetans. Dan komt de waarde van een landschap hoger uit – als de orang-oetans bijna op zijn zelfs véél hoger.

3. En wat doe je dan met zo’n berekening?
Milieu-economen claimen dat ze met prijskaartjes voor de natuur concreet milieubeleid beïnvloeden. Ten gunste van natuur en milieu, bedoelen ze. Er is in dit vakgebied zover bekend nog niet met economische argumenten voor gepleit een natuurgebied op te heffen.

Pieter van Beukering van de VU somt op. Wie consumenten of toeristen vraagt of ze bereid zouden zijn om te betalen voor natuur, kan vervolgens proberen dat geld écht te vragen. Ook is zo aan te wijzen waar een industrieterrein of palmolieplantage het minst kwaad kan. Ten slotte is de omvang van milieuschade beter in te schatten.

Werkt het in de praktijk? Onderzoeker Dolf de Groot, die meeschreef aan Constanza’s wereldberoemde artikel, reageert:

“Het is best lastig om concrete gevallen te vinden. Ik heb nu een database met ongeveer driehonderd projecten, en er zijn heel veel andere initiatieven en studies. Volgens mij blijkt daaruit dat informatie over de economische waarde van natuur wel degelijk tot meer geld voor natuurbehoud leidt. Maar of dit ‘hard bewijs’ is?”