#loveit

Politici op social media. Tips voor de @MinPres

Politici zijn dol op social media. Daar zitten de jonge kiezers, die via de traditionele media lastiger te bereiken zijn. Dus ze doen aan Twitter, zitten op Facebook en natuurlijk op Instagram. Of nou ja, zelf doen ze dat (meestal) niet, daar hebben ze een team voor. Of zoals de Rijksvoorlichtingsdienst die berichten, foto’s en video’s voor Rutte plaatst, zegt:

“Zo houdt de minister-president meer tijd over voor al zijn werkzaamheden.”

Maar volgers, daar draait het natuurlijk allemaal op. Hoe zorg je ervoor dat je tweets en updates ook echt de mensen bereiken die zich normaal niet voor politiek interesseren? Drie tips voor meer volgers.

1. Een account hebben is niet genoeg

Op sociale media bepaalt niet alleen wie je bent hoeveel volgers je hebt, het gaat ook om de content die je deelt. Een filmpje plaatsen op YouTube maakt het nog niet per se geschikt voor sociale media. Om een publiek te bereiken dat niet in politiek is geïnteresseerd, is meer nodig. Zo liet Obama zich na zijn jaarlijkse State of the Union-toespraak niet door journalisten interviewen, maar door YouTube-bloggers.

Originaliteit is dan ook belangrijk. “Waar is de verbeeldingskracht gebleven?”, vroeg David Fletcher, chef data bij mediabureau MEC, zich af in The Guardian. Hij analyseerde de Britse verkiezingen en concludeerde dat Miliband en Cameron en hun partijen braaf hun online-kanalen hadden bijgehouden, maar dat ze niets anders hadden laten zien dan wat de traditionele media ook al deden.

2. Huur hulp in

Er zijn handleidingen voor politici over hoe ze zich online het beste kunnen profileren. Zo heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken handleidingen voor Twitter, Facebook en LinkedIn. Maar heeft Berlusconi, inmiddels 78 jaar oud, zelf zijn foto’s op Instagram geplaatst en sommigen zelfs bewerkt met kunstzinnige filters? Waarschijnlijk niet. Niet alleen omdat hij in een campagne in aanloop naar de regionale verkiezingen zat, ook omdat het bijhouden van sociale media uren werk kost en een baan op zich is geworden.

 

Trenta secondi prima della messa in onda di “Dalla vostra parte” #forzaitalia #italia #italiani #noi #cravatta #tv #socialtv #deldebbio #rete4

 

Een foto die is geplaatst door Silvio Berlusconi (@silvioberlusconi2015) op

“Beschouw ze als speechschrijvers”, zegt een communicatiedeskundige van de overheid die niet met zijn naam op de site wil.

“Je weet dat ze er zijn, maar welke alinea’s van de speech door hen zijn bedacht blijft geheim. Als de woorden zijn uitgesproken, zijn ze van de politicus geworden.”

Mark Rutte mag dan actief zijn op Facebook, Twitter, Instagram, YouTube en Google+, hij doet het niet zelf. De Rijksvoorlichtingsdienst plaatst de berichten, foto’s en video’s. Het kan ook allebei: neem Lilianne Ploumens Facebookpagina (6.000 likes). Ze post over haar reizen, maar ook over haar achtertuin: ‘Mooi he! Amsterdam-West op een mooie mei-avond’.

3. Wees authentiek, of doe op zijn minst alsof

Toen Obama (@POTUS, van President Of The United States) vorige maand begon met twitteren, benadrukte een woordvoerder van het Witte Huis dat Obama écht zelf het account beheert. Dat er waarschijnlijk een hele mediamachine achter zijn tweets schuilt, ligt voor de hand. Maar ook de schijn van authenticiteit telt. Zijn eerste tweet:

Wie zijn sociale media-accounts uitbesteedt, loopt het risico dat het persoonlijke verdwijnt. In de Facebookhandleiding van het Ministerie van Buitenlandse Zaken – van vier jaar geleden – staat hoe Facebook nuttig kan zijn voor politici en hoe ze zich er moeten presenteren. Bij de ‘Do’s’ staat hoe je een post persoonlijk kunt maken:

“Plaats niet alleen persfoto’s, maar fotografeer af en toe een gebeurtenis met je mobiele telefoon in een bijzondere of onverwachte omgeving.”

Frans Timmermans heeft die handleiding waarschijnlijk goed doorgenomen – op zijn Facebookpagina (met meer dan 200.000 likes) plaatst hij selfies, bericht hij naar welke muziek hij luistert en waar hij naartoe reist. En Rutte’s Instagramaccount? Daar verschijnen vooral persfoto’s. En deze: