‘Zonder die calvinistische drive was ik niet zo ver gekomen’

Anneke Dekkers-Dubbeldam (87) ging op haar 64ste theologie studeren, daarna volgde ze een masteropleiding. „Ik vind geld niet meer belangrijk, als ik maar boeken kan kopen.”

Anneke: „Ik mag ’s morgens van mezelf geen gewoon boek lezen, nee, het moet nuttig zijn.”
Anneke: „Ik mag ’s morgens van mezelf geen gewoon boek lezen, nee, het moet nuttig zijn.” Foto David Galjaard

Anneke: „Verwacht van mij geen juichverhalen over de ouderdom, want die komt zeker met gebreken. Mijn ogen zijn slecht, waardoor ik mijn auto weg heb moeten doen. Ik heb nu een scootmobiel. Anderzijds heb ik een enorme hekel aan die stereotypen over oude mensen: dat ze eenzaam zijn en krakkemikkig. Die zijn er wel, maar ik ben helemaal niet eenzaam. Ik moet juist zorgen dat ik niet te veel mensen over de vloer krijg. Mijn geest wil nog van alles. Natuurlijk moet ik ook dingen loslaten: bijvoorbeeld interessante studiedagen, dat red ik niet meer. En een mooie expositie kan ik niet meer zien. Dat vind ik heel moeilijk. Ik ben wel makkelijker geworden in het vragen van hulp en in het accepteren ervan. Ik heb een schoonmaakhulp via de thuiszorg en ik kan op veel mensen een beroep doen. Mijn kinderen doen veel voor me, ze steunen me op allerlei gebied. Het is wel jammer dat ze zo ver weg wonen.

„Ik ben nu aan de laatste levensfase bezig. Toen mijn man in 1990 overleed, brak er een nieuwe fase aan in mijn leven en dat gebeurde opnieuw toen mijn dochter drie jaar geleden overleed. Gelukkig heb ik humor, dat trekt me er altijd weer doorheen. Als puber in de oorlog heb ik geleerd om er onder alle omstandigheden wat van te maken. Als ik kinderen in Irak of Syrië op de televisie zie, zie ik mezelf in de oorlog, lopend tussen het puin. Dan hoop ik maar dat het met hen ook goed komt. Anders zou je de moed verliezen en dat wil ik niet.”

Streng gereformeerd gezin

„Een jaar na het overlijden van mijn man, die predikant was, ben ik theologie gaan studeren in Tilburg. Dat was in 1991. Ik was toen 64. Het was geen klassieke theologiestudie, met oude talen. De nadruk lag op filosofie en sociologie. Ik ben afgestudeerd in de feministische theologie, op het thema seksueel misbruik in pastorale relaties. Die feministische theologie heeft me binnen de Kerk gehouden, anders was ik misschien afgehaakt. „Op mijn 75ste ben ik een masteropleiding gaan volgen over geestelijke leiding. Ik ben daar heel trots op. Ik heb nooit opgekeken tegen rijkdom of status, maar wel tegen slimme mensen. Dat zal wel te maken hebben met mijn achtergrond. Ik kwam uit een arm en streng gereformeerd gezin. Ik mocht naar de mulo, maar er werd niet uit mij gehaald wat erin zat. Tegelijkertijd stoort het me dat de kinderen van tegenwoordig zo overvraagd worden qua prestaties. Ze moeten allemaal zo hoog mogelijk scoren. Ik heb nog altijd last van mijn calvinistische achtergrond. Zo mag ik ’s morgens van mezelf geen gewoon boek lezen, nee, het moet een studieboek zijn. Het moet nuttig zijn. Anderzijds, zonder die calvinistische drive was ik niet zo ver gekomen.

Homobeweging

„Eind jaren zeventig ben ik actief geworden in de homobeweging. Ik rolde daarin toen ik werd geïnterviewd in een radioprogramma van de NCRV, over langdurige relaties. Na afloop konden luisteraars vragen stellen en toen kreeg ik verhalen te horen die me de haren te berge deden rijzen. Ik ben toen een opleiding gaan volgen bij de Protestantse Stichting ter Bevordering van Verantwoorde Gezinsvorming, een progressieve club die aandacht besteedde aan abortus, euthanasie, feminisme, homoseksualiteit en incest. Ik ging lezingen geven en kwam in contact met getrouwde homo’s. Met dominee Klamer van het Ikon-pastoraat heb ik toen de contactgroep Huwelijk en Homofilie opgericht. Ik heb daar veel aan gehad toen bleek dat twee van mijn kinderen homo zijn.”

Ik hou gewoon van mensen

„Mijn dagen zijn goed gevuld. Tijdens mijn studie heb ik de groep Vrouw en Geloof opgericht, die nog steeds eenmaal per drie weken bij elkaar komt. Ik ben ook lid van een leesclub, met hetzelfde thema: hoe ga je als vrouw om met je geloof? Verder ben ik lid van een gespreksgroep van oecumenische theologen en ga ik één zondag per maand naar een interactieve kerkdienst in Oss, die ik heb opgezet voor mensen die zich niet meer thuisvoelen in de reguliere kerkdiensten. „Regelmatig voer ik gesprekken met mannen die hun hart willen luchten. Ik hou gewoon van mensen en onthoud ook wat ze me vertellen. In die zin is mijn leven nog zinvol. O ja, en ik heb ook nog een eetclub. Soms denk ik: hè hè, ik heb een vrije dag.

„Doordat mijn man pas laat pensioen ging opbouwen, heb ik niet zo’n groot inkomen. Maar ik vind geld niet meer belangrijk. Als ik maar boeken kan kopen, al lees ik wel minder dan vroeger nu mijn ogen slecht zijn. In de Bijbel staat dat als je de zegen van God wilt hebben, je 10 procent van je bezittingen moet besteden aan Zijn dienst. Dus ik heb altijd eerst geld opzij gelegd voor de Kerk voordat ik geld aan iets anders uitgaf. Verder geef ik geld aan Amnesty en steunen we met de Kerk WorldGranny, die zich inzet voor kwetsbare ouderen wereldwijd.

„Elke morgen mediteer ik en vraag ik om wijsheid. Ik wil graag met een open hart en een open geest omgaan met mensen. Als je oud bent, gaan mensen anders met je om. Sommigen worden bazig, bedisselen van alles voor je. Door meditatie hoop ik daar mee te leren omgaan. Het is een hele omslag om van hulpverlener hulpvrager te worden. Maar ik ervaar veel liefde en zorg van mensen, dat is de goede kant.”