Wetenschappelijke gemeenschap

Van zondig en ziek gedrag naar een mensenrecht. Seks in de wetenschap.

Op een zomerse avond, de schemer was al ingevallen, zag een Noord-Duitse veldwachter vreemde bewegingen op een bewerkte akker. Het bleek de dorpsarts die de genitaliën van een boerenzoon likte. De veldwachter zette de achtervolging in, maar de dokter rende te snel en keerde nooit meer terug. Het voorval werd casus nummer 146 in het geneeskundig onderzoek naar menselijke seksualiteit van de Duitse medische wetenschapper Richard von Krafft- Ebing.

Tot 1886 verzamelde Von Krafft- Ebing 238 voorbeelden van seksuele lotgevallen die in zijn tijd als zonde en misdaad te boek stonden: perversiteiten noemde hij die. Om geen ramptoeristen aan te trekken, koos hij de Latijnse titel: Psychopatia Sexualis. Ook de casussen die hij het meest aanstootgevend vond, schreef hij in het Latijn. Zo ook de casus over de bejaarde vrouw die na jaren gevangenis en gesticht weer thuis woonde. Nog steeds probeerde zij met al haar huisgenoten seks te hebben, ongeacht familieband, leeftijd of geslacht. Door de wetenschappelijke benadering van Von Krafft-Ebing, veranderden ‘perverselingen’ van zondaars en misdadigers in geesteszieken. Nu konden zij, alvorens zij zouden eindigen in de gevangenis of de hel, medisch behandeld en misschien wel genezen worden.

Van Krafft-Ebing bestudeerde onchristelijk seksueel gedrag, de Weense arts Sigmund Freud was de eerste die seksuele fantasieën analyseerde met als doel te genezen. Hij publiceerde in 1905 drie essays over de seksuele ontwikkeling van kind naar volwassene. Het kind zou eerst ontdekken dat de moeder geen penis had: castratieangst. Hierna zou het kind met de moeder willen trouwen en moest de vader uit de weg geruimd worden: het oedipuscomplex. Deze metaforisch moordzuchtige en incestueuze familiebanden zouden vreemd genoeg een gezonde heteroseksueel voortbrengen. Freuds fantasieën bleken goed aan te sluiten bij de tijdsgeest: hij werd wereldberoemd. (Minder bekend is overigens hoe Freud beschrijft dat boerenjongens rustig met een ezel mogen experimenteren. Het moest wel ophouden na het huwelijk.) Homoseksualiteit was volgens hem het gevolg van een zieke geest. En ook al zag hij kinderen als puur door lust gedreven wezens (met achtereenvolgens een orale fixatie, een anale fixatie en genitale fixatie), toch was hij van mening dat kleine meisjes die te veel tegen dingen opreden, beter de punt van een heet strijkijzer tegen de clitoris konden krijgen.

Met de opkomst van de sekswetenschap werden verschillende behandelmethoden ingevoerd. Soms ging de genezing met zachte begeleiding en voorlichting gepaard, soms met harde hand: castratie, lobotomie (een stukje uit de hersenkwab amputeren) en shocktherapie. Tevergeefs. Tegen bijvoorbeeld masturbatie of homoseksualiteit bleek geen medicijn opgewassen.

Sekswetenschap was een groeiende tak van wetenschap in Europa, tot het Duitse naziregime ingreep. De boeken die op de beroemde foto’s van 10 mei 1933 worden verbrand doo r de Duitse studentenunie kwamen uit het archief van de joodse arts en homorechtenactivist Magnus Hirschfeld. Het statige gebouw van zijn Instituut voor Seksuele Wetenschap werd daarna door de nazi’s geconfisqueerd.

Onder de verbrandde boeken bevond zich ook Het seksuele leven van de mens van de bekende joodse arts Fritz Kahn. Hoewel het een keurige seksuele voorlichting voor keurige mensen betrof, werd het kort na de Kristallnacht in 1938 verboden. De Nederlandse vertaling had toen al een positieve recensie in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en bleef een zeer populair standaardwerk.

Na de Tweede Wereldoorlog namen de Amerikanen het onderzoek naar seks over. De geniale bioloog Alfred Kinsey deed grootschalig empirisch onderzoek naar het seksuele gedrag van de doorsnee Amerikaan. Achttienduizend mannen en vrouwen vertelden tot in detail hun seksuele ervaringen en fantasieën. In 1948 publiceerde hij de uitkomsten van de data verkregen bij mannen. Het was schrikken dat ruim eenderde van de ondervraagden minimaal één keer seks had gehad met een andere man. Maar de morele paniek was totaal toen in 1953 de data over vrouwen uitkwamen. Vrouwen bleken massaal, vanaf jonge leeftijd en tijdens het huwelijk, te masturberen! Het was het einde van Kinseys carrière, hij kreeg geen geld meer voor onderzoek.

In de jaren zeventig rekende de Franse filosoof Michel Foucault af met het christelijke billen bij elkaar knijpen: waarom hadden we van seks in hemelsnaam een morele ervaring gemaakt? Het moest om plezier gaan. Nu durfden wetenschappers uit allerlei disciplines zich te mengen. Sociologen, antropologen, historici lieten hun licht schijnen op de menselijke seksualiteit. Het invloedrijkste cultuurwetenschappelijke boek over seks is van de lesbische Amerikaanse filosoof Judith Butler uit 1990: Gender Trouble. Sekswetenschap heet nu ook wel ‘queer studies’: queer betekent zonderling en is een geuzennaam voor de niet-normatieve analyse van seksueel burgerschap en het fundamentele mensenrecht lichamelijk plezier te beleven. Zonder angst of schaamte, zonder religieuze, medische of staatsbemoeienis.