Opinie

Wat de FIFA-zaak kleine landen leert

In Zwitserland betalen de mensen normaal belasting. Maar rijke buitenlanders niet: die krijgen speciale tarieven. Buitenlandse bedrijven betalen soms vrijwel niets. Zwitserland staat ook hoog in alle ranglijsten over transparantie. Dat wil zeggen, alleen als het over de Zwitsers zelf gaat. Alweer: als het buitenlandse ingezetenen betreft, of een van de vele internationale organisaties die er zijn neergestreken, zijn de regels vaak soepeler. Soms zijn er zelfs geen regels. Daarom kon de FIFA in Zwitserland zo lang ongestoord haar gang gaan.

Decennialang hebben de Zwitsers dubbelspel gespeeld: dat van de globalisering, waarin ze kampioenen waren, en dat van het onafhankelijke, soevereine landje waar niemand aan mocht komen. Zo hadden ze de grootste banken op Wall Street – UBS en Credit Suisse – maar verscholen zich tegelijk achter een nationaal bankgeheim. Ze bepleitten wereldwijd openheid en mensenrechten, maar huisvestten dictators en beschermden hun bezittingen. Na de arrestatie van de FIFA-bestuurders en het vertrek van Sepp Blatter loopt dit dubbelspel ten einde. Want die arrestaties staan niet op zichzelf. De Verenigde Staten en de Europese Unie hebben de afgelopen tien, vijftien jaar keihard ingehakt op die Zwitserse ambivalentie. Ze eisen dat Zwitserland kiest. En ze hebben er steeds meer succes mee.

De Zwitsers weten het. De Amerikaanse justitie deelde de eerste klap uit aan FIFA, maar Zwitserland was zelf ook een onderzoek naar corruptie bij de bond begonnen. En het parlement in Bern heeft net een wet gewijzigd, waardoor topmensen van de tientallen internationale sportfederaties – ook volleybal, kano en turnen huizen, bijvoorbeeld, in Zwitserland – als politically exposed person (PEP) worden beschouwd en dus niet langer onaantastbaar zijn. En deze week debatteert het toevallig over de zogeheten ‘Lex Fifa’. Die moet corruptie bij niet-overheidsinstellingen als de FIFA iets meer strafbaar maken dan nu.

Zwitserland heeft heel goed begrepen dat het steeds moeilijker wordt om van twee walletjes te eten en dat het moet kiezen. Het mag zelf lang hebben gedacht dat globalisering en soevereiniteit kunnen samengaan. Maar de VS denken er anders over. Vandaar dat de Zwitsers al sinds ‘11 september’ goed meedoen met mondiale anti-witwasmaatregelen. Dat ze niet langer geld van dictators verwelkomen. En dat ze hun bankgeheim eraan hebben gegeven.

Hoe? Simpel. Washington dreigde de banklicentie van UBS en Credit Suisse in te trekken als het geen gegevens van rekeninghouders in Zwitserland kreeg. Zonder zo’n licentie kan een bank niet in dollars handelen en is ze dood. Het Zwitserse bankgeheim ligt in de grondwet verankerd, maar Bern overhandigde de gevraagde dossiers stante pede.

Zo kalft het Zwitserse zelfbeschikkingsrecht stukje bij beetje af, omdat het niet compatibel meer is met de internationalistische koers die het land zoveel rijkdom heeft bezorgd. De FIFA-acties zijn het zoveelste bewijs, meer volgt. En wie nu in zijn vuistje lacht, moet oppassen. Want het zijn niet alleen de Zwitsers die moeten kiezen tussen soevereiniteit en globalisering.

Griekenland zit in hetzelfde schuitje: je kunt niet én in de eurozone zitten (een vorm van globalisering) én je eigen autonome economische beleid voeren. Luxemburg: mondiaal financieel centrum spelen mag, maar dan moet je grote landen niet te veel belastinginkomsten afpakken.

‘Luxleaks’, FIFA en de Griekse perikelen tonen aan dat kleine landjes die het spel van de globalisering willen meespelen, hun soevereiniteit deels moeten opgeven. Waar de grens ligt, bepalen de grote landen.