Voorzitter, dit is informatie pulken

Nee, nee, nee, nee, nee! Ik zeg néééé! Het woord is nu écht aan de stasetaars. – Voorzitter… – Nee! Nee! Nee! Nee! De stasetaars! – Dank u. Voorzitter, er was een vraag over de smileys. Het is dus zo dat wij met smileys werken en die smileys zijn afhankelijk van de situatie dus groen of rood. En nu zei het lid Keijzerwashetmeenik dat een rode smiley geen smiley ís, want dan is er dus iets fout gegaan en dan is er dus geen reden tot eh, tot smilen. Voorzitter, ik neem dit punt ter harte en zal zien wat wij daaraan kunnen doen. Wellicht moet er voor zo’n rode smiley een andere naam komen.

– Dat heet een frusty!

– Nee! Het woord is aan de stasetaars!

– Het wachten is nu op het advies van de Stuurgroep Smiley, maar er ís een marsroute en daar wórdt op geacteerd! En we hebben een ketenregisseur.

– Voorzitter, dit is informatie pulken.

– Voorzitter dit is geen informatie pulken. Ik herken mij daar niet in. Zodra wij meer weten kunnen wij de kraan dichtdraaien. Maar in die kraan zitten mensen, laten wij dat niet vergeten.

– Voorzitter…

– Nee!

– Mevrouw Leijtenwashetmeenik zei dat er grote problemen zijn, dat lijkt mij een adequate beschrijving van de werkelijkheid. Ik lees dit van papier, ik ga uitzoeken wie dit zo heeft opgeschreven en die ga ik een stomp geven. Verder heeft mevrouw Dijkstrawashetmeenik gevraagd naar het aantal hoepels. Voorzitter, dat is inderdaad erg hoog soms. Hoepels zijn nodig, hoepels horen erbij, maar men kan ook overdrijven. Ik neem daar nota van.

– Veurzidder…

– De heer Krolwashetmeenik.

– Veurzidder, goed dat staatssecretaris de hoepels wil aanpakken, maar wat te doen met mensen die verkeerd zijn opgehangen?

- Dank u voor het bruggetje, want ik kwam daar net op. Er zijn inderdaad mensen verkeerd opgehangen. Helaas is dat niet altijd zichtbaar, want zij zitten in de stapel.

– Kunt u niet in de stapel kijken?

– Nee, helaas kunnen wij niet in de stapel kijken. Wij zitten te wachten op dingen die niemand kent. Maar ik beloof u, zodra ze uit de stapel komen, worden ze beter opgehangen. Want achter die stapel zitten mensen, laten wij dat niet vergeten. Vandaar ook de gatewayreview naar de terugvalscenario’s.

– Dan was er nog een vraag over de kleur van de alarmfase. Of wij in plaats van rood niet over díeprood zouden moeten spreken.

– Voorzitter, de alarmfase was scharlaken, en dat weet de staatssecretaris dondersgoed!

– Voorzitter, ik hou het op vermiljoen.

– Signaal!

– Karmijn!

– Tomaat?

– Maar kan de staatssecretaris ons dan vertellen wat er tijdens die dieprode alarmfase aan de bestuurstafels gewisseld is?

– Er waren ook andere signalen, en daar is op geacteerd.

– Oké, maar de vraag is natuurlijk: fout gegáán of fout gedáán?

– ‘Tis een mix geweest, denk ik.

– Waarom was de staatssecretaris eigenlijk in Nieuwspoort?

– Mijn tv was kapot en er was voetbal.

– O, oké.

– Voorzitter…

– Nee!

– En tot slot, veurzidder, zou ik de staatssecretaris dit willen vragen: waarom heeft u eigenlijk nooit ingegrepen? Het was toch duidelijk dat die treinen niet goed waren?

– Meneer Krol, kijk mij eens aan. Wie ben ik?

– U bent mijn moeder.

– Voorzitter, kunnen we vijf minuten schorsen voor Cup-a-Soup?

– Soep?? Geen soep!! Ziet u niet dat ik m’n nagels zit te lakken?!