Voor kortkampeerders is alcohol een uitkomst

Foto Fotodienst NRC Handelsblad

Daar zijn ze weer. Negen jaar geleden stonden de bakjes aan de onderkant van deze foto ook al in de krant. Nu doen ze weer mee. Maar eigenlijk gaat het om het design-object dat bovenaan zo zijn best doet. Doet-ie wat ervan beweerd wordt, dat is de vraag.

De drie getoonde metalen bakjes zijn de centrale onderdelen van alcoholbranders, van spiritusbranders zoals ze meestal genoemd worden. Het zijn de favoriete kooktoestellen van rugzakkampeerders die geen lange tochten maken. De kampeerders die dat wel doen koken op petroleum of benzine, want het is ondoenlijk om voor een maand alcohol mee te nemen.

Ja, in de negentiende eeuw moest je wel, toen ware er nog geen goede petroleumbranders. Poolreizigers namen bijna altijd alcoholbranders mee naar het eeuwige ijs. Ook Robert Louis Stevenson gebruikte tijdens zijn trektocht door de Cevennen (1878) een alcoholbrander. Het waren kooktoestellen die een lont of pit (een wick) gebruikten, zoals het klassieke petroleumstel er een had. En, ach, wie weet ging er ook hier en daar wel een petroleumstel mee, al lees je er nooit over. Petroleum kan erg hinderlijk roeten.

In 1892 bedacht de Zweed Lindqvist de ‘Primus’, een vernuftig apparaat dat de capaciteit van het petroleumstel uit de keuken enorm vergrootte door het reservoir met een pomp onder druk te zetten en de petroleum bovendien te vergassen voor ze branden mocht. Het werkte zó goed dat binnen een paar jaar alle poolreizigers op de Primus overstapten.

Einde alcohol, zou je zeggen, maar dat was niet zo. Opeens verschenen er ook alcoholbranders die geen pit meer hadden. Ook daarin werd de brandstof vergast maar volgens een ander principe. Kijk naar de foto. Het zijn open bakjes voorzien van een dubbele wand die aan de bovenzijde dicht is, afgezien van een twintigtal piepkleine gaatjes. Als het bakje wordt gevuld met spiritus dringt die ook de dubbele wand binnen. Daarin bevindt zich materiaal dat de alcohol opzuigt, je zou het de verborgen pit kunnen noemen. Wordt de spiritus in het midden van het bakje aangestoken dan wordt de spiritus binnen de dubbele wand algauw zó heet dat ze gaat vergassen en uit de twintig gaatjes treedt. En ook ontvlamt. De hitte die dan vrij komt houdt de stroming opgang.

Het principe is volgens de Zweedse firma Trangia in 1925 bedacht door John E. Johnson van de firma Trangia. Maar het idee is zó veelvuldig toegepast dat niet meer valt na te gaan wie de eerste was. Het roestige potje linksonder (‘The Ideal Express’) was er ook al voor de oorlog, het is Brits. Het rechter potje is een modern Trangia-potje.

Van belang is dat spiritusbranders heel licht kunnen worden uitgevoerd, veel lichter dan petroleum- en benzinebranders, die een hoge binnendruk moeten kunnen weerstaan. Het lage gewicht compenseert voor de geringe verbrandingswaarde van spiritus die (door bijmenging van water en methanol) maar rond de 21 kilojoule per gram ligt. Benzine en petroleum halen de 45 à 46 kJ/g. Voor kampeertochten die niet langer duren dan een dag of zes kan gebruik van alcohol op het totaalgewicht van de rugzak besparen. Het zou mooi zijn als die termijn langer werd, want alcohol is prettig in het gebruik.

Sinds een paar jaar is het glanzende apparaatje te koop dat hierboven zo vrolijk brandt. Het heet de White Box Alcohol Stove en werd in 2006 ontwikkeld door Bill Ballowe in Montana – Google en YouTube lopen er van over. Het bakje is niet van blik of messing maar van aluminium en weegt, ook dankzij een sterk verkleind brandstofreservoir, maar 32 gram. De andere twee komen, zonder deksel, op 60 en 70 gram. De doorslaggevende gewichtsbesparing komt van de mogelijkheid om het bakje zonder meer als brander te gebruiken door de pan er vierkant bovenop te zetten. (Anderen nemen hun bakjes altijd op in een dragend frame annex windscherm.) Dat kan overigens pas als enige tijd na het aansteken van de centrale alcohol ook de gaatjes zijn gaan branden. Evengoed: het is een fantastisch toestel waarmee je zó de wildernis in kunt. Goed voor all the major trails around the world. Lees Ballowe’s blurb op internet.

Het beste neemt de kampeerder zelf de proef op de som. Ballowe’s bakje blijkt werkelijk breed en laag genoeg om er een pan op in evenwicht te houden, en de spiritus blijft ook werkelijk branden, al neemt de capaciteit van de brander zichtbaar af zodra de pan de centrale opening afsluit. Zonder pan verstookt de White Box ongeveer 5 gram spiritus per minuut, zegt de brievenweger. De capaciteit komt daarmee op bijna 2 kW. De Trangia verstookt na een korte aanlooptijd 3 gram spiritus per minuut, de oude Express maar 2 gram. Op dit punt is dus een interessante prestatie geleverd.

Maar schiet je iets op met dit hoge vermogen? Het gaat in het rugzakkamperen niet om de factor tijd maar om de factor gewicht. De kampeerder die de proef op de som neemt stelt vast dat de White Box voor het aan de kook brengen van 700 ml water niet minder spiritus gebruikt dan de Trangia: het is ongeveer 25 gram.

Al doende ontdekt hij opeens ook de dramatische zwakten van Ballowe’s bakje: het is niet afsluitbaar en zijn vuur is niet te doven. Elke keer moet je wat je te veel aan spiritus had ingeschonken volledig affakkelen om de brander weer te kunnen opbergen. Zie de foto. Dit doet binnen twee dagen alle gewichtsbesparing teniet. De White Box is een spiritusbrander voor dagjesmensen.