Vieze smaak

Hollands drama in een notendop – Hans de Haan, voorzitter van de Gelderse VVD, dacht een statement tegen het ongezonde volksgevoel te maken, door zich tegen het door andere partijen afgedwongen, tweedeklas NS-abonnement voor Statenleden te keren. Een keer per week worden de Statenleden op het provinciehuis verwacht. Vroeger kregen ze daar een dure ov-jaarkaart voor, maar das war einmal. Niet alleen die kaart is hun afgenomen, ook de eerste klas. „Onze mensen willen geen tweede klas reizen”, verklaarde hij pontificaal. „Ik vind het eerlijk gezegd goedkoop en populistisch om hier een punt van te maken. De Statenleden werken hard en steken veel tijd in hun werk voor de provincie.’’

Au. In de top van zijn partij blijkt inmiddels een heel andere wind te waaien. Wist De Haan veel, hij zat nog op de oude lijn. Zijn uitspraken, liet partijvoorzitter Henry Keizer weten, waren „een VVD’er onwaardig”. Op Twitter verspreidde zijn partij een link naar de toespraak van premier Rutte, waarin hij zich tegen het Dikke Ik en het graaien van belastinggeld keerde, vergezeld van een bijtend: „Voor alle VVD’ers in Gelderland die de speech van Mark Rutte niet hebben meegekregen.”

Ik kreeg hem wel mee, die speech. Iedereen kijkt inmiddels door Rutte heen – zijn grootste talent is dat hij er totaal niet mee zit. In de affaire-Verheijen zat Rutte nog geheel op de lijn van Hans de Haan: berichtgeving over een gedeclareerde fles wijn van 127 euro deed hij af als „opgeblazen” en een „akkefietje”. Bij de ophef in april over de salarisverhoging bij staatsbank ABN-Amro, verklaarde hij: „Mijn partij staat wat meer ontspannen tegenover hoge salarissen.”

Ook in grote kwesties was er steeds de moeiteloze ommezwaai, het plotseling uitdragen van een moraal die eerst weggewuifd werd. Eerst werd er gekropen voor Vladimir Poetin, uit naam van de „dialoog” en de handelsmissies (een paar maanden voor de aanslag op vlucht MH17: „Onze relatie is zo goed dat we ook moeilijke onderwerpen kunnen bespreken”), nu kan de toon niet ferm genoeg zijn. In een lezing pochen op het ontbreken van iedere visie op wat de maatschappij moet zijn, een jaar later ineens gemeenschapszin prediken.

Enzovoort. We weten het. Het heeft geen zin om alle inconsequenties op te sommen, je op te winden over de schaamteloosheid. Klagen over mensen die na het verlies van hun baan meteen een uitkering aanvragen, terwijl ze wettelijk verplicht zijn om dat te doen – het doet er niet toe. In dit universum zijn de woorden losgekoppeld van hun betekenis. Moraal als effectbejag.

Ruttes politieke overlevingskunst kan in de media op steeds meer ontzag rekenen. Elk zichzelf respecterend medium komt met een portret over het raadsel Rutte. Strekking: er valt met geen mogelijkheid een vaste kern in de man te ontdekken, maar hij flikt het toch iedere keer maar weer. Een fenomeen, consistent in zijn inconsistentie.

Dat is inderdaad knap – en de conclusie is dan ook steeds dat Rutte bij uitstek het type politicus voor onze tijd is. Meedeinend met de vluchtige emotie, inspelend op de woede van het moment („De tweedeklas is prima!”), niet anders dan een spiegel van de wispelturige burger, die heen en weer geslingerd wordt door rancune tegen wie zich verheven waant en hunkering naar gemeenschapszin. Hij is, kortom, de premier die we verdienen. Als hij nog wil, krijgt hij binnenkort zijn derde kabinet.

Arme Hans de Haan – dat is de oude bestuurlijke klasse, die de volkse afkeer van bestuurlijke privileges beschouwt als een rancuneuze oprisping, waar je uit naam van „onze mensen” niet zomaar aan toe moet geven. Maar het echte populisme komt nu vanuit zijn eigen partij.

Voorheen werd de noodzaak van een publieke zaak door Rutte stelselmatig ontkend en genegeerd; daar kon je het mee oneens zijn, maar het was een opvatting. Nu maakt onze premier zich boos over „egoïsme” en „hufterigheid”. Dat is geen voortschrijdend inzicht door talloze affaires en schandalen, de groeiende weerzin van veel mensen tegen een samenleving die als los zand aan elkaar hangt. Het is meebuigen met de tijdgeest, electoraal opportunisme. Dat Rutte de kritiek op het soort maatschappij dat hij zelf tot nu toe altijd bepleitte, ineens uitdraagt alsof hij nooit anders heeft gedaan, besmeurt een oprecht verlangen. Dat geeft een vieze smaak.