Vier NS-koninkrijkjes runden hun eigen toko

Er werd druk gespeculeerd wat er allemaal anders had kunnen lopen in Fyra-week 3.

Het was de week van de wat-als-vraag in de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Fyra. Wat als alarmerende signalen over wanpraktijken in de fabrieken van AlsandoBreda wél serieus waren genomen? Als de waarschuwing van ProRail aan de Inspectie Leefomgeving en Transport in 2012 om geen vergunning, of hooguit een tijdelijke vergunning te geven voor de Fyra-trein, door die inspectie ter harte was genomen? Als de Beneluxtrein eind 2012 niet was opgeheven, zoals directievoorzitter Jan-Willem Siebers van High Speed Alliance (HSA) in 2011 nog had bepleit?

Commissielid Vera Bergkamp vatte die wat-als-vraag samen in haar verhoor van Siebers. Hij had eind 2012 nog kunnen besluiten om de Fyra in december niet in gebruik te nemen. Want er waren signalen te over dat het Fyra-materieel niet deugde. „Heeft u toen niet gedacht: wat doe ik de passagiers en mijn mensen aan?”

Terwijl bedrijfsbreed met angst en beven naar 9 december werd gekeken, de dag waarop de Fyra officieel zou gaan rijden. „Iedereen hield zijn hart vast. Iedereen wist dat NS een enorm risico ging nemen”, zei bestuursvoorzitter Arie van As van onderhoudsbedrijf NedTrain. Maar ik was zo’n beetje de enige die dat hardop en duidelijk zei.”

Het was een cultuur waarin iedereen zijn eigen toko runde, maar niemand over zijn eigen schutting durfde te kijken. Voor HSA was het cruciaal dat de Beneluxtrein zou blijven rijden. Dan was er een alternatief achter de hand voor de Fyra. En zou het ook mogelijk zijn geweest om langer proef te rijden met de Italiaanse treinstellen.

Maar Siebers ving intern bot bij zijn collega’s van NS Reizigers, die problemen met de dienstregeling verwachtten. Ze hadden het daar al moeilijk genoeg om de nieuwe Hanzetreinen naar het oosten van het land in die dienstregeling te krijgen. Het pleidooi voor handhaving van de Beneluxtrein wilden ze daarom niet eens serieus onderzoeken. Dat leidde in 2012 nog tot een interessant ‘pokerspel’ tussen NS en de Belgische spoorwegmaatschappij NMBS, zo bleek uit het verhoor van toenmalig bestuursvoorzitter Marc Descheemaecker van de NMBS. Want in België was er wél spoorcapaciteit vrijgehouden voor die Beneluxtrein. „NS had dat bewust niet gedaan om de Fyra-trein veilig te stellen. Maar wij wilden ook een terugvaloptie hebben voor als de Fyra zou mislukken. We hebben toen aangegeven dat wij dan gaan rijden tot de grens met Nederland. Dan heeft de Nederlandse minister wat uit te leggen als blijkt dat de trein van daaruit niet verder kan rijden naar Amsterdam.”

De wat-als-vraag speelde ook in het verhoor van Bas Oosthoek, opstartmanager van Prorail. Hij was de man die de Fyra voor ingebruikname uitvoerig wilde testen. Maar daar was het in de zomer van 2012 te laat voor. Het Italiaanse materieel was niet voorhanden en er waren te weinig spoor, monteurs en machinisten beschikbaar. Minder dan de helft van de geplande testritten werden daadwerkelijk uitgevoerd. Maar er kwam geen uitstel.

Descheemaecker moet de lachende derde zijn geweest in dit spel, zo bleek uit zijn verhoor. Eind 2012 was de voor NMSBS verlieslijdende Benelux-trein van de baan, net als de lijn Den Haag-Breda-Brussel. Hij kon de drie voor de NMBS bestemde Fyra-treinstellen op tijd afbestellen. En hij wist een Nederlandse claim van 300 miljoen euro op de NMBS weg te onderhandelen. Descheemaecker kon daarbij handig gebruikmaken van de hokjesgeest in Nederland. „NS, HSA, Nedtrain en NS Financial Services waren onze gesprekspartners. Dat waren vier koninkrijkjes binnen NS met hun eigen belangen. En we spelen allemaal het spel met de kaarten die ons worden toebedeeld.”

Ernstiger vond Descheemaecker de vermoedens van onregelmatigheden bij de aanbesteding in 2003. Daar kwam hij achter toen hij, na het stilleggen van de Fyra, forensisch onderzoek liet verrichten naar alle beschikbare dossiers van de afgelopen tien jaar. De vertrouwelijke inhoud ervan is overgedragen aan de Procureur des Koning (het openbaar ministerie in België). „We kregen uiteindelijk de boodschap terug dat, mochten er onregelmatigheden zijn geweest, die inmiddels zijn verjaard. Want voor dergelijke delicten geldt in België een verjaringstermijn van 5 jaar.”