Verlamde Fransman mag sterven van rechter

Na het vonnis is voor artsen de weg vrij om Vincent Lambert te laten sterven. Maar de felle familieruzie over mogelijke euthanasie duurt voort.

De ouders willen Lambert tegen elke prijs in leven houden.
De ouders willen Lambert tegen elke prijs in leven houden. Foto AFP

Het staken van de voeding van de geheel verlamde Franse patiënt Vincent Lambert is niet strijdig met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Maar ondanks dit vrijdag door het Mensenrechtenhof in Straatsburg uitgesproken oordeel, is de bittere familieruzie over de 38-jarige Lambert nog niet voorbij.

Juridisch is voor de artsen de weg vrij om Lambert, die al zeven jaar in vegetatieve staat verkeert, te laten sterven. Zij hebben daarvoor steun van zijn vrouw, een broer, een zus en drie halfbroers. Maar zij staan lijnrecht tegenover zijn ouders en een halfbroer. Die willen Lambert, die alleen zijn ogen kan bewegen, tegen elke prijs in leven houden en kondigden aan hun „strijd” te vervolgen.

„Vincent is niet aan het eind van zijn leven”, aldus zijn moeder. „Hij is niet ziek, maar gehandicapt.” Zij zei tegen Franse media na deze uitspraak te vrezen voor het leven van „alle andere gehandicapten”. Volgens de conservatieve krant Le Figaro zouden 1.700 patiënten in Frankrijk in vergelijkbare toestand verkeren. „We laten niet een paar zwarte jurken en witte doktersjassen Vincent Lambert doden”, zei haar advocaat, maître Jérôme Triomph, vrijdag verontwaardigd.

Begin 2013 legden de artsen in een ziekenhuis in Reims in overleg met echtgenote Rachel Lambert de kunstmatige toevoer van voeding en vocht geleidelijk stil. Hun patiënt zou zich lichamelijk tegen hun zorg hebben verzet. Lambert, die werkte als psychiatrisch verpleegkundige, zou voordat hij in 2008 een ernstig motorongeluk kreeg, volgens zijn vrouw hebben gezegd voorstander te zijn van euthanasie en niet als kasplant te willen eindigen. Ook zijn vrouw werkte in de verpleging. „Zij hadden door hun werk dus vaak de kans dit soort zaken te bespreken”, zei een van haar advocaten.

Maar 31 dagen na het beëindigen van de voeding, oordeelde een lokale bestuursrechter dat de ouders niet voldoende waren geïnformeerd en dat het ziekenhuis Lambert in leven moest houden. Nadat deze uitspraak werd teruggedraaid door het hoogste rechtsprekende orgaan van Frankrijk, de Conseil d’État, deden de ouders een beroep op het Europees Hof. Volgens hen was het besluit hem te laten sterven strijdig met het ‘recht op leven’, zoals geformuleerd in het Europees mensenrechtenverdrag. Maar met twaalf tegen vijf stemmen hield het Hof het Franse besluit overeind.

Hoger beroep is niet mogelijk, maar volgens advocaat Triomphe moet de hele procedure over omdat bij het ziekenhuis nu andere artsen de leiding hebben. Het ziekenhuis zegt opnieuw met de familie in gesprek te gaan.

De affaire maakte in Frankrijk veel debat los over de dubbelzinnige wetgeving over levensbeëindiging. Euthanasie is officieel niet toegestaan, maar een wet uit 2005 geeft artsen de mogelijkheid hun behandeling te staken als dat tot „kunstmatige verlenging van het leven” leidt. Volgens de gelovige moeder van Lambert is kunstmatig voeden iets anders dan behandeling.

De Franse Senaat behandelt momenteel nieuwe wetgeving met meer ruimte voor palliatieve sedatie. Maar die kan dit soort familiedisputen niet voorkomen, zeggen critici.