Tussen de regels

Seks in literatuur is vaak een heikel punt, net als in het werkelijke leven, schrijft Raymond van den Boogaard.

foto Inge Trienekens

Foto Inge Trienekens
Foto Inge Trienekens

Een opsomming van straten en pleinen – en toch is het een van de beroemdste seksscènes uit de wereldliteratuur. Gustave Flaubert schreef van Emma Bovary verschillende versies – in sommige beschreef hij plastisch het stromend geil. Maar niet in de 1856 gepubliceerde versie, waarvoor Flaubert niettemin terecht moest staan wegens zedenschennis. Emma Bovary gaat over de jonge doktersvrouw, die onder invloed van het lezen van romantische romans ontevreden is met haar leven: te weinig seks, geld en glamour. Op zoek naar passie werpt zij zich in de armen van twee minnaars – middelmatige figuren zonder passie, maar voetstoots bereid tot ‘la chose’, van dattum dus.

In de voor 1856 meest schandalige scène wordt Emma een koetsje ingeduwd – en sluit de minnaar de gordijnen. Als de koetsier af en toe vraagt waar de reis heen gaat, hoort hij gesmoorde kreten van binnen: doorrijden. De opsomming van pleinen, straten, kaden, voorsteden en kerken waarlangs de tocht gaat, neemt een pagina in beslag – Parijs was halverwege de negentiende eeuw een van de grootste steden ter wereld. Flaubert werd vrijgesproken. Aan het eind van het boek pleegt Emma zelfmoord, overigens niet uit wroeging over overspel, maar vanwege schulden. Flauberts beroemdste roman is al op vele manieren leerzaam geïnterpreteerd: feministisch – de maatschappij smoort het vrouwelijk gevoelsleven; marxistisch – de bezitsverhoudingen verpesten de seksualiteit. Ook zonder ideologische invalshoek behoudt Emma Bovary een morele actualiteit – kenmerk van alle waarlijk grote romans: seks is weliswaar heel spannend, maar geen volmaakt recept voor levensgeluk of maatschappelijke zelfverwerkelijking.

In onze tijd komt de strafrechter er bij seks in literatuur nog zelden aan te pas. Toch is iets van de opwinding rond dit thema gebleven: in meerdere landen bestaan literaire prijzen voor de beste seksscènes – zoals in Spanje La sonrisa vertical (De verticale glimlach). Ook zijn er negatieve prijzen voor de meest onbeholpen, belachelijke sekspassages. Seks in literatuur blijft een heikel punt, net als in het werkelijke leven, en is geen vanzelfsprekendheid.

Toch neemt een van de oudste literaire teksten der mensheid seks van de vrolijkste kant, en is nog leerzaam ook: de Indiase Kamasutra, in Sanskriet geschreven in de tweede eeuw na Christus, deels in poëzievorm. Wie kent ze niet: ‘de Dolk’, ‘het Varkentje’, ‘de Stier’ en andere technisch beschreven standjes, die niet zelden enige lenigheid vergen. Toch vormen zij maar een van de vele opsommingen in dit te weinig integraal gelezen boek. Het staat vol lijstjes: soorten kussen, categorieën maagden en lustgeluiden. Wie van oosterse seks louter tederheid en vergeestelijking verwacht, komt trouwens bedrogen uit: de Kamasutra biedt nuttige wenken over lustverhogend slaan, hoe je hoeren behandelt en hoe je de vrouw van de buurman verleidt.

Dat de Kamasutra niettemin vooral doorgaat voor een pleidooi voor onbekommerde seks, heeft veel te maken met de tijd waarin de tekst door Britse filologen werd (her)ontdekt: 1863, op het hoogtepunt van de Victoriaanse repressie van seksualiteit. Niet alleen seks zelf kan kennelijk een moment van bevrijding uit maatschappelijke dwang en ander ongeluk betekenen, lezen over seks kan dat ook. Zo heeft een hele generatie Nederlanders zich in de jaren zestig van de vorige eeuw door Ik, Jan Cremer of Jan Wolkers op lustvolle gedachten over een vrijer bestaan laten brengen, zonder dat in die teksten de daad als zodanig gedetailleerd beschreven werd.

Het bevrijdend effect is natuurlijk het grootst wanneer de seks ook nog eens expliciet de maatschappelijke ordening ondergraaft. Lady Chatterley’s Lover van D.H. Lawrence, dat al uit 1928 dateerde, verwekte pas een schandaal – en een proces – toen de roman in 1960 als Penguin pocket voor een breed publiek beschikbaar kwam. In deze roman doorbreekt een aristocratische dame, met een in de Eerste Wereldoorlog gewonde en impotent geraakte echtgenoot, het klassentaboe door een seksuele verhouding met de tuinman. In het seksueel wat meer geharde Frankrijk zijn voor een schandaal drastischer vormen nodig. Histoire d’O van Pauline Réage (1954), over een vrouw die zich uit liefde voor haar minnaar door andere mannen laat nemen en martelen, voldeed in dit opzicht ruimschoots aan die eis.

In zijn essay La mort de l’auteur heeft de Franse literatuurtheoreticus Roland Barthes betoogd dat een roman in het hoofd van de lezer ontstaat en betekenis krijgt. Dat geldt zeker bij seks in literatuur. Waarom raakt de ene lezer opgewonden bij het weven van madeliefjes in schaamhaar (Lady Chatterley’s Lover) of het met een metalen band insnoeren van een vrouwentaille (Histoire d’O), en laten die dingen een ander koud? Algemeen geldige, leerzame wenken voor seks en de rest van het leven hoef je van literatuur niet te verwachten. Dat geldt ook voor mijn persoonlijke favoriete passage, in een verhaal van Wolkers. Tijdens een zondagmiddagwandeling in gezinsverband zegt een jongen tegen zijn kleine broertje: „Ik ken een Roomse meid (..) die is zo heet als een ui”. Die woorden zijn me in mijn bestaan vaak door het hoofd geschoten, en niet zozeer bij het snijden van een ui – zonder dat ik kan omschrijven wat er nou precies prikkelend aan is.

Eigenlijk zijn er niet heel veel romans waarin expliciet een seksuele relatie over langere duur wordt beschreven – wellicht de situatie waarin de meesten van ons wel een goed advies kunnen gebruiken. A Sport and a Pastime van James Salter uit 1967 is zo’n boek, of het vorig jaar verschenen Godin, held van Gustaaf Peek. In beide romans gaan de protagonisten regelmatig met elkaar naar bed, en vernemen we gedetailleerd wat ze daar doen. Zulk realisme heeft één nadeel: eindigheid. Bij Salter gaat het om een lange vakantie zonder vervolg, en Peek vertelt in omgekeerde volgorde, zodat alles met de dood begint. Dat alles eindig is, en seksuele gelukzaligheid niet eeuwig voortduurt – voor die les hebben we de literatuur niet nodig. Wie seks zoekt, zoekt leven, ook al is het onvolmaakt, ook al is het tijdelijk. Emma Bovary wist dat al.