Het intellect ontbreekt in Den Helder

Cyprian Koscielniak

Het verslag van Freek Schravesande over een raadsvergadering in Den Helder waarin een wethouder werd afgeserveerd (Ik ben benieuwd naar je bh, zei hij, 4/6), is schrijnend, los van de scabreuze aanleiding. Weer staat de Helderse gemeenteraad te kijk als falende overheid.

Zelf was ik tot 1990 als jong broekie 12 jaar wethouder aldaar. Van origine ben ik socioloog.

Ik heb altijd het zeer beperkt aanwezige geschoolde kader gezien als problematisch voor deze enigszins geïsoleerde stad. Weinig geschoold kader en bijgevolg ook in de politiek. Dat is de laatste jaren erger geworden.

Steeds minder is de stad komen te beschikken over gezaghebbende leiding en wat er was, is vakkundig populistisch weggewerkt. Gespeend van elk relativeringsvermogen regeert nu de nijd. Je kijkt wel uit voor je dan in de politiek stapt. Wie dat wel doet, ziet het vooral als een welkome bijverdienste.

Destijds waren raadsvergaderingen eerder saai dan chaotisch. Af en toe klonk gelukkig een kwinkslag. Achteraf werd er geborreld in café Slikker, compleet met samenzang. Kom daar nog eens om.

Ooit ging bij onze naaste buren de democratie teloor door freischwebende Intelligenz (Karl Mannheim). In Den Helder is dit het geval door afwezig leidinggevend intellect.

Alleen door impulsen van buiten kan hierin verandering komen. En één ding viel mij toen al op: Jutters (zo noemt men inwoners van Den Helder) staan open voor nieuwkomers, gaan graag het gesprek met ze aan. Ze zijn eraan gewend dat mensen zich niet voor altijd daar vestigen. Dat kan niet veranderd zijn.