Opeens staat de baas weer in de schaduw

In de loop van je carrière krijg je meestal steeds meer te zeggen. Maar hoe is het om als baas juist een stap terug te doen? „Ik moest leren inschatten wat belangrijk is om te overleggen.”

Oud-wethouder Pieter van Woensel: „Ik schermde mezelf helemaal af voor de lokale politiek.”
Oud-wethouder Pieter van Woensel: „Ik schermde mezelf helemaal af voor de lokale politiek.” Foto Mieke Meesen

Franc van den Berg (47) had ruim twintig jaar een eigen consultancykantoor, Beco, met ongeveer vijftig werknemers. In 2012 verkocht hij het aan het veel grotere bedrijf, Ernst & Young.

Toen zijn kantoor, gespecialiseerd in adviezen over duurzaamheid, werd overgenomen veranderde zijn rol. „Toen ik eigen directeur was, kon ik zelf meer bepalen. Ja was ja, en nee was nee”, zegt hij. Hij bleef aan als partner, hield grote zelfstandigheid, maar hij ging ook verantwoording afleggen aan een bestuur, gevormd door andere partners.

Eigen baas zijn, of eindverantwoordelijkheid dragen: een carrièreladder leidt naar boven. Zeker bij grote bedrijven met een hiërarchische structuur, zoals Heineken en Unilever, zegt hoogleraar Leiderschap en Organisatieveranderingen aan de Rijksuniversiteit Groningen, Janka Stoker.

Een stap terug zetten is dus ongebruikelijk – en toch gebeurt dat in de praktijk natuurlijk wel. Hoe is dat, om macht in te moeten leveren?

Opnieuw je plek verdienen

Van den Berg kreeg vanuit zijn omgeving complimenten voor de overname, vertelt hij. „Mensen noemden het een bevestiging dat ik het goed deed. Overgenomen door zo’n grote partij kon alleen maar positief zijn.”

En het wás ook een grote kans, zegt hij. „Het lijkt misschien een stap terug, maar het was voor mij een grote stap vooruit.” Hij zat nu aan tafel met nieuwe, grotere bedrijven. Er was meer mogelijkheid om door te groeien. En niet onbelangrijk, hij kon sparren met collega’s.

Maar toch: het was ook wel lastig, geeft Van den Berg toe. „Ik was er denk ik vanuit gegaan dat het vanzelfsprekender zou zijn. Maar ik moest voor mijn gevoel even m’n plekje verdienen binnen deze nieuwe organisatie.” Van den Berg deed dat door zich proactief op te stellen. „Het is heel voor de handliggend, maar door te communiceren, afspraken na te komen, inderdaad de notities na te sturen en open te zijn over wat ik aan het doen was, stel je je open op.”

„Ik moest vaker overleggen. Er zijn meer factoren waar je rekening mee moet houden, zoals de onafhankelijkheid van het bedrijf. Ik moet nadenken of ik een klant mag accepteren, dat kon ik me vroeger niet voorstellen.” Een nieuwe bedrijf leren kennen, vraagt inzet. „Ik moest leren inschatten wat belangrijk is om te overleggen, en in welke taken binnen mijn eigen verantwoordelijkheid lagen.”

Afscheid nemen van status

Bij stoppen met een hoge, zichtbare functie, komt meer kijken: afscheid nemen van een status. „De functie en de persoon lopen in de politiek bijvoorbeeld al snel door elkaar. Je wordt aardig gevonden, je denkt omdat jij het bent, maar in praktijk is dat vaak omdat je macht hebt en mensen iets van je willen”, zegt Stoker. „Auto, secretaresse, alles wordt geregeld. Iedereen buigt voor je, en dat is even wennen als dat niet meer gebeurt. Als je eenmaal macht hebt, wil je dat graag houden, want er komen allemaal voordeeltjes bij die je natuurlijk liever niet meer inlevert.”

„Toen ik in 2007 stopte als wethouder in Den Haag, moest ik bedenken of ik mezelf zag in een andere functie, een functie waar ik geen eindverantwoordelijke rol had”, zegt voormalig VVD-wethouder Pieter van Woensel (44) „Headhunters zeiden tegen me: ‘Je moet er vanuit gaan dat je in een lagere functie terecht komt. Wil je dat doen? Kan je dat?’” Dat zette hem aan het denken – zozeer dat hij nóg een keer wethouder werd, maar nu in Leiden. Vorig jaar hield na de gemeenteraadsverkiezingen ook die functie op.

Nu hij heeft een eigen bedrijf opgericht, en werkt hij in opdracht voor HTM, het openbaarvervoersbedrijf in Den Haag. „Ik realiseer me dat ik nu opdrachtnemer ben, dat ik met klanten werk. Er ligt een opdracht, en ik moet zorgen dat de klanten tevreden zijn.” Met andere woorden, hij is dienstbaar. „Wanneer je leiding geeft aan bestuurlijke processen heb je een andere rol en ben je vooral zelf degene die bepaalt wat er gebeurt.”

„Sommige collega’s uit de politiek zijn nog op zoek. Werkgevers stellen zich de vraag of oud-bestuurders wel een omschakeling kunnen maken van eindverantwoordelijke naar werknemer of ondernemer, dus je moet laten zien dat je dat kunt en wil.”

Hoe doe je dat? Van Woensel: „Aantonen dat je ook op functies uit de voeten kunt waar je geen leidinggevende rol hebt, op basis van je cv bijvoorbeeld”, zegt hij. „In een sollicitatiegesprek aantonen dat je bereid bent iets te moeten inleveren.” Dat je om kunt gaan met andere machthebbers dus, en bereid bent naar iemand anders te luisteren.

Loslaten is moeilijk

Gebeurt dat niet, neem je geen afstand? Dan kan het wel eens misgaan. Neem dit voorjaar de affaire Volkswagen in Duitsland. De voormalige directeur, Ferdinand Piëch, trok zich terug. In 2002 al. Geen baas meer, maar hij nam wel zitting in de Raad van Commissarissen. Toen hij zich in Der Spiegel publiekelijk uitsprak tegen topman Martin Winterkorn, en deze laatste de steun kreeg van de aandeelhouders, moest hij zelf opstappen.

„Daaruit blijkt dat het heel moeilijk is om je oude functie los te laten. Eigenlijk moet je dan helemaal stoppen en afstand nemen”, zegt Stoker. „Politici die terugkeren in de Tweede Kamer, of gedeputeerden die weer in de Provinciale Staten terugkomen, zouden ook nooit hun oude portefeuille moeten nemen.” Zo voorkom je dat mensen zich tegen hun eigen werk aan blijven bemoeien.

„Je moet niet gefrustreerd zijn over je nieuwe rol, dan gaat het nooit lukken om een stap terug te zetten”, zegt Stoker. „Om dat te voorkomen, gaan mensen die een stap terug doen, ook vaak op een andere afdeling aan de slag.”

Van Woensel besloot de tweede keer ook de politiek helemaal achter zich te laten: „De eerste maanden volgde ik geen lokale politiek en media. Ik schermde mezelf er even volledig voor af. Doordat ik in 2007 dit al had meegemaakt, was ik voorbereid, wist ik beter hoe ik het aan moest pakken. Eerder bleef ik teveel in de politiek hangen, volgde ik wél het lokale nieuws, terwijl het juist de bedoeling is dat je doorgaat en nieuw werk vindt.”

De oud-wethouder ziet trouwens ook voordelen: hij heeft nu meer vrije tijd dan in zijn vorige publieke functie. „Na een hectisch bestaan met werkdagen van meer van zestig uur, is dit wel een stukje rustiger.”

Wel of niet?

Voor wie overweegt om z’n bedrijf te verkopen, heeft Van den Berg nog wel een advies: bij twijfel niet doen. „Als er in je hoofd een klein radartje draait dat twijfelt of het juist is om je onafhankelijkheid op te geven, dan moet je het niet doen.”

Maar hij heeft zelf allesbehalve spijt. „Op het moment dat ik bij grote klanten aan tafel zat, over mijn passie, duurzaamheid, kon praten, kreeg ik een groot gevoel van voldoening. Als mijn collega’s daar naar luisteren, al helemaal. Als je meer impact kunt hebben, door zelfstandigheid op te geven, dan word ik daar heel gelukkig van.”