Op kamers met worstenbroodjes

Dit weekend begint het WK voor vrouwen. In tegenstelling tot jongens moeten de meiden in soberheid toewerken naar de top.

Eline Koster (18) uit Heinenoord (links) en Fenna Kalma (15) uit Heerenveen behoren tot de huidige lichting voetbalsters in opleiding. Zij bewonen de Amsterdamse flat waar de WK-gangers zijn begonnen.
Eline Koster (18) uit Heinenoord (links) en Fenna Kalma (15) uit Heerenveen behoren tot de huidige lichting voetbalsters in opleiding. Zij bewonen de Amsterdamse flat waar de WK-gangers zijn begonnen. Foto’s Roger Cremers

Het uitzwaaien ging gepaard met een grote brok in de keel. Buiten stapten haar ouders in de auto voor de terugreis naar Limburg. Binnen, in een studentenkot op de vierde verdieping van een flat in Amsterdam, bleef Lieke Martens achter met een pak worstenbroodjes dat haar moeder haar nog had toegestopt.

Daar zat ze dan. Een vijftienjarig voetbaltalent dat vanaf dat moment op zichzelf was aangewezen in een stad met 160 keer zoveel inwoners als de vijfduizend in haar woonplaats Nieuw Bergen.

Haar verhuizing naar Amsterdam in 2008 was een offer. Ze verliet huis en haard om zich te kunnen ontwikkelen tot een topvoetbalster. Dat lukte. Zaterdag staat ze in de basisopstelling als de Nederlandse vrouwen hun eerste wedstrijd ooit op een WK spelen. Tegenstander is Nieuw-Zeeland, waartegen om 19.00 uur lokale (drie uur ‘s nachts in Nederland) wordt afgetrapt in het Commonwealth Stadium van het Canadese Edmonton.

De weg naar dit WK begon voor Martens, speelster van Kopparberg/Göteborg in Zweden, en vier andere internationals met een verhuizing naar een woontoren in de multiculturele Amsterdamse wijk Osdorp. Merel van Dongen (22), Tessel Middag (22), Desiree van Lunteren (22) en Sari van Veenendaal (25) zijn de anderen die aan het einde van hun tienerjaren deel uit maakten van het CTO Amsterdam Talent Team. Een trainingsprogramma van de voetbalbond KNVB en het Centrum voor Topsport en Onderwijs dat jaarlijks zo"n 24 meisjes in staat stelt om fulltime met voetbal bezig te zijn. Net als jongens in de jeugd van clubs uit het betaalde voetbal. Maar dan aanzienlijk soberder.

„Het idee was voetballen, studeren en wonen op fietsafstand”, vertelt Sari van Veenendaal, die met Martens is aangeschoven in een Italiaans restaurant nabij het spelershotel in Edmonton.

De reservekeepster van de Oranje Leeuwinnen behoorde in 2007 tot de eerste lichting speelsters die werd geselecteerd voor het project. Nadat ze vlak ervoor te licht was bevonden door FC Utrecht, zag ze het CTO-team als een springplank om alsnog de eredivisie te halen. Tachtig tot negentig procent van de speelsters slaagt daarin. De huidige keepster van FC Twente was destijds zeventien jaar en leerde bij het CTO als een topsporter te leven. Hoe ze haar eigen spel aan de hand van wedstrijdbeelden kon verbeteren. Wat de beste voeding is. Of hoe ze haar spieren zo snel mogelijk kon laten herstellen na zware inspanning.

Haar ouders stonden achter haar keuze. Ze waren gerustgesteld doordat hun dochter het voetbal zou combineren met een studie aan de Johan Cruijff University.

Even slikken

Zo trok Van Veenendaal verheugd naar Amsterdam. Eenmaal aangekomen moest ze even slikken toen ze rondkeek op de plek waar ze met de anderen was ondergebracht. Het was alsof ze gingen wonen zoals sommige arbeidsmigranten in Nederland: met zijn negenen in een appartement dat vele malen kleiner was dan haar ouderlijk huis in Nieuwegein.

Van Veenendaal: „De huisvesting was nog niet geregeld zoals het zou moeten. Het appartement was kaal en had maar drie slaapkamers. Voor mezelf alleen vond ik zo’n kamer al klein, maar nu stonden er drie bedden in één kamer. Het was bizar. Dit werd onze woonruimte en we hadden geen idee voor hoe lang.”

Orde was er amper. Ook erbuiten niet, als ze met een plattegrond door Amsterdam fietste. „,Mijn vader had daarop de route naar het trainingsveld getekend. De metro naar school? Ik had geen idee hoe dat werkte. Nou, succes.”

Martens grinnikt. „Ik heb ook spannende dagen gehad”, zegt ze. „Als meisje uit een klein dorp in Limburg belandde ik opeens in Osdorp, niet bepaald de beste wijk van Amsterdam. Alles was nieuw. Ik verliet mijn vertrouwde omgeving om ergens anders te voetballen en op een nieuwe middelbare school mijn vmbo-examen te doen. Of het eng was? Sowieso.”

In tegenstelling tot Van Veenendaal had Martens wel direct een eigen kamer tot haar beschikking. „Wij hebben het voor jullie opgezet”, zegt Van Veenendaal, die een jaar eerder tot het CTO-team was toegetreden. Na drie weken ‘kamperen’ in het propvolle appartement was zij met de anderen naar de flat in Osdorp verhuisd, waar ze ieder een eigen kamer kregen aan dezelfde gang.

Wie daar mag wonen, leidt een leven dat discipline en doorzettingsvermogen vergt. Zelfstandigheid is een vereiste. Wel worden de jongste speelsters gekoppeld aan een speelster die al langer in het programma zit, een „buddy” die hen kan helpen met wassen, strijken en koken.

Een eitje

„De eerste paar weken heb ik niet goed kunnen eten”, zegt Martens. „Koken kon ik niet. Ja, een eitje en pasta. Mijn moeder gaf me daarom ook vaak worstenbroodjes mee. Toezicht? Dat was er niet. In het begin betekent dat dolle pret, zo zonder ouders, maar na een paar weken is dat over. Later zag de coördinatie in dat meiden van vijftien het eigenlijk nog niet alleen redden.” Tegenwoordig is er veel meer begeleiding. Er wordt geregeld voor de meiden gekookt en de assistent-coach woont in dezelfde flat, zij het op een andere etage.

Stap voor stap wennen de bewoonsters aan het topsportritme. Trainen, school, huiswerk, boodschappen, koken, soms nog eens trainen en dan is de tijd vaak op. Om tien uur moeten de lichten uit. Het zoete leven? Niet voor alle talenten.

Martens en Van Veenendaal vertellen over meisjes die midden in het seizoen afhaakten. Gebroken door het gemis van thuis of te weinig motivatie om alles voor het voetbal op te offeren. „Je moet sterk in je schoenen staan. Ik was elke donderdag blij dat ik naar huis mocht”, erkent Van Veenendaal. Tijdens de weekeinden thuis konden de speelsters zich opladen voor de daaropvolgende week.

„In Zweden mis ik mijn ouderlijk huis ook wel eens”, zegt Martens. Soms kijkt ze met milde jaloezie naar vriendinnen die zich laven aan het studentenleven, terwijl zij op tijd naar bed gaat en bezig is met wat ze eet. „Maar er zijn ook heel veel meisjes die denken: had ik hun leven maar.”

Van Veenendaal: „Ik heb bij het CTO de omslag gemaakt. Dus ik wilde iets bereiken? Dat zou alleen kunnen als ik alle informatie opslurpte en er iets mee deed.”