‘Ongenuanceerd’ rapport over ongeluk monstertruck

Ex-burgemeester Haaksbergen

„Achteraf had ik eerder meer door het stof moeten gaan’’, Vorige week stapte hij op om het monstertruck-ongeluk.

Een monstertruck die het publiek inrijdt, met fatale gevolgen. Drie doden en 28 gewonden. Het zijn drama’s die je als burgemeester nooit hoopt mee te maken. „Vreselijk. Als je dat hoort, zakt de grond onder je voeten weg”, zegt Hans Gerritsen.

Vorige week stapte hij op als burgemeester van Haaksbergen, nadat de Onderzoeksraad voor Veiligheid zijn rapport over het ongeluk van september vorig jaar had uitgebracht en de gemeenteraad, inclusief zijn eigen PvdA, aanstuurde op zijn vertrek. Hij was zich onvoldoende bewust van zijn taak, vond de raad. Die verweet hem ook te weinig schuldbesef en een gebrek aan zelfreflectie. „Een ongekend hard oordeel”, vindt Gerritsen. „Onverwacht hard ook.”

Nu „het stof is neergedaald”, ruim een week na zijn vertrek, wil hij in het kantoor van zijn (externe) woordvoerder terugblikken. „Dat lijkt mij reëel. Drie interviews aan drie dagbladen, en daar wil ik het dan bij laten”.

„In de nasleep van het ongeluk hebben vooral emoties gespeeld en is er weinig recht gedaan aan de feiten”, meent Gerritsen. Hij verwijt de gemeenteraadsleden dat ze het rapport van de Onderzoeksraad, verschenen op 20 mei, „voor zoete koek” hebben aangenomen. „Men heeft niet of nauwelijks nog naar mij willen luisteren. Een houding die ik van de doorgaans kritische en nuchtere gemeenteraad niet ken. Ik ben er verbijsterd over.”

De Onderzoeksraad oordeelde dat bij alle partijen (gemeente, organisatie en truckeigenaar) onvoldoende oog is geweest voor de risico’s en dat scherpte bij de vergunningverlening heeft ontbroken. Die vergunningverlening voor het evenement met de monstertruck, was ‘gemandateerd’ aan een ambtenaar die volgens het rapport te veel ruimte had dat mandaat naar eigen inzicht uit te oefenen.

Op dat rapport valt wel wat af te dingen, vindt Gerritsen. „Het is ongenuanceerd over de mandatering. De Onderzoeksraad introduceert een nieuwe norm voor het mandaat – namelijk dat de burgemeester er bovenop moet zitten – en past die toe op een oude werkwijze. Dat kan niet.”

Het klinkt alsof u nog steeds bij die vergunning blijft.

„Ik erken dat die opstelling een kille uitstraling heeft, maar ik sta er inhoudelijk nog steeds achter. Ik zie niet in dat ik iets anders had kunnen of mogen doen. In die vergunning staan wel degelijk maatregelen; tien meter afstand wordt bij stuntshows wel meer toegepast. Het is nu aan de bestuursrechter om te beoordelen of wij als college terecht de vergunning handhaafden.”

Afgaande op reacties van raadsleden had u met wat meer deemoedigheid mogelijk uw baan nog gehad.

„Ja, misschien had ik deemoediger moeten zijn. Maar ik heb twee rollen moeten combineren: die van burgervader en burgemeester/bestuurder. Je kunt niet twee dingen tegelijk; je kunt niet én deemoedig zijn en excuses aanbieden én de vergunning in stand houden. Achteraf had ik al in oktober, bij de eerste raadsvergadering over het ongeluk, meer door het stof moeten gaan. Door vast te houden aan het juridische verhaal, ben ik vervreemd van de nabestaanden. Dat heeft afbreuk gedaan aan mijn rol als burgervader.”

Was dat uit angst voor claims?

„Nee, we horen te besturen op grond van feiten. Als wij verkeerd omgaan met de belangen van de gemeente, heeft dat financiële en juridische gevolgen. De belangen van de slachtoffers zijn hoe dan ook gewaarborgd. Het Waarborgfonds Motorverkeer neemt de schade op zich. Wie aansprakelijk is, de organisatie, de gemeente of de truckeigenaar, moet nog blijken.”

U was eerder niet van plan af te treden, u wilde verantwoording afleggen in de raad. Wanneer kwam besef dat aftreden onvermijdelijk was?

„Bij het schudden van de handen voor de raadsvergadering merkte ik al dat het niet goed zat. Er waren goede contacten, op het vriendschappelijke af. Maar er hing een totaal andere sfeer.”

Wat gaat u nu doen?

„Eerst even bijkomen. Daarna wil ik mij weer verdienstelijk maken.”