Nu moet Anne echt van mij worden

Actrice Sjoukje Hoogma (24) nam deze week de titelrol over in de langlopende theaterproductie Anne van Rosa da Silva, die een filmrol aannam. „Anne Frank is ook gewoon een lastige puber die twee jaar met haar ouders in een huis zit opgesloten.”

Tekst Herien Wensink Foto Andreas Terlaak

Kind nr. 8

„Met mijn ouders op de bank in Wierden zag ik een uitzending van de Musical Awards, waarin een stukje voorbij kwam van Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?, met allemaal kinderen erin. En ik dacht: hé, ik ben net zo oud als zij – ik was tien – en dit lijkt me fan-tas-tisch om te doen. Onder in beeld stond dat ze nog kinderen zochten. Toen heb ik stiekem een mailtje gestuurd; mijn ouders wisten van niks. Terug van vakantie lag er een brief op de mat: je hebt morgen auditie. Terwijl ik niet eens wist wat ‘auditie’ was. Ik ben gegaan en heb een ontzettend leuke dag gehad. En toen was ik opeens aangenomen. Ik heb het twee jaar gedaan. ‘Kind nr. 8’ was ik, en elke minuut was geweldig.”

Tweede natuur

„Ik had helemaal geen ervaring met dansen of zingen, maar ik wilde het wel altijd al. Mijn vader gaf thuis pianoles, mijn moeder zat bij een theaterclubje en ze zaten samen in een band; het was voor mij volkomen vanzelfsprekend dat ik dat ook ging doen. Laatst zag ik een videoband terug waarop ik op de peuterspeelzaal al tien minuten lang allemaal zelfverzonnen liedjes zing – het is gewoon een raar soort tweede natuur. Maar ondertussen had ik geen idee hoe je dat professioneel moest aanpakken: hoe word je zangeres of danseres? Tijdens de tournee van Hamelen ontmoette ik kinderen die daar al professioneler mee bezig waren. Vanaf dat moment werd de droom serieuzer.”

Eigenwijs

„Omdat ik al zo goed wist wat ik wilde, interesseerde ik me nauwelijks nog voor school. Bij wiskunde dacht ik: ik wil dit niet leren, want ik heb het straks toch niet nodig. Ik was ontzettend eigenwijs en voelde me in mijn ambitie niet serieus genomen. Dus gooide ik mijn kont tegen de krib: niet luisteren, opdrachten niet doen. Oei, als ik leraar was geweest, had ik mezelf nooit als leerling willen hebben, haha. Maar ik ging er met zoveel tegenzin heen; het was echt huilen vaak. Na vier jaar havo ben ik ermee gestopt.”

MBO

„Op de mbo in Zwolle, richting artiest, dans en theater, was het eerste jaar fantastisch – eindelijk kon ik dansen, zingen en spelen! Maar ik merkte wel gauw dat het er ontbrak aan professionaliteit. Ik deed mee met twee vingers in mijn neus en kreeg nog mooie cijfers. Na een jaar ben ik geswitcht naar de Fontys dansacademie in Tilburg, richting musical. Wonder boven wonder heb ik me door die dansaudities heen gebluft. Maar ook dat was het niet: te veel gericht op show, te weinig inhoudelijk. Ik wilde ook zelf werk maken en schrijven, en leren over Shakespeare. Dus na weer een jaar heb ik uiteindelijk auditie gedaan bij de Kleinkunstacademie in Amsterdam. Ik was de eerste op de wachtlijst, en toen viel er iemand af.”

Wees lelijk!

„In Amsterdam voelde ik me helemaal op mijn plek, maar het was ook zwáár. Je moet jezelf helemaal binnenstebuiten keren. Bij elk nieuw blok, elke nieuwe docent was het weer vaak tranen en frustratie: ik kan dit niet! Je valt continu terug in oude valkuilen. Bij mij is dat te veel denken, overanalyseren, niet los kunnen laten. Tot ik les kreeg van Bart Kiene, die bij alles zei: Wees lelijk! Maak het lelijk! Dan speelden we teksten uit Hamlet terwijl we tegen de muur opsprongen of gekke bekken trokken. Je moet je ego kunnen uitschakelen, en de neiging tot controle loslaten. In de lelijkheid kun je momenten vinden van grote schoonheid en menselijkheid. Dan zei Bart: ‘Dit was zo lelijk, maar zó goed!’ We kregen er ook heel vreemde lessen, zoals van Paul Binnerts en Nancy Gabor. Nancy gaf ons bijvoorbeeld mee: ‘Breathe through your asshole’. Ja, daar moet je je dan aan overgeven.”

Randy Newman

„Met mijn spel ging het het eerste jaar niet geweldig. Ik kreeg steeds dezelfde kritiek, dat het te klein was, te veel naar binnen gekeerd. Maar in liedperforming was ik wel goed, dat durf ik wel te zeggen. Muziek vertelt meer dan je zelf kan doen, en dat tilt mij op. Mijn stem is vrij laag, ik voel me thuis in het repertoire van Tom Waits en Randy Newman. Bij een les van Joost Prinsen in het tweede jaar zong ik Newmans God’s song. Dat voelde heel krachtig, en vanaf dat moment wist ik wat ik kon. Toen kon ik ook met spelen een knop omzetten.”

Derde boom van achter

„Mijn stage deed ik bij Hij gelooft in mij. Ik had een piepkleine rol, echt ‘derde boom van achter’, hahaha. Nee, ik was swing, dat betekent dat je een klein rolletje hebt dat kan vervallen, en understudy [achtervanger, red.] bent voor een aantal anderen. Op de première zong ik al meteen in het ensemble, omdat iemand een scherm op haar hoofd kreeg en een hersenschudding had. In de 348 keer dat we die voorstelling speelden, heb ik zo heel veel verschillende rollen gehad. Dat was een goeie leerschool, en zo bleef het spannend en fris.”

Anne

„Via via hoorde ik over de audities voor Anne. En van kinds af aan zeg ik al: ik wil in mijn leven twee mensen spelen, Edith Piaf en Anne Frank. Haar eigengereidheid en koppige ambitie herken ik, ik vond het dagboek prachtig, en vrienden vinden dat ik ook fysiek op haar lijk. Maar het castingbureau had mij niet voorgedragen. Toen heb ik gebeld: ik wil ook! Op het laatste moment kwam er een plekje vrij en toen moest ik meteen de volgende dag voorspelen. Ik zat bij de laatste twee. Uiteindelijk werd Rosa da Silva Anne, en dat was natuurlijk even slikken: nèt niet. Maar ik wist wel meteen: yes, ik ben understudy, sowieso! Ik heb de rol direct 100 procent voorbereid; als zij haar been breekt, moet je klaar staan. Een maand na de première speelde ik Anne al.”

Understudy

„Als je understudy bent imiteer je plat gezegd gewoon de rolopvatting van een ander: die zin zegt ze zo; bij die zin staat ze daar; als je een keertje invalt wil je niet opeens je collega’s in de weg staan. Ik heb wel gehad dat ik Rosa’s stem in mijn eigen stem terughoorde. Nu Rosa de hoofdrol in ‘De Tweeling' gaat spelen, moet Anne echt van mij worden. Ik ben een ander type, een andere actrice dan Rosa; zij is alleen al twintig centimeter kleiner. Als ik Anne nu speel, zit ik veel lager in mijn stem. Dat voelt meer geaard. Als ik het verschil moet omschrijven, zou ik zeggen dat Rosa’s Anne meer een springerig ADHD-meisje is, en de mijne meer de piekerende puber.”

Glazuurlaag

„Als je Anne speelt, moet je door de glazuurlaag heen van het icoon dat ze is geworden. Ze is geen heilige, maar ook gewoon een lastige puber die twee jaar met haar ouders in een huis zit opgesloten. Toen ik het dagboek herlas dacht ik geregeld; kind, hou eens op met zeuren! Soms is het best een kreng. Om van haar een geloofwaardig meisje te maken ga ik deels uit van hoe ik zelf was op mijn dertiende, veertiende. Ik moet het beeld van ‘Anne Frank’ loslaten, en haar bekijken als een gewoon personage, zoals ik ook bij, zeg, Ophelia zou doen. Van Anne weten we wel veel meer; hoe ze eruit zag, hoe ze dacht. En onder haar verhaal zit altijd de lading van de Holocaust. Toch is dit stuk niet alleen maar een verhaal over de oorlog. Het gaat ook over een meisje dat opgroeit. Ze wordt verliefd, ze heeft dromen, ambities – daar kunnen veel mensen zich in herkennen. Iedereen weet natuurlijk hoe het met haar afloopt, maar het is de kracht van deze productie dat je dat even vergeet.”