Niemand vangt een vallend mes

Oud ANWB-voorzitter Guido van Woerkom heeft gemerkt hoe beeldvorming iemands leven kan veranderen toen hij de nieuwe Nationale ombudsman zou worden. Nu blikt hij terug. „Het wantrouwen regeert.”

Tekst Hugo Logtenberg Foto’s Merlijn Doomernik

Guido van Woerkom solliciteerde als Nationale ombudsman: „Als je het instituut ombudsman plat slaat, is het de klachtenafhandeling van een groot bedrijf. In dit geval het staatsbedrijf.”
Guido van Woerkom solliciteerde als Nationale ombudsman: „Als je het instituut ombudsman plat slaat, is het de klachtenafhandeling van een groot bedrijf. In dit geval het staatsbedrijf.” foto: Merlijn Doomernik

Zijn tuin heeft er „in jaren” niet zo goed bij gelegen. Glimlachend: „Ik heb er nu tijd voor.” Oud ANWB-baas Guido van Woerkom (59) was precies een jaar geleden de beoogde, nieuwe Nationale ombudsman. Tot hij onverwacht in een publicitaire cycloon terechtkwam na een opgehaalde uitspraak uit 2010 over Marokkaanse taxichauffeurs. Nog altijd verbaasd: „Ik wist niet wat ik meemaakte.”

Bekomen van die „pijnlijke beschadiging” blikt hij in hotel Des Indes nabij het Haagse Binnenhof terug op wat er gebeurde. Een verse onderscheiding als Officier in de orde van Oranje Nassau prijkt op zijn revers, als erkenning voor tal van maatschappelijke nevenfuncties en vijftien jaar leiderschap van de ANWB. Een baan die hij dacht te gaan verruilen voor die van Nationale ombudsman. Met vier andere kandidaten werd Van Woerkom door een eerste selectiecommissie uit een groep van dertig sollicitanten gekozen. Een tweede selectiecommissie, bestaande uit zes Tweede Kamerleden, presenteerde hem vervolgens als dé kandidaat om hoogleraar Alexander Brenninkmeijer op te volgen in de landelijke ombudsfunctie.

Hoe hoorde u van de vacature?

„Ik las in de krant dat Brenninkmeijer wegging maar sloeg daar niet op aan. Eind 2013 zag ik de advertentie in de krant staan. Die heb ik toen uitgeknipt. Bij de nieuwjaarsreceptie van de koning werd ik door onder andere kinderombudsman Marc Dullaert spontaan aangesproken of die functie niets voor mij was. Toen ik naar huis reed, dacht ik: daar moet ik iets mee. Zo heb ik een brief geschreven, om eens te kijken wat er zou gebeuren.”

Hoe verliepen de gesprekken?

„Heel goed. En het was me heel duidelijk dat het profiel van Alex Brenninkmeijer niet was wat ze zochten. Het geheven vingertje, de politiek voortdurend de maat nemend; dat wilde men niet meer. Dat gold voor beide sollicitatiecommissies.”

Het gaf Van Woerkom het gevoel kansrijk te zijn omdat hij, naar eigen zeggen, „een totáál ander persoon” is dan Brenninkmeijer. „Laat ik het zo zeggen: ik vind niet dat een ombudsman het 151ste Kamerlid moet zijn.”

Wat maakte u geschikt voor het ambt?

„Als je het instituut ombudsman plat slaat, is het de klachtenafhandeling van een groot bedrijf. In dit geval het staatsbedrijf. En klachten goed afhandelen is één. Maar hoe kun je de klachten voorkómen? Dát is een interessante vraag en daar heb ik, onder meer bij de ANWB, ruime ervaring mee opgedaan. Beide sollicitatiecommissies zochten nadrukkelijk geen steile jurist maar iemand die middenin de maatschappij stond, de temperatuur van de samenleving echt kent.”

Zegt de man die nog niet zo lang geleden zei „nooit” met het openbaar vervoer te reizen. „Ik denk er niet over in de trein of bus te stappen,” zei u.

„Laat deze ‘nooit’ nou niet het beeld oproepen dat ik de trein niet van binnen ken.”

Het klinkt vrij elitair, zeker voor een kandidaat ombudsman.

„Dat beeld wil ik corrigeren want nu lijkt het alsof ik iets tegen de trein heb.”

Sterker, u zei: „De trein kost meer reistijd en het comfort is ver te zoeken: winderige stations en vieze treinen, als ze al rijden.”

„Ja, uh. Nou, oké. Maar neem van mij aan dat ik weet wie er zoal in de trein zitten. Ik zelf ook tegenwoordig. En met plezier.”

Hoeveel mensen in uw omgeving hebben ooit een beroep gedaan op de Nationale ombudsman?

„In míjn omgeving? Geen, denk ik.”

Waarom wilde u uitgerekend de baas worden van een organisatie waar medewerkers zich voorstaan op hun „Robin Hoodachtige motivatie”: opkomen voor de zwakkeren in de samenleving?

„Ik begrijp het punt maar het feit dat je zelf niet tot die groep behoort of daar dagelijks tussen verkeert, wil niet zeggen dat je niet voor ze op kunt komen. Dat vond ik juist een mooie uitdaging.”

Van Woerkoms voordracht komt een paar dagen na de aankondiging in mei 2014 onverwacht onder druk te staan. Er duikt een omstreden uitspraak op die hij in mei 2010 deed als ANWB-baas op een congres van wagenparkbeheerders. Van Woerkom zei daar, „grappend bedoeld”, dat hij zijn vrouw niet met een taxi laat gaan „omdat er een Marokkaan achter het stuur zou kunnen zitten”.

De uitspraak komt tijdens zijn sollicitatiegesprekken niet aan de orde, hoewel hij met de Kamerleden uitgebreid spreekt over de integratieproblematiek. Van Woerkom brengt de uitspraak zelf ook niet ter sprake. „Ik heb er destijds meteen publiekelijk mijn excuses voor aangeboden aan de Marokkaanse gemeenschap. Die zijn door het Samenwerkingsverband Nederlandse Marokkanen aanvaard. Dus ik was ook niet verbaasd dat ik er niet naar werd gevraagd door de commissie. Het was afgehandeld.”

De uitspraak geeft een inkijk in uw wereldbeeld.

„Je moet het zien in de context van mei 2010. Er was in Amsterdam net iemand doodgeslagen door een taxichauffeur en er liepen onderzoeken naar de agressie en intimidatie in de taxiwereld. Marokkaanse taxichauffeurs waren heel vaak de veroorzakers. Daarbij speelde het onderwerp ook in mijn eigen omgeving. Het was in de periode van de laatste hockeywedstrijd van het seizoen van mijn dochter, die ’s avonds ging stappen maar niet een taxi terug wilde nemen. Zoals een vriendin van haar zei: ‘En dan zeker bij zo’n Marokkaan in de auto?’ Dat was de setting waarin ik mijn ongelukkige uitspraak deed. Natuurlijk was dat fout maar dat het in mijn hoofd zat, kwam door al die beelden die op dat moment actueel waren.”

Wanneer hoorde u voor het eerst weer van de uitspraak?

„Dat was op de dag van de bekendmaking van mijn voordracht op het bureau van de nationale ombudsman. Daar werd het op tafel gelegd, tot mijn verrassing. Een paar dagen later dook het op in de media. Ik dacht: verhip.”

Het was het begin van het einde. Als de mediastorm die zaterdag aantrekt, belt van Woerkom bezorgd commissievoorzitter Magda Berndsen (D66). „Ik kreeg haar niet meer te pakken.” Van Woerkom vouwt zijn handen. „De wet van het vallende mes trad in werking: niemand vangt het.”

Politici onder aanvoering van GroenLinks-Kamerlid Linda Voortman buitelen vervolgens over elkaar heen om hun afkeur uit te spreken. Voortman heeft „ernstige twijfels” of Van Woerkom wel een ombudsman kan zijn „voor alle Nederlanders”. Het ergert hem nog altijd. Voortman was lid van de sollicitatiecommissie maar liet verstek gaan. Ook bij een, naar aanleiding van de ophef ingelast, gesprek van bezorgde Kamerleden met van Woerkom, verscheen ze niet. „Ik was verbijsterd. De vrouw die in de media zo van leer trok, nam nooit de moeite met me te praten.”

Stond er nog een rekening open van GroenLinks uit uw ANWB-tijd?

„Dat heb ik me ook afgevraagd. Ik kan het me werkelijk niet heugen.”

Wat was het wel? Profileringsdrang van een onbekend Kamerlid?

„Daar had het zéker met te maken.”

Heeft u haar gebeld?

„Nee, dat kan niet in een lopende procedure. Bovendien was dat een taak voor de fractievoorzitter van GroenLinks, toen nog Bram van Ojik. Hij had tegen haar moeten zeggen: over die Marokkanen-uitspraak mag je van alles vinden, maar het argument dat die man niet het goede profiel heeft als ANWB’er en VVD’er, had je in die commissie aan de orde moeten stellen. Maar hij gaf haar de vrije hand.”

U spreekt over „de wet van het vallende mes”. Dat gold ook voor uw VVD.

„Die hebben wel hun best gedaan, maar niet publiekelijk. Dat klopt. Pieter Litjens [VVD’er en lid van de sollicitatiecommissie, HL] zei: ‘Het komt wel goed’. Uiteindelijk hád ik ook voldoende steun. Ik kreeg 91 van de 150 Kamerleden achter me. Dit kabinet 76.”

U zat er riant bij!

Lacht: „Precies.”

Felicitaties volgden. „Dat deed me ontzettend goed.” Vanuit de politiek hoorde hij niks. „In de huidige politiek wordt er een bot in de arena gegooid, ze springen erop, kluiven het af en dan is het wachten op het volgende. Dit keer was ik het bot.”

Het was niet Van Woerkoms enige probleem. Een dag voor de stemming in de Tweede Kamer kreeg hij vanuit de top van de organisatie van de ombudsman een telefoontje dat ‘ze’ hem niet zien zitten. „Het was een hint om me terug te trekken maar dat was in de hevige thermiek waarin ik zat lastig in te schatten. Ik dacht toen: op basis hiervan ga ik geen nee zeggen.”

Een verklaring die de plaatsvervangend ombudsman aan het programma Nieuwsuur gaf, bemoeilijkte Van Woerkoms positie. „Voor het gezag van het instituut van de Nationale ombudsman is het van het grootste belang dat iedereen in Nederland vertrouwen heeft dat de Ombudsman zonder vooringenomenheid zijn ambt uitoefent,” luidde de verklaring. Na de opgehaalde Marokkanen-uitspraak van Van Woerkom een statement met een dubbele lading, zo bleek toen PvdA-leider Diederik Samsom de plaatsvervanger belde voor een toelichting. Van Woerkom: „Die heeft toen tegen Samsom gezegd: wij willen Van Woerkom niet. Hij is te beschadigd’.” Maar Van Woerkom zette door. „Het is als fietsen op vals plat. Je hebt het niet meteen door maar het wordt steeds zwaarder.”

Een uur na zijn verkiezing krijgt hij een sms uit de top van het bureau van de ombudsman : ‘Is dit geen goed moment om je terug te trekken bij gebrek aan steun?’ Van Woerkom: „Dat was heel heftig. Ik zat achter mijn bureau bij de ANWB en heb het even op me in laten werken. Twee dagen later ben ik naar het bureau van de ombudsman gegaan en heb met de directeur gesproken. Toen ik daar wegging, wist ik: dit is een verloren strijd.”

Maar nog voor hij een beslissing heeft genomen, trekt de storm opnieuw aan. De Volkskrant onthult dat Van Woerkom een jaarsalaris van ruim 3 ton meekrijgt bij zijn vertrek bij de ANWB. „Het wás geen opmerkelijke regeling. Het was de uitkomst van een al eerder overeengekomen arbeidsvoorwaarde. Maar het beeld was dat van een gouden handdruk.” Politici en FNV-voorzitter Ton Heerts spraken er schande van. Heerts eiste publiekelijk dat Van Woerkom het geld terug zou geven. „Dat had ik, als dat nodig was geweest, absoluut gedaan. Nu dacht ik: wat lost het op?”

Heerts noemde de regeling „onbegrijpelijk”.

Van Woerkom zucht. „Ik heb later tegen Ton gezegd: ik heb zo vaak afspraken met de FNV gemaakt waar dit soort constructies onderdeel van uitmaakten. Toen zei hij: ‘Ik moet dit zeggen voor mijn achterban.’ Tja, zo gaan dat soort dingen, hoe ziek ook.”

Reflecterend op wat hem is overkomen, komt Van Woerkom tot een sombere conclusie over het klimaat waarin bestuurders moeten opereren. Hij sprak er met verschillende collega’s over, onder wie oud Delta Lloyd-topman Niek Hoek. Die kwam in een vergelijkbare storm terecht nadat was uitgelekt dat De Nederlandsche Bank (DNB) hem niet langer geschikt vond als toezichthouder bij de bank NIBC. Van Woerkom: „We zagen elkaar op een receptie en zeiden tegen elkaar: ‘Oordeel en veroordeling liggen wel héél dicht bij elkaar’.

De ruimte om als bestuurder goed te kunnen functioneren, wordt steeds kleiner, vindt hij. „Het wantrouwen regeert. Hoeveel ruimte is er nog voor mensen die niet exact in een mal passen? Dat geldt natuurlijk ook voor iemand als Niek. Die is ontzettend te grazen genomen door DNB. Kijk naar wat hij heeft gepresteerd met Delta Lloyd. Zou die man opeens niet meer geschikt zijn als toezichthouder?” Hij schudt zijn hoofd. „Of neem Louise Gunning die onlangs weg moest als collegevoorzitter van de UvA. Dat is een vrouw die echt heel veel kan. Maar niemand lijkt geïnteresseerd in haar toekomstverhaal voor de universiteit omdat ze, volledig ten onrechte, is gebombardeerd tot een autistisch bestuurder.”

In welk opzicht heeft wat er is gebeurd u persoonlijk veranderd?

„Dat ik in de tijd dat de top van ABN Amro onder vuur lag over de hoogte van hun bonussen een mail heb gestuurd aan iemand in de raad van bestuur die ik goed ken. Om te laten weten dat hij er niet alleen voor staat. Gelijk hebben is iets anders dan gelijk krijgen, schreef ik. Dat werd zeer gewaardeerd.”

U zou hem ook gemaild kunnen hebben: word wakker! Jullie bank is met publiek geld gered.

Onverstoord: „Even los daarvan. Het zou goed zijn als bestuurders elkaar vaker steunen. Ik heb het zelf ervaren. Mensen zeiden: ‘Ik heb veel aan je gedacht, ik had je nog willen bellen.’ Tegenwoordig zeg ik dan: ‘Doe dat maar, de volgende keer’.”

Zijn er nog meer lessen te trekken?

„Ik heb Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg aangeboden om terug te blikken op mijn benoemingsprocedure want ik denk dat er iets te leren is van alles wat er fout is gegaan. Het was onprofessioneel. Je móet bij procedures als deze een headhunter betrekken. Die had zich er zeker van vergewist of bij de sollicitatiecommissies en het bureau van de ombudsman dezelfde verwachtingen leefden.”

En, wat zei de Kamervoorzitter?

„Laat ik het zo zeggen: het gesprek heeft nog niet plaatsgevonden...”