Mooie woorden. Meent hij ze?

Nu de economie aantrekt, kunnen politici zich weer richten op goeie ouwe normen en waarden, zoals Rutte vorige week. Bezuinigen en hervormen maken plaats voor moraal. Maar alle partijen bedoelen er weer iets heel anders mee.

illustratie hajo
illustratie hajo

Arie Slob „veerde echt op” toen hij Mark Rutte hoorde spreken over waarden. „Ik ken Rutte al heel lang”, zegt de ChristenUnie-leider verheugd, „en ik heb hem daar al die jaren nóóit over gehoord.”

De speech van Rutte, vorige week op het VVD-congres, heeft het nodige losgemaakt in Den Haag. De premier liet zijn favoriete onderwerpen – groei, hervormingen, solide overheidsfinanciën – voor de verandering links liggen. Hij hield een onvervalst moralistisch verhaal: over graaiende bankiers, de ‘grote dikke ik’-mentaliteit, geweld tegen ambulancepersoneel. Reden voor Slob om deze week een debat aan te vragen met Rutte – en hij kreeg de steun van de hele Tweede Kamer.

Politici praten de laatste tijd vaak over waarden. PvdA-voorzitter Hans Spekman begint in iedere toespraak over de vier nieuwe ‘kernwaarden’ van zijn partij: goed werk, binding, verheffing en bestaanszekerheid. De nieuwe GroenLinks-leider Jesse Klaver sprak bij zijn lancering over „waardengedreven politiek”. Bij CDA, ChristenUnie en SGP zit moraliseren in het dna. En zelfs het vrijzinnige D66 sprak onlangs op een partijcongres over ‘de familie van nu’.

Dankbaar onderwerp

Een comeback dus voor het vaak verguisde begrip? Op het eerste gezicht zou je zeggen van wel. Nu de economie na vijf jaar crisis weer aantrekt, komt er politieke zuurstof vrij om over iets anders te praten dan bezuinigen en hervormen.

‘Samenleven’ en ‘normen en waarden’ zijn dan een dankbaar onderwerp: ze prijken in onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau consequent bovenaan het probleemlijstje van burgers. En je kunt als politicus lekker een statement maken (‘zo gaan we niet met elkaar om in dit land’) zonder ingewikkelde wetten in te dienen of geld vrij te maken op de begroting.

Zo is het bij Ruttes ‘grote dikke ik’-speech in ieder geval gegaan. Bij de VVD hebben ze goed naar de onderzoeken gekeken, geven ze toe. Het was ook een handige manier voor Rutte om de vele integriteitsaffaires in de partij nog eens aan de orde te stellen zonder meteen pijnlijke voorbeelden te hoeven noemen. En aangezien er geen verkiezingen in aantocht zijn, kan er wel wat geëxperimenteerd worden met onderwerpen die niet des VVD’s zijn. Missie geslaagd, was dan ook de stemming in de VVD na afgelopen weekend.

Verschillende drijfveren

Maar als je goed kijkt, ligt het toch niet zo eenvoudig. Partijen hebben namelijk verschillende drijfveren om te beginnen over waarden – en ze bedoelen er stuk voor stuk wat anders mee. Voor Jesse Klaver van GroenLinks blijkt „waardengedreven politiek” bij navraag vooral een synoniem voor zijn verzet tegen de ‘economisering’ van de politiek: de neiging om keuzes vooral te laten bepalen door financiële overwegingen en de rekenmodellen van het CPB.

Het „moreel gedreven socialisme” van de SP behelst een strijd tegen wat huisideoloog en Tweede Kamerlid Ronald van Raak „de waarden van het neoliberalisme” noemt: individualisme, competitie en kortetermijndenken. De eigen waarden van de SP, zegt Van Raak, zijn onder meer vervat in de afdrachtregeling, die bestuurders en volksvertegenwoordigers verplicht tenminste de helft van hun salaris aan de partij te schenken.

Dan de PvdA. Rutte leende de uitdrukking ‘grote dikke ik’ uit een opiniestuk van Diederik Samsom, in 2007. Maar dezelfde Samsom distantieert zich vandaag van Ruttes oproep. Die is „gratuit”, zo stelt de PvdA-leider, omdat Ruttes liberale mensbeeld van zelfredzaamheid het ‘dikke ik’-gedrag juist bevordert.

Wat dan wél de waarden zijn van de PvdA, blijft onduidelijk. Het nieuwe koersdocument Van Waarde ademt een sfeer van collectivisme, maar ondertussen staat Samsom nog altijd pal voor een regeerakkoord met de VVD waarin individualisme en de zelfredzame burger de boventoon voeren.

Betutteling en fatsoensrakkerij

Voor het CDA en D66 ligt Ruttes adoptie van normen en waarden gevoelig. Het liberale D66 manifesteert zich graag als de bestrijder van betutteling en fatsoensrakkerij. Als de partij zich bezighoudt met immateriële thema’s, gaat dat meestal over keuzevrijheid en zelfbeschikking. Tegelijkertijd vindt D66 het vervelend om weggezet worden als exponent van vrijheid-blijheid-individualisme. Misschien dat Pechtold daarom op dit moment „geen behoefte” voelt om te reageren op de speech van Rutte.

Het CDA is juist issue owner: het was Jan Peter Balkenende die het onderwerp normen en waarden vijftien jaar geleden met een goed gevoel voor timing naar zich toetrok. Ondanks de vele hoon (‘spruitjeslucht’, ‘tegeltjeswijsheden’) wist Balkenende electoraal flink profijt te trekken. Onder Sybrand Buma, zo luidt de kritiek van andere partijen, heeft het CDA het thema laten lopen. Gaat de VVD – de eeuwige concurrent van het CDA – er nu met de buit vandoor?

Formeel willen CDA’ers niet ingaan op Ruttes rede. Ze wijzen erop dat Buma de uitdrukking ‘normen en waarden’ misschien niet zo vaak in de mond neemt, maar dat het CDA voortdurend plannen lanceert waar die waarden in doorklinken, zoals een maatschappelijke stage. Ze zijn overal en nergens dus. Bang dat de VVD het thema afpakt? Geheel niet, zeggen CDA’ers. Ze vinden juist dat Rutte hun een dienst bewijst: een politieke wet luidt dat de issue owner profiteert van aandacht voor het onderwerp ongeacht wie het opbrengt.

Opportunistisch modegrilletje?

Hebben we hier te maken met een echte waarden-renaissance of is het een opportunistisch modegrilletje? Aan waardenpolitiek kleeft altijd één groot risico: vrijblijvendheid. Als je waarden predikt, moet je ook normen stellen. Dat was al zo bij Balkenende, die het verwijt kreeg geen consequenties te verbinden aan zijn stellingname. De liberaal Rutte wekt vooralsnog niet de indruk zijn waarden ook te willen gaan handhaven. Volgens betrokkenen was het idee achter zijn speech: „We vinden iets van de samenleving, zonder dat we het willen regelen”.

En zo gaat het wel vaker. Arie Slob citeert de onfortuinlijke geschiedenis van het begrip ‘participatiesamenleving’. Gelanceerd door het kabinet in de Troonrede van 2013 – waarna zowel VVD als PvdA meteen terugtrekkende bewegingen begonnen te maken. „Het kabinet legde dat begrip armetierig uit”, zegt Slob. „Ik hoop dat het nu anders gaat met de dikke ik”.