Moet je deze volkjes nu wel of niet met rust laten?

Foto Survival International

Ze leidden lang een geïsoleerd bestaan in het regenwoud van de Amazone, op de grens van Brazilië en Peru. Tot voor kort merkte niemand iets van hen. Maar de laatste tijd zien hun buren, die wél communiceren met de wereld buiten het bos, dat er dingen verdwijnen. Potten, etenswaren, kleding. De dieven komen uit kleine gemeenschappen die leven van tuintjes en jacht in het woud en die contact met de buitenwereld vanouds meden. Maar nu worden ze opgejaagd, door jagers, door wilde goudzoekers, door olie- en gasondernemingen, en komen ze tevoorschijn. Vaak met fataal gevolg. Zodra er fysiek contact is, slaan besmettelijke ziekten toe waar zij geen natuurlijke afweer tegen hebben.

Het weekblad Science besteedt deze week aandacht aan deze Amazonevolkjes. De antropologen Robert Walker en Kim Hill schrijven dat het beleid van de Braziliaanse en Peruviaanse autoriteiten – geen contact met deze gemeenschappen, voor hun eigen bestwil – berust op twee misvattingen. De eerste is dat deze volkjes zonder tussenkomst van buiten kunnen overleven. De tweede is dat zij zelf de voorkeur geven aan isolement. Ook als de autoriteiten op afstand blijven, zeggen Walker en Hill, zullen boskapbedrijven en mijnbouwers hen lastigvallen, met alle gevolgen van dien. En zij isoleren zich vooral uit angst. Zodra ze beseffen wat de buitenwereld te bieden heeft – medicijnen, gereedschap – willen ze daarvan meegenieten. Walker en Hill pleiten voor een langeretermijnbeleid van begeleid contact, gepaard met medische zorg. Survival International, een Britse ngo die opkomt voor inheemse volken, reageerde gisteren woedend. SI vindt dat deze volkjes op die manier worden uitgeleverd aan bosexploitanten.