Mensen willen grenzen

Burgers krijgen in de gaten dat vrijhandel vooral voordeel oplevert voor multinationals, ziet Adjiedj Bakas. Ondertussen voelen zij zich bedreigd door IS en vluchtelingen. Slowbalisering is onafwendbaar.

illustratie tomas schats
illustratie tomas schats

Hoe groter de markt, hoe meer er te verdienen valt, dus steken grootbedrijven graag de nationale grens over om hun markt vergroten. De fusieonderhandelingen tussen Ahold en Delhaize zijn zo’n voorbeeld. Door de grootste supermarktketen van België en de Nederlandse marktleider samen te voegen, krijgen deze grootgutters meer inkoopmacht en schaalvoordelen. Dat is weer slecht voor de prijs die boeren en toeleveranciers voor hun producten krijgen. Overigens is de kans op een succesvolle samenvoeging klein, want ruim 65 procent van de overnames mislukt, zoals Hans Schenk, hoogleraar economie aan de Universiteit Utrecht en kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER), eerder aantoonde. Maar het beloningsbeleid voor toppers binnen multinationals houdt daar geen rekening mee.

Tegelijkertijd keren andere multinationals op hun globaliseringsschreden terug. Zij zoeken de thuismarkt weer op omdat de verkopen op ‘de wereldmarkt’ tegenvallen. Neem General Motors, dat de afgelopen jaren meer dan 20 miljard dollar in joint ventures met Chinese automakers stak. Zo werd GM de grootste autoverkoper in China, maar omdat het daarbij vooral om goedkope auto’s gaat, vallen de winstmarges tegen. Op de thuismarkt, de VS, verkocht GM in 2014 minder auto’s dan in China, maar was de winst vier keer hoger. GM verwacht dat de autoverkoop in China over zijn hoogtepunt heen is. Daarom richt het concern de aandacht nu weer op de thuismarkt – sadder and wiser.

Behalve tegenvallende verkopen in opkomende markten vrezen multinationals ook de geopolitieke spanningen. Rusland sluit McDonald’s-vestigingen; Europa sluit op haar beurt Russische firma’s buiten. Vaak worden de eigen industrieën beschermd door buitenlandse bedrijven boetes op te leggen, zoals ook China regelmatig doet. Beijing legde onlangs een boete van 975 miljoen dollar op aan de Amerikaanse chipmaker Qualcomm, omdat dit bedrijf met staffels werkt, gedifferentieerde prijsstelling op basis van het afgenomen aantal licenties. Daarmee overtreedt het bedrijf zogenaamd de Chinese antimonopoliewetgeving. Dit scheelde Qualcomm 15 procent van zijn winst over 2014, iets wat het bedrijf deed besluiten voorzichtiger te zijn met zijn investeringen in verre buitenlanden. Meer nationalistische sentimenten spelen op in de economie. Dat zien we ook in Nederland, denk aan de financiële problemen bij AirFrance-KLM. De spanningen tussen de Franse en de Nederlandse onderdelen lopen op.

Toen alles financieel nog rozengeur en maneschijn was, hoorde je geen onvertogen woord. Maar nu de problemen voortduren, komt het ‘mijn en dijn’-argument vaker op tafel. Het Nederlandse KLM-onderdeel wil niet lijden onder de stakingsdrang van AirFrance-piloten en de eigen spaarzaamheid beloond zien worden met een door AirFrance gepresenteerde rekening. Nederlandse politici spreken, wanneer ze het over KLM hebben, over ‘nationaal erfgoed’. Op economisch vlak getuigt de sfeer van steeds meer nationalisme. Hans de Boer van werkgeversorganisatie VNO-NCW noemt in zijn ‘kroonrede’ 10 P’s om de BV Nederland op de rails te krijgen. Een van die P’s is de P van Patriottisme.

De afgelopen maanden veel debat over TTIP, het handelsverdrag in de maak tussen VS en EU. Er is veel te zeggen voor meer vrijhandel tussen Westerse landen. Maar is TTIP de manier? Ik denk van niet, en ik ben beslist niet de enige. Zo waarschuwde de Amerikaanse topeconoom en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz onlangs voor verborgen bepalingen in TTIP, die ervoor zorgen dat grote ondernemingen regeringen kunnen aanklagen voor gederfde inkomsten omdat deze bijvoorbeeld nieuwe wetgeving invoeren. Dit wordt een ISDS-claim genoemd.

Nu al heeft sigarettenfabrikant Phillip Morris de regeringen van Uruguay en Australië aangeklaagd wegens teruglopende verkopen. Deze zouden het gevolg zijn van de ‘grafische afbeeldingen’ die beide landen op de verpakking voeren. Uruguay kan de proceskosten slechts betalen omdat een rijke Amerikaanse gezondheidsfanaat de advocaten voor deze staat betaalt. Dit soort ‘vrijhandel’, waarbij multinationals democratische besluiten kunnen torpederen door te verwijzen naar bepalingen uit gesloten verdragen, moeten we niet willen.

Los van TTIP staan ook in Europese handelsverdragen vergelijkbare bepalingen. Neem Polen. De autoriteiten daar bedachten de privatisering van verzekeraars terug te draaien. Goed voor de Polen, ware het niet dat ons eigen Achmea, dat eerder een Poolse verzekeraar had overgenomen, maar liefst 2 miljard euro compensatie met Polen overeenkwam op basis van een ISDS-claim.

Het woord vrijhandel klinkt altijd zo positief. Net zoiets als ‘wereldvrede’ – daar kun je ook moeilijk tegen zijn. En protectionisme is per definitie slecht. Defensief. Ouderwets. Desondanks gaan we die kant op. Volgens de Zwitserse bank UBS introduceerden leden van de G20, de twintig grootste economieën in de wereld, sinds het uitbreken van de crisis in 2008 meer dan 1200 restrictieve maatregelen op het vlak van import en export. Ook de ontwikkeling van de wereldhandel spreekt boekdelen. Tot de economische crisis van 2008 groeide deze twee tot drie keer zo hard als het wereldwijde bruto binnenlands product (bbp), maar sinds de crisis is de verhouding gedaald naar praktisch 1 op 1.

En waar voor de crisis circa 4 procent van het wereldwijde bbp werd geïnvesteerd in het buitenland, is dat nu nog slechts 2 procent. Globalisering kortom, is op haar grenzen gestuit. Daarom zien we nu onmiskenbaar een tegentrend ontstaan: slowbalisering. Dat is een vertraagde globalisering die gepaard gaat met economisch nationalisme en de herwaardering van lands- en regiogrenzen.

Economisch nationalisme wordt sterk gevoed door het sentiment van burgers over globalisering. Burgers krijgen eindelijk in de gaten dat vrijhandel vooral voordeel oplevert voor multinationals. De extra winsten worden geïncasseerd door een kleine ‘footloose’ elite. Ze worden niet teruggestopt in de samenleving.

Burgers (vooral in de middenklasse) en mkb-ondernemers blijven de volle mep betalen aan belastingen, terwijl grootbedrijven en vermogende particulieren weten hoe ze hun belastingaanslagen via allerhande boekhoudkundige constructies tot het minimum beperkt kunnen houden.

In Europa zijn het met name landen als Luxemburg, Ierland en Nederland die een dubieuze rol spelen bij dit soort belastingontduiking. Nederland herbergt duizenden brievenbusfirma's; die sluizen jaarlijks vele tientallen miljarden onbelast weg. Het vrij kapitaalverkeer over grenzen heen bevoordeelt vooral een kleine groep; de onevenwichtigheid op fiscaal gebied ontwricht de samenleving.

Ook irrationele gevoelens spelen mee. Zij doen burgers terugverlangen naar de grenzen van vroeger, naar de goede oude tijd toen alles nog veilig en overzichtelijk was. Zij hebben de indruk dat, sinds de grenzen open gingen, er allerhande bedreigingen hun kant op komen. Van goedkope Poolse arbeidskrachten die Nederlandse cao’s ondergraven tot IS-strijders die met bootvluchtelingen de Middellandse Zee oversteken.

Veel Europeanen zien de bootvluchtlengen zelf ook als een bedreiging. Straks komen er nog meer Afrikanen en Arabieren onze kant op! Deze burgers zien een streng bewaakte grens, hoe weinig realistisch ook, als een instrument om de grote boze buitenwereld buiten te houden.

Toch verwacht ik dat grensbewaking terugkeert. De asielzoekers die vanuit Zuid-Europa oprukken naar het noorden, zorgen er in landen als Denemarken al voor dat een groot aantal mensen daar de open grenzen met de rest van Europa wil sluiten.

Ondertussen pleiten brancheorganisaties voor meer aandacht voor het nationale bedrijfsleven – en daarmee impliciet voor de herwaardering van nationale grenzen. Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland, verklaarde onlangs dat onze Rijkswaterstaat „niet actief moet leuren met projecten over de grens, want onze bouwbedrijven worden ook niet benaderd door buitenlandse overheden”. Verhagen doelt hiermee op de verplichte openbare aanbesteding.

Bouwend Nederland is beslist niet de enige organisatie die pleit voor meer nadruk op het nationale – veel Europese landen gaan zelfs veel verder in de bescherming van hun industrieën. Denemarken nationaliseerde porseleinmerk Royal Copenhagen en zilvermerk Georg Jensen om te voorkomen dat deze bedrijven, die deel uitmaken van Denemarkens nationale identiteit, in buitenlandse handen vallen. Én om te voorkomen dat ze ten onder zouden gaan in een internationale concurrentiestrijd bij een echt open markt.

Ook Frankrijk en Duitsland beschermen hun nationale industrieën. En buiten Europa is staatskapitalisme eerder norm dan uitzondering. Daar doet de overheid er alles aan om eigen ondernemers te beschermen en te bevoordelen.

Vrijhandel. Het klinkt goed, maar verder wijst alles op de terugkeer van de grenzen in de wereldeconomie. Zo bezien is slowbalisering onafwendbaar.