Loyale Schot die de liberalen groot maakte

foto ap

Er is een prachtige foto van Charles Kennedy, genomen op het Schotse eiland Raasay met op de achtergrond wilde wolken, en de heuvels en witte huisjes van het buureiland Skye. Het was een maand voor de verkiezingen, en hij vermoedde toen al dat hij zijn zetel in het Britse Lagerhuis na 32 jaar zou verliezen.

Niet om wie hij was; hij bleef populair in zijn Schotse kiesdistrict Ross, Skye and Lochaber, en – zo liet alle eerbetoon na zijn dood op 55-jarige leeftijd deze week zien – ver daarbuiten. Noch door zijn drankprobleem, dat een einde maakte aan zijn huwelijk en in 2006 aan zijn leiderschap van de Liberaal-Democraten, de partij die onder hem haar grootste electorale succes behaalde (62 zetels in 2005). Op Skye woog zijn talent om „vloeiend human te spreken” zwaarder dan de zichtbare worsteling met de fles, zei zijn vriend Alastair Campbell, Tony Blairs oude spindoctor die zijn alcoholverslaving wèl overwon.

Het was de beslissing van zijn partij een coalitie te vormen met de Conservatieven die hem de das omdeed, en waar hij ironische genoeg als enige LibDem in het Lagerhuis tegen had gestemd. Kennedy was een Highlander, opgegroeid en nu gestorven in de witgekalkte croft (pachtboerderij) van zijn voorouders aan Loch Linnhe. Crofters zijn vanouds vrijzinnige liberalen, die – zeker door de pogingen van de landeigenaren in de late negentiende eeuw hen te verdrijven – de Conservatieven wantrouwen.

Een croft is, schreef Danny Alexander, tot vorige maand Lagerhuislid voor Inverness in het tijdschrift The Spectator, niet „gewoon een gebouw”, maar „een manier van leven. Charles had de onafhankelijkheid van geest van een crofter, de betrokkenheid bij plaats en gemeenschap, en een openhartige kijk op de wereld”. Dat laat die foto op Raasay, afgedrukt in The Times, zien: blik naar buiten, Highlands als decor.

Kennedy had, toen duidelijk werd dat de coalitie met de Conservatieven desastreuze gevolgen voor de LibDems zou hebben (ze hielden acht zetels over), publiekelijk ‘ik had het toch gezegd’ kunnen roepen. Maar hij bleef tot het laatst loyaal aan zijn opvolger Nick Clegg en de partij. Zo loyaal dat het hem ook zijn eigen zetel kostte. Die ging naar de Schotse nationalisten.

Kennedy was ook de enige (Britse) partijleider die zich verzette tegen de inval in Irak in 2003. Niet omdat hij een pacifist was, of anti-Amerika. Hij bleef herhalen niet overtuigd te zijn door het bewijs dat een oorlog nodig was. Dat sloot aan bij de stemming in het land, niet in het Lagerhuis. Nu zeiden zijn collega’s daar: Charley had gelijk.