Kuifje en het boemerangproces

De rechten op de Kuifje-albums en -plaatjes liggen niet bij de erven-Hergé. Dat oordeel van het Haagse Hof geeft liefhebbers vrij spel.

Het past wel bij een rechtszaak over een stripverhaal: een kapitaalkrachtige, grote partij, die genadeloos procedeert tegen een nietige Kuifje-hobbyclub, maar de zaak als een boemerang terugkrijgt en nu ineens met lege handen staat. Boem. Op alle punten verslagen. Na een lang proces met verborgen overeenkomsten, plotselinge eiswijzigingen en geïrriteerde rechters.

De grote partij is Moulinsart, het bedrijf dat de nabestaanden van Hergé hebben opgericht om de rechten op Kuifje te beheren. Via hun webshop verkopen ze Kuifjemokken, -tassen, -poppetjes en meer. De makers van de recente Kuifje-speelfilm moesten ook toestemming vragen aan Moulinsart – en vermoedelijk flink wat royalties betalen. Wat Moulinsart níet doet, en dat zou in de rechtszaak erg belangrijk blijken te zijn, is de stripboeken van Kuifje uitgeven. Dat doet sinds jaar en dag de Belgische uitgever Casterman.

De nietige hobbyclub is het Hergé Genootschap, een Nederlandse fanclub met 680 leden die in 1999 is opgericht. Drie keer per jaar geeft het Genootschap een blad uit, Duizend Bommen, met artikelen over plaatsnamen in Kuifjeverhalen, de schepen waar Kuifje op vaart, of de Franse merchandising uit de jaren 50. In deze bladen, die niet te koop zijn maar per post aan de leden worden toegezonden, staan ook plaatjes. En daar ging het om in deze procedure.

Volgens Moulinsart mocht het Genootschap de plaatjes alleen afdrukken als ze een overeenkomst tekenden met Moulinsart en forse bedragen betaalden.

Wisseling van de wacht

Eerst was dat niet zo, zegt Jan Aarnout Boer, voorzitter van het Hergé Genootschap. De verhouding met Moulinsart was vriendschappelijk en informeel. Er was ooit een overeenkomst getekend over het gebruik, en het Genootschap hoefde niets te betalen. Dat gold ook voor de vele andere fanclubs en genootschappen die wereldwijd zijn gewijd aan het werk van Hergé. Maar dat veranderde in 2009. „Toen was er een wisseling van de wacht bij Moulinsart. Al het contact moest opeens lopen via twee nieuwe juridische medewerkers, en we moesten een nieuwe overeenkomst tekenen.” Alle genootschappen moesten tekenen, en forse bedragen betalen voor het gebruik van de afbeeldingen uit de albums. Boer: „Er zijn meer genootschappen geweest die advies hebben gevraagd van advocaten. Maar niemand heeft het aangedurfd om het op een procedure te laten aankomen, behalve wij. Ze hebben allemaal getekend, of ze zijn gestopt.”

Moulinsart heeft een stevige reputatie op het gebied van het beschermen van de Kuifje-rechten. Het vehikel van de intussen hertrouwde Hergé-weduwe Fanny Rodwell procedeert tegen iedereen die zonder toestemming afbeeldingen van Kuifje gebruikt, ook als dat in parodieën of spotprenten is.

Ook tegen het Hergé Genootschap spande Moulinsart een proces aan, waarin de stichting een verbod eiste op gebruik van de Kuifje-afbeeldingen, en vergoeding van de schade tot dan toe. Een snelle berekening: Moulinsart had voor één tijdschrift 35.000 euro geëist, voor meer dan dertig zou dat op ongeveer 1 miljoen uitkomen.

Het auteursrecht verdween

De eis van Moulinsart is erop gebaseerd dat de stichting het auteursrecht bezit op de tekeningen van Kuifje. Dat suggereerde Moulinsart ook bij aanvang van de procedure. Maar in boeken van Kuifje en andere uitgaven met tekeningen uit die boeken, staat niet Moulinsart als rechthebbende genoemd, maar uitgever Casterman.

Toen de advocaat van het genootschap, Katelijn van Voorst, daar in de procedure naar vroeg, was de reactie verrassend: Moulinsart wijzigde de eis, zodat het auteursrecht verdween als grondslag. Alleen het merkrecht bleef over, en contractbreuk. Ook kreeg het Genootschap via een Kuifje-kenner een kopie te zien van de overeenkomst uit 1942, waarin Hergé de rechten op zijn albums – op tekeningen en teksten – overdraagt aan uitgeverij Casterman.

Het auteursrecht moet je zien als taart, die de auteur zelf in verschillende punten kan snijden, legt Van Voorst uit. De auteur kan verschillende rechten overdragen aan verschillende partijen: het recht om de boeken uit te geven, het recht om boeken te verfilmen, het recht om Kuifjepyjama’s te verkopen. „Hergé had het recht op publicatie van zijn boeken, en losse plaatjes al in 1942 overgedragen aan Casterman. Dat recht heeft de weduwe dus niet geërfd.”

Moulinsart kón dus helemaal niet op grond van het auteursrecht eisen stellen aan het Hergé Genootschap, besliste het Gerechtshof in Den Haag. De eis op grond van het merkrecht wees het Hof af omdat het Genootschap kort gezegd geen commerciële activiteiten ontplooit.

Het is onbekend of Hergé met de uitgever afspraken heeft gemaakt over de andere exploitatierechten van het auteursrecht, zoals merchandising of verfilming. Casterman zegt desgevraagd dat de uitgever het recht heeft de albums in hun geheel uit te geven, en dat alle andere rechten, ook voor de losse plaatjes, bij de erven liggen. Maar zo staat het niet in de overeenkomt uit 1942, en voor een overdracht van rechten is een formele overeenkomst nodig. En Moulinsart, dverder geen commentaar gaf, heeft in de procedure ook niet met zoveel woorden gezegd dat zij rechthebbende is.

Betekent dit dat het Hergé Genootschap opgelucht kan ademhalen? „Niet alleen het Hergé Genootschap”, zegt Van Voorst. „Iedereen die aan Moulinsart betaald heeft voor het gebruik van afbeeldingen uit de albums van Kuifje, had dat niet hoeven doen. Dat geld kunnen ze dus terugvorderen.”

    • Elsje Jorritsma