Opinie

Ingepakt en afgekraakt, maar geen brief in de krant

De ombudsman

Waar moet je terecht als je boek in de krant is afgekraakt, en niet zo’n beetje? NRC Handelsblad bracht onlangs een verschroeide-aarde-recensie van Dick Kampmans boek De NSB en de NSB’ers, door Robin te Slaa, historicus en autoriteit op het gebied van de NSB. De kop: NSB-geschiedvervalsing (Boeken, 8 mei). De redactie zelf meldde in het intro boven de recensie dat Kampman „frauduleus cijfers fabriceert”.

Recensent Te Slaa noemt het boek een „bedenkelijk schotschrift”, een „plompe vorm van geschiedvervalsing”, werk van „een verblinde enkeling” (niet alleen het boek, ook de auteur krijgt dus een recensie) die een „ridicule conclusie” trekt over de NSB. Kortom, hij gaat zo tekeer, dat je je afvraagt waarom dit boek eigenlijk (paginagroot) besproken moest worden, als het zo’n misbaksel is.

Geen wonder dat Kampman, socioloog en zelf kind van NSB-ouders, bij de krant protesteerde. Hij stuurde een brief (Fraude? Een ernstige beschuldiging), met als strekking: mag ik even weten waarom ik een fraudeur word genoemd?

Nu geeft Te Slaa in zijn stuk wel degelijk feiten en argumenten waarom dit boek volgens hem niet deugt, en haaks staat op de historiografie van de NSB. Maar de angel van het stuk, waar het intro uit werd geput, zat in deze zin: „Even ingenieus als frauduleus fabriceert Kampman bepaalde cijfers.” Dat slaat op Kampmans bewering dat 92 procent van de NSB-leden behoorde tot de „gematigde” Mussert-stroming.

Volgens Te Slaa is dat onzin, en negeert Kampman allerlei bekende historische feiten. Maar je vraagt je wel af: hoe komt Kampman aan die 92 procent en wat is er precies mis met de berekening?

Helaas, juist op dat punt ontbrak onderbouwing. Niet omdat Te Slaa die niet had geleverd, maar omdat de redactie bij het inkorten nou net hier een paar zinnen had geschrapt. Hier zijn ze, oordeelt u zelf: Kampman komt tot die 92 procent „op basis van het aantal leden van de Nederlandse SS en hun sympathisanten in vergelijking met het totaal aantal Nederlandse nationaal-socialisten”. Maar, schreef Te Slaa: „Volledig buiten beschouwing blijven de duizenden NSB’ers die toetraden tot de Waffen SS en de vergaande samenwerking van Musserts beweging met de Duitse bezetter.”

Het is nog niet veel, maar het geeft in elk geval wel aan waar volgens Te Slaa de schoen wringt. De redactie had dit dus juist niet moeten schrappen. De recensent was dan ook niet echt blij met de ingreep, maar die was hem wel voorgelegd en hij had ermee ingestemd.

Maar ook mét die uitleg, is dit „frauduleus”? Te Slaa staat, zegt hij, „volkomen achter” die term, want hier worden evidente historische feiten genegeerd om een vals beeld te schetsen van de NSB. Maar dan nog, de term heeft een juridische lading die ik in een recensie altijd zou vermijden; het suggereert bewuste datavervalsing, terwijl het in de recensie eerder gaat om tunnelvisie (,,verblinde enkeling’’) en tendentieus rekenen.

Kampmans brief haalde de krant intussen niet.

Waarom niet? Dat heeft een ambtelijke achtergrond. De redactie Boeken heeft sinds de nieuwe vormgeving van de krant – waarin Boeken onderdeel is geworden van het tweede katern Cultuur – geen eigen brievenrubriek meer. Brieven gaan nu naar de Opiniepagina. Daar is er vaak weinig animo voor, want er moet toch al streng gekozen worden uit het aanbod, en reacties op een recensie zijn dan een dwarsstraat, en vaak onbegrijpelijk als je de recensie niet kent.

Bovendien, de aangevallen recensent wil zich dan ook weer verdedigen en voor je het weet zit je in een welles-nietes. Toevallig gebeurde dat al met een eerdere recensie van Te Slaa. Journalist Koos Groen protesteerde vorig jaar tegen een opmerking daarin over zijn boek over collaborateurs („Te Slaa doet mij te kort”), Te Slaa schreef toen ook maar een brief („Kennelijk is Groen slecht op de hoogte van de inhoud van zijn eigen boek”). Ooit heette dat een polemiek, tegenwoordig houden kranten er minder van.

Kampmans brief kwam er dus niet in. Hoe verklaarbaar ook, ik vind dat toch verkeerd: wie in de krant op zo’n manier wordt aangepakt, moet iets kunnen terugzeggen. Of dat verstandig is, is een tweede: soms maak je het alleen maar erger. Maar in dit geval, door de toonzetting van de recensie en de ongelukkige inkorting, zou ik zeggen: hier was ruimhartigheid op zijn plaats geweest.

En waarom is dit ,,curieuze boek’’’ nu eigenlijk besproken? Te Slaa droeg het zelf aan, erop geattendeerd door collega-historici. Redactie en recensent vinden het ook hun taak om te waarschuwen tegen een ondeugdelijk boek over zo’n delicaat onderwerp. Goed, maar dan zou ik zeggen: wees wat zuiniger met adjectieven en vooral scheutig met inhoudelijke uitleg en kritiek, dan heeft de lezer er ook meer aan. Of begin anders een apart alarmhoekje: ‘Niet lezen’.

De redactie vroeg Te Slaa na Kampmans brief wel een toelichting, die naar Kampman en diens uitgever werd gestuurd. Dat stuk bevat veel meer onderbouwing, op alle punten die in de recensie worden aangestipt. Kampman schreef daarop weer een weerwoord, op zijn eigen website. Wie de polemiek wil volgen, kan terecht op www.robinteslaa.nl (PDF) en www.uitgeverida.nl. Jammer genoeg ging dat alles aan de lezers voorbij.

Moet de boekenbijlage dan niet weer een brievenrubriek beginnen? Dat kan een prima plek zijn voor reacties, kleine debatten over een boek of zelfs af en toe een heuse polemiek. Het versterkt ook het ‘clubgevoel’, een band met vaste lezers. Probleem: het vreet ruimte en het katern woekert daar nu al mee, zegt de redactie. Meer pagina’s? Een boekenbijlage kan mij niet gauw te dik zijn: boekenliefhebbers houden van lezen.

En ja, ook van brieven.

Nagekomen post: in mijn rubriek over Bram Moszkowicz schreef ik dat het interview met hem „geen reclame” was voor zijn partij. Het VNL-bestuur laat mij weten dat de partij kort na het interview 52 nieuwe leden heeft mogen verwelkomen (totaal: 525).