Generatiemuziek

S. Montag

Het was een prachtige avond, een uur of acht, een zonsondergang zoals we de afgelopen jaren in Nederland niet hebben meegemaakt. Op het terras aan zee zaten een stuk of zeven toeristen, landgenoten achterin de middelbare leeftijd, stevig te borrelen. Soms liep het gesprek hoog op. Dan stak er een zijn hand op en zei: Maar nu deze! Hij begon: pom-pompom-pompom-pompom pom-pompom-pompom-pompom.

En? Hij stak zijn kin op, als een ouderwetse schoolmeester in de klas. Dat is het ‘Harry Lime Theme’ uit The Third Man. Dat was goed. Het gezelschap begon geanimeerd te praten over Anton Karas en zijn citer, Wenen in de Koude Oorlog, de Russen, een heel tijdvak kwam voorbij. Maar hoe heette die regisseur ook weer? Dat wist niemand. Ik wel maar ik hield me er zorgvuldig buiten. Voor je het weet heb je er een stuk of wat nieuwe vrienden bij, en ik heb er genoeg.

The Third Man was uitgeput. Weten jullie nog waar dit vandaan komt, riep een vrouw van een jaar of zeventig. Tra-lá-la-lóm. Trala-lalalala-lom. Het klonk goed, van een doorleefde sentimentaliteit. Ja, ik denk dat ik het weet, zei haar buurman. Doctor Zhivago. Ik weet niet meer wie het gezongen heeft. Maar prachtig, die stoomtrein in dat besneeuwde berglandschap. Zo passeerden er nog een stuk of wat populaire nummers van vroeger de revue. Het werd tijd om te gaan eten, ze rekenden af en verdwenen in het gewoel. Hebben ze het spelletje aan tafel voortgezet? Ze waren goed op dreef.

Goed beschouwd is het geen spelletje maar een vrolijke en ook sentimentele expeditie naar het afgesloten verleden. Terwijl ik daar zat te luisteren, moest ik plotseling denken aan ‘Lili Marleen’. Ja, moest. Er was geen vrije keuze. Het was in 1944, de Hongerwinter was begonnen, er was een avondklok afgekondigd, na acht uur was de openbare weg verboden terrein.

Naar de radio mocht je ook niet meer luisteren, maar wij hadden een illegaal exemplaar. Om een uur of acht zocht ik de Soldatensender Beograd op, en daar kwam dat prachtige lied.

Vor der Kaserne, vor dem großen Tor/ stand eine Laterne und steht sie noch davor,/ so woll’n wir uns da wiedersehn,/ bei der Laterne woll’n wir stehn/ wie einst, Lili Marleen,/ wie einst, Lili Marleen.

Dan kwam er nog een mooie passage: Unsere beide Schatten Sah’n wie einer aus/ Dass wir so lieb uns hatten/ Das sah man gleich daraus.

Ik was verliefd en melodie en tekst waren me uit het hart gegrepen. Wat dat laatste aangaat, was ik de enige niet. Aan alle fronten, door alle partijen werd om acht uur naar de toen meeslepende sentimentaliteit van deze zangeres, Lale Anderson geluisterd. ‘Lili Marleen’ is een van de meest universele generatieliedjes. Zoek het op op YouTube.

Generaties worden door een veelheid van ervaringen verbonden. De belangrijkste komen in de geschiedenisboeken terecht. Typische vertegenwoordigers van hun generatie worden op de televisie geïnterviewd. Zo weten we nu steeds meer over de generatie die in de jaren zestig de puberteit beleefde en volwassen is geworden. Maar er is een aspect dat meer aandacht verdient. Dat is de populaire muziek waarmee generatiegenoten zijn opgegroeid. Denk aan Bill Haley & His Comets, ‘Rock Around the Clock’, de ‘Marseillaise’ van de jaren vijftig, en ‘See You Later Alligator’. De Rolling Stones hebben ook kostbare herinneringen tot het muzikale eigendom van die generatie bijgedragen.

Dan komt er in de populaire muziek een nieuwe golf. De hoogtepunten zou ik wel herkennen, maar ze staan niet in mijn geheugen gegrift. Iedere generatie heeft haar eigen volksliederenschat, verbonden met een cluster van herinneringen. Het onderwijs zou aardig worden opgevrolijkt als je een methode kon vinden om de typische vertegenwoordiger van een generatie daarover voor de klas te laten vertellen. Met muziek.