Geef de Grieken dan gewoon direct gelijk

Hoe ironisch moet het voor de Grieken zijn dat twee ministers van Economische Zaken van de twee machtigste eurolanden juist nu gezamenlijk in een opiniestuk pleiten voor een sociale Europese Unie? Zouden minister Varoufakis en premier Tsipras ergens in Athene in een kamertje tegen elkaar staan roepen: ik word gek, ik word gek!?

Sociaal-democraten Sigmar Gabriel (Duitsland) en Emmanuel Macron (Frankrijk) bepleiten een Europese Unie waarin het kwijtschelden van staatsschuld mogelijk is, een unie waarin anti-cyclisch begrotingsbeleid (lees: niet bezuinigen of belasting verhogen tijdens een crisis) mogelijk is, ook al heeft een land dikke schulden. Want „dit voorkomt schadelijke sanering van de overheidsfinanciën wanneer landen onhoudbare schulden hebben”.

Pardon? Dit is grofweg gelijk aan het betoog van de huidige Griekse regering. Met deze inzichten kunnen Duitsland en Frankrijk de Grieken direct veel meer gelijk geven in de lopende onderhandelingen over de zoveelste ronde van schuldhulp. Met deze inzichten kunnen ze Europa verlossen van deze klucht zonder einde. Iets in mij zegt dat dit niet zo zal geschieden.

Is dit een Duits-Franse schuldbekentenis? Sinds de problemen in 2010 ontstonden, adviseerden economen een deel van de onhoudbare schuld van de Grieken kwijt te schelden, om streng te zijn (saneren!) maar niet te streng. Dit omdat het weinig zin heeft een land de afgrond in te werken en vervolgens te verwachten dat ze al hun schulden kunnen terugbetalen. Duitsland en Frankrijk wilden er niet aan. Voortschrijdend inzicht is niet iets om cynisch over te doen. Maar als de twee heren deze inzichten niet per direct gebruiken om in hun kabinetten hartstochtelijk te bepleiten de Grieken veel meer tegemoet te komen dan is cynisme wel degelijk op zijn plaats.

In het opiniestuk stond meer waarbij ik mijn wenkbrauwen optrok. Zo spreken de twee over het in ere herstellen van denken in het Europees belang. „We moeten een manier vinden om Europese belangen niet meer verschillend te laten lijken van nationale belangen.”

De twee zijn voor gezamenlijk sociaal beleid (minimumloon, regels rondom werknemers) en gelijke belastingen voor bedrijven. Reden: dit voorkomt dat bedrijven landen tegen elkaar uitspelen door zich te vestigen in die landen met de minste regels en de laagste belasting. Klinkt logisch. Maar tegelijk ontneemt het kleine eurolanden de mogelijkheid te concurreren met de groten zoals Duitsland. Ja, er moet geen race naar de bodem ontstaan. Ja, het is prima dat er discussie is over belasting die wellicht te bedrijfsvriendelijk is in Nederland en Ierland. Maar alles harmoniseren is het andere uiterste. Het is bovendien iets wat Duitsland en Frankrijk al heel lang willen, meer om de concurrentie uit te schakelen is mijn indruk, dan vanwege sociale inzichten.

Mijn probleem met dit soort betogen is de aanname dat er zoiets is als optimaal neutraal economisch beleid. Dat bestaat niet. Economisch beleid is een kwestie van smaak. Wij kunnen het onbegrijpelijk vinden dat de Amerikanen geen wettelijk recht op betaald zwangerschapsverlof hebben, de Amerikanen maken zich er nauwelijks druk om. Ik denk dat als wij met de Italianen, de Duitsers, de Spanjaarden, de Slowaken, de Letten, de Grieken en de Fransen moeten discussiëren over welk economisch en sociaal beleid wij voorstaan, we slaande ruzie krijgen. Hier is geen goed of fout. In economische politiek zijn smaken. Die smaken verschillen in Europa, en dat is prima.

Ik denk niet dat je Europa redt met verregaand gezamenlijk economisch beleid, eerder het omgekeerde. Ik denk dat je het verzet nog groter maakt.