G7, nodig Rusland toch vooral uit aan jullie tafel

Natuurlijk, kritiek op Poetins Rusland is terecht. Maar door het land niet uit te nodigen voor de G7-top van dit weekend, wakkert het Westen het Russisch nationalisme aan en worden belangrijke problemen niet opgelost, meent Peter van Ham.

Dit weekend komen de staatshoofden van de zeven rijkste industriële landen (G7) bijeen voor hun jaarlijkse top. En ook deze keer is Rusland niet welkom, officieel omdat president Poetin niet in de ‘gemeenschap van waarden’ past.

Dit is echter een onverstandige beslissing, want de dialoog met Rusland wordt belangrijker. Zonder Rusland is een oplossing voor het conflict in Oost-Oekraïne niet mogelijk, en dat geldt ook voor voortslepende ‘veiligheidsproblemen’ als Syrië en Iran. Bovendien staan er belangrijke thema’s op de agenda van de G7, die bestaat uit het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan en de Verenigde Staten, zoals energieveiligheid en de toekomst van de wereldhandel. Daar kan ook Rusland een positieve bijdrage aan leveren.

Dus waarom blijft het Westen Moskou isoleren?

Het is opvallend dat de weerzin tegen en de angst voor Poetins Rusland breed wordt gedeeld. De EU beschouwt het huidige Rusland als de antithese van het eigen, postmoderne Europa. De EU ziet zich graag als een ‘normatieve macht’ die haar belangen behartigt via regelgeving – niet met militair geweld. In Brussel wordt de term ‘soevereiniteit’ gezien als een achterhaald begrip, en vormen gelijke rechten voor lesbiennes, homo- en biseksuelen en transgenders een speerpunt in het buitenlands beleid.

De Russische invasie van de Krim heeft dit Brusselse wereldbeeld aan het wankelen gebracht, met name omdat militair geweld wel degelijk relevant, ja zelfs succesvol blijkt te zijn. Bovendien wordt Poetins conservatieve houding ten aanzien van ‘niet-traditionele seksuele relaties’ binnen de EU gezien als een provocatie en de ultieme bevestiging dat dit Rusland niet tot het Westen behoort.

Deze afkeer van Poetin wordt gedeeld door strategische haviken binnen de NAVO, die in het huidige Rusland een welkome, want traditionele vijand zien. Het is moeilijk gebleken om wapenindustrieën en defensiebudgetten op peil te houden zonder concrete bedreiging van het eigen grondgebied. Cyberaanvallen, terroristische aanslagen en piraterij kunnen immers slechts ten dele met militaire middelen worden bestreden. Secretaris-generaal Stoltenberg van de NAVO roept daarom op eindelijk werk te maken van de Defense Investment Pledge, die lidstaten noopt 2 procent van het bruto nationaal product aan defensie uit te geven. De meeste NAVO-lidstaten komen deze belofte echter niet na. Poetins militaire escapades moeten hierin verandering brengen – zeker nu duidelijk is geworden dat de zelfgekozen Westerse militaire onmacht eerder provocerend dan afschrikkend werkt.

Echter, de Westerse afkeer van het huidige Rusland wordt niet gedeeld door grote delen van de wereld. Belangrijke niet-Westerse landen (waaronder Brazilië, India, China en Zuid-Afrika) blijven opzichtig neutraal in de kwesties van Oekraïne en de Krim. Kennelijk sluit de Russische machtspolitiek beter aan bij hun belevingswereld dan de moraalpolitiek van de EU en consorten.

Overigens werd Poetin wel uitgenodigd op de laatste G20-top in Australië, afgelopen november. Dat verbaast niet; de G20 wordt immers niet gedomineerd door het Westen, maar vormt een voorbode van de multipolaire wereldorde die ook Poetin voorstaat. Tijdens deze G20-top werd Poetin overigens openlijk en fel bekritiseerd.

Kritiek op Rusland blijft terecht. Maar door Poetin te isoleren speelt het Westen het anti-Westerse beleid van het Kremlin slechts in de kaart. Poetin kan elke economische tegenslag nu wijten aan de aanhoudende Westerse sancties. Sancties die, vooral in de energiesector, de samenwerking tussen Rusland en China consolideren, waardoor de Westerse invloed op Rusland verder afneemt. De EU heeft bovendien vorig jaar de onderhandelingen over het ‘visa-vrij’ reizen van Russische burgers opgeschort. Dat versterkt het claustrofobische nationalisme binnen Rusland.

De huidige Westerse strategie ten aanzien van Rusland is dan ook gedoemd te mislukken. Poetin zit vaster in het zadel dan ooit; 86 procent van de Russen steunt hem, blijkt uit een recente opiniepeiling. Bovendien is er geen enkele indicatie dat zijn opvolger (wie dat ook moge zijn) een pro-Europees beleid zal voeren.

Rusland is niet als Noord-Korea; het is geen marginale paria die het Westen kan isoleren en negeren. Rusland is al nauw betrokken bij diverse onderhandelingen over Oost-Oekraïne (in de Minsk Contact Groep, die bestaat uit Rusland, Oekraïne en de OVSE) en in het Normandië Kwartet (Rusland, Oekraïne, Frankrijk en Duitsland).

De smetvrees van de G7 ten aanzien van Poetin is daarom misplaatste symboolpolitiek, bedoeld voor de eigen bühne. Het Westen zal Rusland in de nabije toekomst nodig hebben om belangrijke veiligheidsproblemen als een nucleair Iran en de opmars van Islamitische Staat (IS) gezamenlijk het hoofd te bieden. Daarom moeten de G7-leiders Poetins Rusland aanvaarden zoals het is. En moeten ze beseffen dat er in de naderende post-Westerse wereldorde zaken gedaan moeten worden met onappetijtelijke regimes – of we dit nu leuk vinden of niet.