Frauderen met subsidies blijkt kinderspel

Het Openbaar Ministerie slaat alarm over het gemak waarmee er valt te frauderen met overheidssubsidies. ‘Handige’ jongens kunnen zonder noemenswaardige problemen hun slag slaan.

Als taxibedrijf Prestige klanten in de regio Utrecht met elektrische taxi’s wil vervoeren, trekt het ministerie van Economische Zaken zonder morren de portemonnee. Het taxibedrijf krijgt in 2011 een subsidie van 2 miljoen euro.

Maar de subsidie is nog niet uitgekeerd of de kwesties stapelen zich op. De elektrische auto’s blijken niet ver genoeg te kunnen rijden, klanten blijven weg, er zijn problemen met het plaatsen van de laadpalen en de software werkt niet goed. Het lijkt overmacht en het ministerie blijft lang in Prestige geloven. Er ontstaat pas argwaan als de handtekening van de accountant uitblijft. Maar dan is het geld al weg en de administratie onvindbaar.

Het ministerie had misschien beter kunnen opletten. Op het adres van het taxibedrijf in Nieuwegein wisselden taxibedrijven al jaren regelmatig van naam en eigenaar. Zodra er problemen ontstonden bleek de echte eigenaar verdwenen en zat er telkens weer eenzelfde stroman – een zeventiger zonder inkomen. Bij hem viel niets te halen.

De gebrekkige controle bij het taxibedrijf is geen uitzondering, blijkt uit een vertrouwelijke ‘fenomeenanalyse’ van het Openbaar Ministerie. Frauderen met rijkssubsidies blijkt kinderspel, terwijl er gigantische bedragen door ministeries worden verstrekt. Jaarlijks gaat het om bijna 6 miljard euro aan subsidies die vanuit de centrale overheid worden overgemaakt. Een bedrag waarmee je met gemak een middelgrote bank redt, of een landelijke pakketdienst overneemt.

Ambtenaren gaan nauwelijks na aan wie ze de vaak grote bedragen overmaken. Ze „maken beperkt gebruik van openbare bronnen” zo staat in het rapport. Van de mogelijkheid om anderen dit dan wel nader te laten onderzoeken, maken ze evenmin gebruik. Zo is er bij het hiervoor speciaal toegeruste Bureau BIBOB „tot op heden geen enkele adviesaanvraag binnen gekomen met betrekking tot een subsidieaanvraag”.

Bang voor schadeclaims

Hoe dat komt? Ambtenaren denken dat het niet kan, dat de wet het niet toe staat om een aanvrager te ‘discrimineren’ wegens een juridisch verleden. Maar die opvatting is onjuist: het screenen van subsidieaanvragers mag, het gebeurt alleen niet. Mogelijk zijn ambtenaren bang voor een schadeclaim bij het afwijzen van een aanvraag, stelt het rapport.

Een tweede reden waarom subsidiefraude eenvoudig is: de overheid heeft haar computersystemen niet op orde. Als iemand subsidie aanvraagt bij verschillende ministeries, weten die dat niet van elkaar. Sterker: ook afdelingen binnen één ministerie weten vaak niet van elkaar aan wie ze subsidie verstrekken. Dus als een fraudeur bij de ene ambtenaar bot vangt, kan hij een nieuwe poging wagen bij diens collega die over een andere subsidieregeling gaat. Alleen al het ministerie van Economische Zaken had in 2013 180 verschillende subsidieregelingen.

Er is vaker kritiek op de beperkte controle van het rijk op subsidiestromen. De Algemene Rekenkamer waarschuwt er al tijden voor. En uit een onderzoek van informatiebedrijf Graydon bleek vorig jaar dat met 183 bedrijven die in 2010 rijkssubsidie kregen wel iets aan de hand was. Ze waren betrokken bij fraude, deponeerden hun jaarrekeningen niet, stonden onder leiding van bestuurders met een strafblad of ze bestonden slechts op papier.

Handige jongens

Fysieke controles vinden nauwelijks plaats, constateren de opsporingsdiensten. Zo had in de taxizaak één bezoekje aan het bedrijventerrein in Nieuwegein waar al die bedrijven stonden ingeschreven, wellicht al duidelijk gemaakt dat er iets niet in de haak was. In plaats daarvan vertrouwen ministeries op ‘administratieve controles’, maar die geven geen goed beeld, stelt het rapport.

En zo kan het dat subsidiefraude achteraf „relatief eenvoudig vast te stellen is”. En dat een handige jongen zonder noemenswaardige problemen zijn slag kan slaan. Vaak is het wijzigen van een datum, het opgeven van een andere bankrekening of het herhaaldelijk aanvragen van dezelfde subsidie voor hetzelfde project, genoeg.

Alleen de domste fraudeurs vallen door de mand. „De ontdekking van subsidiefraude is doorgaans het gevolg van slordigheden (inconsistentie) van fraudeurs”, stelt het rapport. Vaak is het zelfs dan niet de overheid die alarm slaat, maar zijn het andere benadeelde partijen die aangifte doen. En na een eventuele ontdekking van de allersimpelste fraude, is er nog een andere kwestie: wie gaat er eigenlijk over de aanpak van subsidiefraude?

Sinds 2006 zijn in totaal 61 aangiften gedaan, waarvan er twaalf door een opsporingsdienst zijn opgepakt. Dat is niet veel. Dat komt onder meer omdat bij de opsporingsdiensten niet altijd duidelijk is wie er nou over gaat. Soms speelt mee dat zaken te klein of te oud zijn. De ministeries kunnen fraudeurs zelf ook bestuursrechtelijk aanpakken. Maar daarvoor hebben ze weinig capaciteit.

Het is niet voor het eerst dat het OM frauderisico’s bij de overheid laat analyseren. Eerder wezen de diensten de overheid op vergelijkbare wijze op de risico’s bij het uitkeren van toeslagen. Een woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie zegt dat de Tweede Kamer in het najaar verder zal worden geïnformeerd.

Het taxibedrijf wordt wel aangepakt. Op 19 augustus vorig jaar werd voormalig eigenaar en directeur George J. van Prestige opgepakt op verdenking van het verduisteren van rijkssubsidie voor de proef met het elektrisch taxivervoer. Het onderzoek is zo goed als afgerond, laat een woordvoerder van het OM weten. De officier van justitie beslist binnenkort of de taxidirecteur strafrechtelijk vervolgd zal worden.