Een boegbeeld. Of toch niet?

Deze week maakte de wereld kennis met Caitlyn Jenner. Zo’n nieuw boegbeeld is goed voor de acceptatie van transgenders, schrijft Valentijn De Hingh. Maar juich niet te vroeg. Niet iedereen is zo knap.

Valentijn De Hingh
Valentijn De Hingh foto jouke bos

We mogen haar Caitlyn noemen. Caitlyn Jenner, winnaar van Olympisch goud in 1976 en ex-pater familias van de Kardashian-familie (een bonte verzameling veelbesproken celebrities ), bekroonde haar transitie van man naar vrouw met een foto op de cover van het Amerikaanse blad Vanity Fair, en onthulde zo na jaren van verstoppen eindelijk haar ware identiteit aan de wereld. ‘Call me Caitlyn’, luidde het onderschrift op de cover, die luttele minuten na publicatie viral ging.

Op sociale media ontstond een vloedgolf aan reacties en steunbetuigingen. Voor velen binnen de transgendergemeenschap voelde dit als een antwoord op hun jarenlange strijd voor acceptatie en erkenning.

Dat is ooit anders geweest. Drie weken geleden nog verzorgde ik het openingswoord tijdens de uitreiking van de LHBT-innovatieprijs 2015 in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. In mijn speech sprak ik over een van de belangrijkste herinneringen uit mijn jeugd. Ik was een jaar of acht toen ik, alleen thuis, toevallig op tv een aflevering zag van Jerry Springer. De aflevering heette: ‘My Biggest Secret Revealed’. En hoewel ik daar met acht jaar nog weinig van kon maken, begreep ik dat de gasten grote geheimen te onthullen hadden aan hun geliefden.

Er verscheen een vrouw in beeld. Ze was slank, lang en heel erg knap – ik kan me nog haarfijn voor de geest halen dat ze glanzend bruin haar had, half opgestoken, met lange lokken die langs haar mooie gezicht vielen. Ze droeg een elegante, zwart satijnen jurk met spaghettibandjes, haar voeten hooggehakt in suède pumps. Haar geheim, zo bleek al gauw, was dat ze als man geboren was.

I’m a man”, zei ze tegen haar vriend, met wie ze al jaren een relatie had. Voor mij was toen al duidelijk dat deze uitspraak nogal kort door de bocht was. Ze was geen man in een jurk, maar een vrouw, geboren in een verkeerd lichaam. Ik voelde me herkend, en bewonderde haar openheid. Maar de man aan wie ze zojuist deze onthulling had gedaan, was het niet met mij eens. De ontgoochelde blik in zijn ogen veranderde in een blik die vuur spuwde. Het volgende moment duwde hij haar hardhandig van zich af, ze viel op de grond, waarna hij op haar begon in te schoppen en te slaan.

Achteraf herinner ik me het beste het publiek: dat gilde en joelde, lachte de vrouw uit tot de beveiliging van de show haar te hulp schoot. Ik voel nu nog de schaamte. Ik schaamde me echter niet voor de vrouw, die haar nu verfomfaaide lokken uit haar betraande gezicht streek. Ik schaamde me ook niet omdat ik was wat zij ook was. Ik schaamde me voor het publiek, dat schijnbaar niet beter wist dan dit.

Ik ben zelf transgender. Van mijn achtste tot mijn zeventiende werkte ik mee aan een documentaire die mijn transitie van klein jongetje naar jonge vrouw heeft vastgelegd. Het fragment dat ik zojuist beschreef, is een van de redenen geweest waarom ik er op zo’n jonge leeftijd voor koos aan de documentaire mee te doen. Natuurlijk, ik was acht, en vond het allemaal machtig interessant, die camera’s om me heen. Maar ook realiseerde ik me, door wat ik bij Jerry Springer had gezien, dat er iets moest gebeuren.

Door mijn verhaal zo open en zo eerlijk mogelijk te vertellen, zou ik dat joelende publiek misschien helpen inzien dat transgenders ook mensen zijn die respect en liefde verdienen. Misschien kon ik mijn steentje bijdragen aan de acceptatie van mijn gemeenschap. Wat wij nodig hadden, was een boegbeeld.

Caitlyn Jenner is inmiddels een boegbeeld, maar ze is niet de eerste. Laverne Cox, Janet Mock, Andreja Pejic, Geena Rocero – stuk voor stuk activisten die zich de afgelopen tijd hebben ingezet om de wereld een mooiere, betere en veiligere plek te maken voor de transgendercommunity. Allemaal boegbeelden.

Toch hadden de veelbelovende ontwikkelingen van de afgelopen jaren niemand kunnen voorbereiden op de ware aardverschuiving die Jenners cover voor Vanity Fair zou veroorzaken.

Wie had kunnen denken dat de coming-out van een prominente celebrity als transgender vrouw zoveel warme en bemoedigende reacties zou uitlokken? Wie had gedacht dat zoveel beroemdheden hun bewondering voor Caitlyn zouden uitspreken? Wie had durven dromen dat Caitlyns kersverse Twitter-account in slechts vier uur 1 miljoen volgers zou vergaren? (Ter vergelijking: dat kostte president Obama vierenhalf uur) En dat alles vanwege één foto.

Maar we moeten kritisch blijven. De vele reacties op de foto kunnen namelijk in eerste instantie positief overkomen, maar hun inhoud kan toch schadelijk zijn voor wat transgenderactivisten de afgelopen jaren hebben geprobeerd te bereiken. Veel van de positieve reacties lijken volstrekt gefocust op Jenners uiterlijk. Mensen prijzen haar voor het feit dat ze knap of mooi is, en helemaal voldoet aan het vrouwelijke schoonheidsideaal.

Nu ben ik de laatste die dat zal tegenspreken, maar toch realiseer ik me ook dat het voor iemand als Caitlyn Jenner gemakkelijker is om een vrouwelijk schoonheidsideaal te bereiken dan voor iemand anders: zij heeft hiervoor het geld en de middelen tot haar beschikking. In de VS worden de geslachtsveranderende operatie en crossgender hormoontherapie niet vergoed door de verzekering, en ook een borstvergroting moet zelf worden betaald (dit laatste is overigens ook in Nederland het geval). Dit betekent dat er velen binnen de transgendergemeenschap zijn voor wie de ingrepen die Jenner heeft kunnen ondergaan vanwege haar rijkdom en haar status, nooit beschikbaar zullen zijn.

Het blijft een trieste zaak dat er veel transmannen en -vrouwen zijn voor wie de behandelingen nooit tot de opties zullen behoren.

Bovendien stuiten transgender personen die bewust kiezen geen operaties of andere behandelingen te ondergaan vaak op onbegrip: hun identiteit als volwaardig man of vrouw wordt dan vaak niet of maar moeilijk geaccepteerd. In die zin kun je je afvragen wat de volledige acceptatie van Jenner door het publiek betekent voor de rest van de gemeenschap, als velen er nooit zo ‘goed gelukt’ uit kunnen of willen zien als zij.

Wat als er een transgender vrouw op de Vanity Fair was verschenen waarbij mannelijke trekken prominenter aanwezig waren geweest? Was haar identiteit als vrouw dan net zo min in twijfel getrokken als die van Jenner? Zouden de steunbetuigingen dan net zo heftig en massaal zijn geweest? Ik vrees van niet.

In de afgelopen week is er meer bereikt dan in een heel mensenleven mogelijk leek, maar we hebben nog een lange weg te gaan. De acceptatie en het respect die deze week zo vaak zijn uitgesproken, staan als een huis. Maar tegelijkertijd voelt de tolerantie nog fragiel en precair.

Wat in elk geval meer dan duidelijk is geworden, is dat de zichtbaarheid van de transgendergemeenschap van cruciaal belang is voor onze emancipatie. We hebben boegbeelden nodig, mensen die de kans krijgen hun verhaal op een integere en open manier te vertellen.

We moeten Caitlyn Jenner eren om haar ongelofelijke moed. Voor een transgender persoon is de transitie een intens en emotioneel proces, en om dat te doorlopen onder het toeziend oog van miljoenen mogelijke criticasters vereist een ijzeren kracht en doorzettingsvermogen.

Toch blijft de transgendergemeenschap ook na afgelopen week een groep die meer dan eens te maken zal krijgen met discriminatie, onbegrip en agressiviteit. Laten we Caitlyn Jenner dus vooral beschouwen als een stap in de goede richting. Een stap met zevenmijlslaarzen, welteverstaan, waarmee we in één keer een halve marathon afgelegd hebben, maar waarmee we het Olympisch goud nog niet gewonnen hebben.