Een beest in bed

De dikstaartgalago houdt het uren vol en de langpootmug heeft een vibrerende penis.

Foto: Inge Trienekens
Foto: Inge Trienekens

Als je wilt dat je partner een beest in bed is, bedenk dan van tevoren goed wát voor beest je wilt. Want lang niet alle dieren hebben het soort seks waar mensen blij van worden. Bioloog Menno Schilthuizen van Naturalis in Leiden weet er alles van. Hij publiceerde vorig jaar het boek Darwins Peepshow, over de enorme variatie aan genitaliën in het dierenrijk. Met welke dieren zouden mensenmannen en mensenvrouwen in bed het beste en het slechtste af zijn? „Zo had ik er nog niet over nagedacht, uiteraard”, zegt Schilthuizen aan de telefoon. Maar dat wil hij op verzoek best even doen.  

„Een heteroseksuele mensenvrouw zou plezier kunnen hebben met een dikstaartgalago als partner”, oppert hij. „Een klein Afrikaans aapje. Galago’s worden ook wel bushbaby’s genoemd, omdat ze een huilend geluid maken. Ook als ze niet paren.” En paren, dat doen ze – úrenlang. „Na de zaadlozing verdwijnt de erectie niet en gaat de copulatie door. Dat is bij trouwens heel veel apen zo.”

Ook leuk voor de vrouwtjes: een mug of een kever. „Er zijn langpootmuggen met een vibrator aan de penis. Daar kunnen ze een toon van 440 Hz mee produceren, de middelste C op een piano, en die bibbert dan waarschijnlijk door het hele achterlijf heen tijdens de paring. En veel kevermannetjes hebben aan weerszijden van de penis een soort zweepjes of trommelstokjes waarmee ze het vrouwtje tijdens de copulatie min of meer sm-achtig aaien of tikken.”

Kies als vrouw vooral geen bedwants, zegt Schilthuizen. „Daar is alle vrouwelijke keuzevrijheid tenietgedaan. Het mannetje injecteert zijn sperma dwars door de huid rechtstreeks in de buikholte en dan vindt het zelf de eitjes.” Dat wordt ‘traumatische inseminatie’ genoemd. De webloze grondspin Harpactea sadistica is nog erger: het mannetje daarvan neemt het vrouwtje in een houdgreep en prikt niet één, maar zes tot acht gaatjes in haar buik.

Misschien zijn er heteroseksuele mensenmannen die dat een leuke gedachte vinden. Nou, laat die dan maar een willekeurige andere spin als partner kiezen. „Bij veel spinnen eet het vrouwtje het mannetje op na de paring”, zegt Schilthuizen. „De zwarte weduwe is daar het bekendst om.” Bij sommige soorten spinnen heeft de dood van het mannetje zelfs enig nut; de man heeft daardoor nog enige garantie dat zijn nageslacht echt van hem is. „Bij de kogelspin Tidarren sisyphoides, bijvoorbeeld, sterft het mannetje tijdens de geslachtsdaad en blijft daarna aan haar vastzitten.” Het vrouwtje zit daarmee ‘op slot’ voor sperma van andere mannetjes. „Dus die hele dode mannetjesspin is een soort kuisheidsgordel. Het mannetje sterft weliswaar, maar wel op het moment suprême – én ze zijn nog dagenlang in de echt verbonden. Misschien vinden sommige mannen dat een aantrekkelijk idee.”

Maar ach, de mensenman kan sowieso allerlei dieren uitkiezen voor zijn genot. „Al is het is in de meeste gevallen moeilijker voor een mannetje om een vrouwtje te overtuigen seks met hem te hebben dan andersom.” Daarom doen woerden ook zo lelijk tegen vrouwtjeseenden. „Soms zie je een aantal woerden een vrouwtje achtervolgen waarna ze onder dwang met allemaal moet paren.” Niet fijn voor haar, want een woerd heeft een enorme kurkentrekkervormige penis. „Maar zij heeft dan weer een systeem van tegengestelde windingen in haar vagina, waardoor ze kan beslissen wie er naar binnen mag en wie niet.”

En zijn er dieren die harmonieuze seks hebben? „Er is altijd competitie”, zegt Schilthuizen, „als mannetjes met meerdere vrouwtjes paren of vrouwtjes met meerdere mannetjes. Harmonie verwacht je bij soorten die helemaal monogaam zijn.” En de diersoort waaraan hij dan als eerste denkt: „Termieten. Bij termieten heerst complete harmonie.” Maar helaas paren bij termieten alleen de koning en de koningin.