Don Leo

De kladderadatsch bij de FIFA beheerst de actualiteit. We zitten muurvast in een draaikolk van schandalen en afrekeningen. Straks gaat ook de UEFA aan het mes, en wat dan nog overblijft van het feest voetbal is schaamte en gekwetstheid. Kwaadaardige structuren hebben het aangename gewoel van spelers en fans overgenomen. De pretagenda’s van de voetbalsport kleuren zwart.

Nog blijft de Champions-Leaguefinale tussen Barcelona en Juventus een kraker met historische beladenheid en wordt verlangend uitgekeken naar de beeldhouwwerken van Andrea Pirlo en de abstracte schilderijtjes van Lionel Messi.

Berlijn is een mooie stad om de verwerking van het verleden af te sluiten. Juve kan de napijn van het Heizeldrama definitief van zich af spelen. Het is Buffon en de zijnen gegund, want Juventus heeft het Italiaanse voetbal een esthetische spoorslag gegeven, zij het vanuit de mandekking.

Het stoort me dat het afscheid van Leo Beenhakker in de moerasdampen van de FIFA vervlogen is tot een anekdote. Na vijftig jaar stapt Don Leo uit het voetbal. Vijftig jaar Beenhakker! Vijftig jaar amusement en cabaret en tussendoor de overweldigende schoonheid van een treurwilg. Don Leo zien lijden was een opera waard.

Terwijl hij een prachtige carrière heeft gehad met kampioenschappen voor Ajax, Real Madrid en zelfs Feyenoord. Ook nog bondscoach van Oranje en een schurkenstaat geweest. De laatste jaren werd hij als coach niet meer serieus genomen, en dat was onbarmhartig. Het lag ook aan Leo zelf, aan zijn bebaarde grapjes en bon mots. De conferencier in hem begon zich te herhalen.

Op zijn mooist was Beenhakker bij tegenwind en verraad. Wie hem dan nog wou bereiken moest eerst de Brug der Zuchten over. Met de zuchten van Leo in interviews kun je de Noordzee overspannen. Het hield niet op, dicht tegen het kermen aan. En altijd weer voltooide hij de dramatiek met getuite lippen en een vermoeide streling door zijn grijze haren. Hij ging ook languit liggen ter illustratie van de enorme vracht leed die over hem heen was gedropt. Het gesoigneerde lichaam mocht even niet rechtop blijven.

Het grootste drama van Beenhakker speelde zich af tijdens het WK 1990. Hij werd letterlijk geridiculiseerd door Gullit cum suis. Op een dag verscheen hij met een blauw oog in de perskamer. Niks ernstigs, mompelde hij droog, maar er zat geen spat leven meer in de ogen. Nooit heeft hij toegegeven dat de boycot van de internationals hem tot in het merg heeft gekwetst. Hij zocht de oorzaak van de malaise in buitenparlementaire kringen. De hetze van Gullit en Van Basten was mede georkestreerd door Rinus Michels en Johan Cruijff.

Don Leo weende uren in zijn tuinhuisje in Tienhoven, maar naar buiten uit bleef hij koketteren met de immuniteit van zijn onwankelbare optimisme. „Wie op zijn veertiende zijn vader verliest, kan alle verlatenheid aan”, zei hij eens. Zijn vader was zijn gabber.

Don Leo was even verslaafd aan de camera als aan voetbal. Dat ze hem bij de dienstdoende elftallen Clint Eastwood noemden, streelde zijn immer geföhnde ijdelheid. „Clint is een gave gozer, waarschijnlijk van binnen ook erg gevoelig.”

Beenhakker is vanuit de puinhopen van Rotterdam aan een indrukwekkende sociale opmars begonnen. Sommige momenten heeft hij aan het papier toevertrouwd. Het halve weeskind heeft over de hoogste toppen gescheerd. Ooit zei hij me dat er ook schuld en spijt is. „Het trainerschap was toch een aanslag op mijn sociale leven. Het heeft huwelijken en vriendschappen gekost. Daarom moet ik in schoonheid afscheid kunnen nemen.”

Het had mooier gekund, maar gelukkig blijven zijn zuchten intact tot de laatste snik.