De wildernis als moderne geldmachine

Wie verdwaalt op de Zuidpool of op drift is in de Golf van Bengalen zou het niet zeggen, maar Natuur is steeds meer onderdeel van de wereldwijde Cultuur. Vroeger, als jagers/verzamelaars, waren wijzelf deel van de natuur: het slimste roofdier van de beestenboel. Daarna begon de expansie.

De uitvinding van landbouw creëerde een gesloten tuin: een stuk bewerkte grond dat met alle kracht verdedigd werd tegen natuurkrachten, vraatdieren en onkruid. Temidden van wildernis zwoegden de boeren.

Maar toen – niet eens zo heel lang geleden – kwam de industriële revolutie. Nu omspant onze tuin de hele wereld. Verwachting: 9 óf 11 miljard mensen, beschrijft Marcel aan de Brugh in deze bijlage. Dat is geen goed nieuws, want de mens is geen goede rentmeester gebleken van de ecosystemen waarin hij zijn tenten opslaat. Kikkers verdwijnen, oceanen worden leeggevist, wouden omgehakt.

Het gaat met zo’n kracht dat ook natuurbeschermers grijpen naar de ultieme verdedigingslinie: wat levert die natuur ons eigenlijk op? Wat hebben we eigenlijk aan die Mookerhei? In deze bijlage gaat Hester van Santen op zoek naar de kracht van economische argumenten om de natuur te beschermen. Misschien stopt dat de expansie. Maar het is ook de ultieme opname van de natuur in de moderne geldeconomie. En vermoedelijk zonder ‘exit’.