De gloed op mannenwangen

Joyce Roodnat

Zien, horen, voelen. Velázquez. Charlie’s Angels. Far From the Madding Crowd.

Voor de tentoonstelling van Velázquez in het Grand Palais ben ik naar Parijs gereden. Ik houd van de Spaanse zeventiende-eeuwer. Van zijn begrip van fluweel en kant. Van zijn portretten van Filips IV, de melancholieke Spaanse koning met de zware kin en de weke onderlip.

En nu sta ik voor het schilderij La cena en Emaús. De maaltijd in Emmaüs. Geliefd motief uit het Nieuwe Testament: Jezus en de twee discipelen die hem niet herkennen. Hier zijn ze figuurtjes op de achtergrond, want dit doek concentreert zich op de keerzijde van de maaltijd: de keukenmeid. Een donker meisje is ze. Gekmakend goed geschilderd, want betrapt op het moment dat ze iets hóórt.

Zij herkent Jezus wel. Dit schilderij onthult hét moment van haar leven.

Naast dit doek, een bruikleen uit Dublin, hangt een tweede versie van het schilderij, in bezit van het Art Institute van Chicago. Dat ik ze hier samen kan zien, is de reis al waard.

Oppervlakkig gezien is het tweede doek hetzelfde, zij het donkerder. Weer: verstard meisje, keukengerei. La Mulata heet het. De halfbloed. Op dit doek is ze alleen. Jezus is verdwenen, die hoek van het doek is leeg.

Maar doordat ik de doeken naast elkaar zie, overvalt me de gedachte dat dit niet zomaar een keukengenrestuk is, zoals de beschrijving in de catalogus zegt, maar een religieus schilderij. Op het eerste doek heerst geluid, het meisje luistert. Op dit tweede heerst het licht: een zonnestraal strijkt langs het wit van muts en mouw. Ze staart opzij, ze voelt het. Ze wordt aangeraakt door het geloof.

Velázquez was achttien toen hij deze werken schilderde en hij deed toen al wat hij altijd is blijven doen: bewijzen wat een schilder vermag. Telkens weer stelt hij de mystieke macht van het beeld vast.

Terug in Nederland lees ik in deze krant over vier vrouwelijke Leidse hoogleraren en hun actiegroep, Athena’s Angels. Ze bestrijden seksediscriminatie in de wetenschap door die systematisch te benoemen. Ik vraag me af of hun oplossing („Getallen bijhouden en openbaar maken”) werkelijk zaligmakend is. De cijfers over de achterstand van vrouwen met een universitaire carrière zijn bekend, ze staan ook in dit artikel. En ze haalden nooit veel uit. Dus of nog meer cijfers iets oplost?

Maar nu de foto bij het artikel. Het viertal staat op een rijtje in het groen. Hand op de heup, glimlach. Blauwkousje Gaat Op Stap. Dodelijk.

Het is verbazend hoe hier de macht van het beeld onderschat is. Door een fotograaf, wiens beroep het beeld is. En door vier wijze vrouwen die notabene bezig zijn met beeldvorming.

Zou de fotograaf vier mannen-met-een-serieuze-missie zo hebben geportretteerd? Ik denk het niet. Maar zo ja, zouden die mannen zich dat hebben laten gebeuren? Haha! Fat chance!

De vrouwen, de engelen van Pallas Athena, godin van de wijsheid, poseren bereidwillig als Charlie’s Angels, de mooie politiemeiden van tv en film. Hihi! It’s only little me!

Natuurlijk is de foto een grapje. En Charlie’s Angels is hartstikke leuk. Maar het is precies verkeerd. Deze foto haalt in één klap de actiegroep van de hoogleraren onderuit.

Een beeld, een spiegelbeeld – dat is het enige houvast in de wereld van Bathseba Everdene, middelpunt van de Britse klassieke roman Far From the Madding Crowd (1874) van Thomas Hardy. Ze kijkt niet in de spiegel om haar hoed recht te zetten of haar kapsel te schikken, schrijft hij, maar om zichzelf te zien. En: „She blushed at herself, and seeing her reflection blush, blushed the more”. Woorden die schilderen – het rood dat zich verspreidt over zachte wangen. Wat een prachtig beeld.

Ik lees dit boek omdat ik me verbaasde over de film zonder prik die Thomas Vinterberg ervan maakte. Uitgerekend Vinterberg. De cineast die met de misbruikdrama’s Festen en Jagten onverbiddelijk de gemeenheid neerzette van op het oog gewone mensen.

Zijn probleem is dat in deze roman de mensen niet gemeen zijn. Ze blozen. Het tweede cruciale beeld van dit boek typeert de mannen in Far From the Madding Crowd. Weer via het rood: „Twere blush, blush, blush with me every minute of the time, when she was speaking to me”.

Vinterberg hangt zijn film op aan de gloed op harde mannenwangen, maar het beeld van de blos in de spiegel liet hij zitten. Hij wist er geen raad mee. En hoe komt dat? Doordat hij hoofdrolspeelster Carey Mulligan het jonge poesje uit laat hangen. Poesjes blozen niet. Die geven kopjes. En dat bederft hier alles.