De bange Haagse vraag is nu: gunnen ze elkaar nog wel iets?

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: de krimpende gunfactor van Rutte II en het vooruitzicht van regeren op de bluf. Ofwel: een kleine verkenning van de komende Haagse maanden.

Tekst Tom-Jan Meeus Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Het zijn rare dagen in Den Haag. Politieke leiders weten dat er overvloedig veel goed nieuws in aantocht is. De economische groei lijkt te versnellen – alles wijst erop dat de miljardenmeevallers ons om de oren gaan vliegen.

Maar denk niet dat veel leiders zin hebben in het optimisme dat hierbij hoort. Zij houden elkaar nauwlettend in de gaten: afwachtend, aarzelend, onrustig. Een enkeling stoft alvast de verkiezingskas af.

Het is de paradox van de moderne politiek. Bij een accelererende economie hoort mentale zuinigheid. Nu niet verjubelen. Bij een zwakke economie hoort de optimistische dan wel overmoedige politiek van hervormen en andere grootse afspraken. Nu doorpakken.

Je vergeet die dingen, maar toen de bedrijvigheid najaar 2012 maar bleef haperen, bouwden de leiders van VVD en PvdA hun coalitie op aanvalslust en – opmerkelijker - empathie: elkaar iets gunnen. Ik wil dat jij succes hebt, jij wilt dat ik succes heb. Het spiegelbeeld van de Grote Dikke Ik.

Inmiddels weten die politieke leiders, in coalitie en constructieve oppositie, wel zo’n beetje wat al dit gunnen (aan elkaar) en inschikken (voor de ander) ze oplevert. Zodat ze, drie jaar na de conceptie van Rutte II, en twee jaar na het ontstaan van de constructieve oppositie, nu voor de ware test van Rutte II staan: gunnen zij elkaar nog iets?

Om de onbestemdheid van dit moment te doorzien kon je, dacht ik, het beste stilstaan bij dinsdag 19 en woensdag 20 mei – omdat op die twee dagen alle ongemakken en risico’s van de komende periode in beeld kwamen.

Het begon dinsdagmiddag 19 mei, half vijf, toen in het Torentje de leiders van de constructieve oppositie (de ‘C3’: D66, CU en SGP) binnen druppelden.

De C5 zijn alleen mannen: met enige gretigheid spreken ze badinerend over elkaar. Rutte is verbaal razendsnel, Van der Staaij excelleert in de droge woordgrap. Maar toen Rutte die middag een paar keer vrolijk informeerde hoe Pechtold de concurrentie met Jesse Klaver van GroenLinks dacht aan te gaan, meenden sommigen te zien dat de D66-leider het allemaal zo lollig niet meer vond.

En in de C3 wáren ze al geërgerd. De coalitie bleef de financieel experts van deze drie fracties uitnodigen voor gesprekken over begroting of belasting, en Pechtold, Slob en Van der Staaij begrepen het even niet meer.

Wat wilde het kabinet nou? Sinds de Statenverkiezingen stond immers vast dat coalitie en C3 geen meerderheid in de Eerste Kamer meer hadden.

Daarom was dit Torentjesoverleg afgesproken. De premier en vicepremier zeiden nog altijd te geloven in de C3. Evengoed konden zij geen tegenprestaties garanderen mochten deze oppositiefracties het kabinet toezeggingen doen: daarna waren immers nog onderhandelingen met een vierde oppositiepartij vereist om de vereiste meerderheid in de senaat te bereiken.

Zo lag, voor iedereen zichtbaar, de scepsis over de C3 op tafel. En de volgende dag, woensdag 20 mei, meldde Arie Slob de premier namens de C3 wat het gevolg was: eerst per sms, later telefonisch, liet Slob Rutte weten dat de C3 de samenwerking opzegde.

Rutte II was terug bij zomer 2013, toen de coalitie de vreemdste toeren moest uithalen – weet u nog: de strandontmoeting van Pechtold met Samsom? – om overeind te blijven.

En dit was niet de enige tegenslag die dag. Daarna had Pechtold zijn bekende lunch met Asscher in restaurant De Basiliek, nabij de Kamer, waar hij dreigde met een motie van wantrouwen tegen Van Rijn. In coalitiekringen zagen ze toen pas werkelijk wat hun nieuwe wereld zonder C3 behelsde: structurele instabiliteit zonder zicht op ondersteuning.

Hoogste tijd voor topoverleg. En het was puur toeval, kreeg ik uitgelegd, maar óók dat gebeurde nog diezelfde woensdag 20 mei, tijdens een avondlijk etentje van Rutte, Zijlstra, Samsom en Asscher in Bistro de la Place op de Plaats, ook nabij het Binnenhof.

Sowieso moesten de vier nog spanningen uitpraten over de bed-bad-broodcrisis, al benadrukken ze in beide partijen dat de persoonlijke verhoudingen uitstekend blijven.

Evengoed is sinds dat etentje gebleken dat in VVD en PvdA erg verschillend wordt gedacht over de grote onderwerpen – belastinghervorming, zzp’ers, begroting 2016 – die de komende maanden op de agenda komen. Dat de kans op mislukking kortom serieus aanwezig is.

En bovendien dat de coalitie vrijwel zeker niet meer op voorhand steun in de Kamers voor haar beleid kan vergaren – zodat de voornaamste overlevingskans van Rutte II vanaf nu regeren op de bluf is. De rollende spierbal als argument.

Bovenaan de agenda staat de komende weken de eventuele hervorming van het belastingstelsel, bedoeld om arbeid goedkoper te maken en het systeem te vereenvoudigen. De coalitie stelde dit vorig jaar uit omdat de miljarden ‘smeermiddel’, nodig om negatieve inkomenseffecten af te zwakken, er niet waren. Pechtold en Buma eisten na Prinsjesdag 2014 dat deze hervorming dan dit jaar opgezet zou worden. Daarvoor is vóór de zomer een politiek akkoord vereist.

Simpel is anders. De sceptische C3 plus een vierde partij moeten ervoor gewonnen worden. Maar nog in de Statencampagne verweten Rutte en Samsom bij Pauw Pechtold dat hij te veel tegelijk wilde. En Buma kreeg van Rutte de klacht dat het CDA met ‘verantwoordelijkheidsvakantie’ zou zijn. Zo vergrootte de coalitie haar kansen op medewerking niet.

En zonder D66 en CDA is deze hervorming vrijwel onmogelijk door de senaat te loodsen. Optimisten zagen de laatste weken met plezier dat er goede contacten over de hervorming tussen Dijsselbloem en Pechtold zijn. Ook wezen zij op de redelijke houding van D66, ondanks alle ketelmuziek, in het uiteindelijke pgb-debat, deze week, met Van Rijn: geen steun aan een motie van wantrouwen.

Maar zoals Pechtold graag binnenskamers meepraat, zo ontloopt het CDA al zulke contacten nog steeds: Buma wil als oppositiepartij principieel niet bij de conceptie van regeringsvoorstellen betrokken worden.

Intussen blijft er in de coalitie veel scepsis over de ware bedoelingen van D66 en CDA. „Zij bepleiten alleen belastinghervorming in de hoop dat die mislukt”, zei een coalitiepoliticus deze week. Dan kunnen ze daarna het aftreden van het kabinet eisen, dacht hij.

Mede hierom verwachten verreweg de meeste politici, in coalitie en oppositie, dat deze belastinghervorming bijna meteen strandt zodra het kabinet, vermoedelijk over één à twee weken, met een openingsbod voor onderhandelingen met Kamerfracties komt.

Geld hoeft het probleem niet meer te zijn – er circuleren zelfs voorspellingen van meevallers in 2016 oplopend tot 7 miljard euro. De essentie is dat de VVD aarzelt over grote belastinghervormingen met de PvdA - omdat de liberalen in een volgend kabinet, met andere coalitiepartners, veel minder weg hoeven geven.

Daarom slaat de VVD deze hervorming liever helemaal over om aan te sturen op algemene belastingverlaging voor burgers en bedrijven in 2016 – zodat Prinsjesdag het beste VVD-feestje in jaren wordt.

En de vraag is natuurlijk of de verzwakte PvdA zo'n resultaat – geen vergroening, niets doen aan vermogens, etc. – zou accepteren. En de vraag zou vervolgens zijn of een dergelijke verlaging in de Eerste Kamer geaccepteerd zou worden.

Wat die laatste betreft: als de belastinghervorming mislukt, en als de coalitie daarna niet onder zichzelf bezwijkt, zal zich daar, in de senaat, aan het einde van 2015, het politieke sleutelmoment van het jaar afspelen. Durven senatoren van CDA en D66 dan een forse lastenverlaging voor burgers en bedrijven af te wijzen?

De bluf van het kabinet zou in dat stadium behoorlijk opgevoerd worden, hoorde ik deze week. Ze hebben alles al doordacht. Desnoods, begreep ik, dreigt het kabinet al die miljardenmeevallers in de staatsschuld te stoppen, en vervolgens CDA en D66 de schuld van de uitgebleven inkomensverbeteringen te geven.

Dit is de toestand in Den Haag. De economie mag herstellende zijn, in de politiek is de broodnijd hierover zo groot dat ze het herstel er desnoods voor opofferen.

Elkaar iets gunnen is voorbij. Elkaar iets misgunnen is de nieuwe mode.