Belangrijk: geloven in het eigen kunnen

Voor één op de vier werkenden draait de wereld nét te snel. In recent CBS-onderzoek zegt 23 procent van alle werkenden dat zij nieuwe kennis en vaardigheden missen die belangrijk zijn om hun werk goed te doen. De gevolgen? Slechtere prestaties, ziekte en burn-outklachten.

Wat te doen? Werkenden vinden vooral dat ze tekortschieten in technologische en organisatorische vaardigheden. Je denkt dan al gauw: wat meer geld en tijd voor scholing, dan trekken we dat weer recht.

Maar zo makkelijk komen we er niet vanaf. Er zit een addertje onder het gras. In het onderzoek gaat het namelijk niet om de daadwerkelijke vaardigheden – die kan het CBS met een enquête helemaal niet meten – maar om wat mensen over zichzelf geloven. Dat verschil is belangrijk.

Wat je gelooft over je eigen capaciteiten heeft grote invloed op je prestaties en op je welbevinden. Dat geloof noemt de fameuze Canadese psycholoog Albert Bandura ‘self-efficacy’ of 'waargenomen eigen competentie'.

Dat geloof wordt niet alleen bepaald door je werkelijke vaardigheden en kennis, maar ook door allerlei andere factoren. Een enkele slechte ervaring kan al genoeg zijn om het geloof in je eigen vaardigheden op een specifiek terrein te verliezen. Daarnaast maakt het uit of we collega’s zien slagen of falen. Wanneer een ander een bepaalde taak niet tot een goed einde brengt, vermindert dat meestal ook jouw geloof in je eigen kunnen op dat gebied. Wat mensen om je heen zeggen telt ook. Als iedereen een bepaalde nieuwe techniek ‘moeilijk’ noemt, vermindert je geloof in eigen vaardigheden. Bovendien speelt stress een rol. In de regel geldt: meer stress, minder self-efficacy.

Scholing alleen is dus onvoldoende. Het gaat ook om geloof. Scholing moet daarom gepaard gaan met succeservaringen. Daarvoor is het nodig dat mensen die iets nieuws gaan doen, beginnen met eenvoudige taken die ze goed kunnen uitvoeren. Het helpt wanneer collega’s elkaar onderling helpen en dingen voordoen. Eenvoudige stappenplannen zijn ook effectief. En daarnaast is er veel directe begeleiding en feedback nodig. Ja, dat is veel werk.

Geloof speelt ook op twee andere manieren een rol. Onderzoek laat zien dat het uitmaakt of je gelooft dat je in staat bent je te ontwikkelen. Psychologen noemen dit wel ‘mindset’. Wie gelooft dat hij eigenlijk niet in staat is om te leren, maakt zich vooral zorgen om zijn resultaten. Wie gelooft dat hij wel iets kan leren, zal zich meer richten op het leerproces en daardoor ook werkelijk vooruitgang boeken.

En, fascinerend, naast geloven in je vaardigheden en geloven in je leervermogen, telt het ook of je gelooft dat je als mens een vrije keuze hebt. Experimenten waarbij het geloof in de vrije wil wordt ontmoedigd, bijvoorbeeld door proefpersonen hierover een wetenschappelijk artikel te laten lezen, tonen aan dat de motivatie van de deelnemers voor allerlei taken daalt.

Grappig. Juist hersenwetenschappers en psychologen betwijfelen het bestaan van een vrije wil. Onderzoeker Eddy Nahmias stelde recent vast dat deze discussie de meeste anderen echter koud laat. We blijken onverminderd in de vrije wil te geloven. En voor ons werk, onze ontwikkeling en ons welbevinden is dat dus juist gunstig.

Henry Ford zei ooit: „Of je nu gelooft dat je iets kunt of niet – je hebt gelijk.” Ik geloof dat hij wel een beetje gelijk had.