‘Ah, toe, mag ik vanavond?’

In De Pornopera kreunt Hans Dagelet (70) zich naar een hoogtepunt. Bij een broodje kroket vertelt hij over zijn sekscarrière. ‘Ik zeur nog steeds om seks.’

Hijgen, korte kreetjes, langgerekte zuchten op de maat. Begeleid door harpmuziek kreunt Hans Dagelet (70) zich in drie kwartier naar zijn hoogtepunt, kort daarna gevolgd door dat van zijn medespeelster. Dan gaan de zaallichten aan, De Pornopera is afgelopen. De componist van de opera, Huba de Graaff, baseerde het libretto op de menselijke geluiden in pornofilms. Het resultaat is een liefdespel met kleren aan, een muzikaal orgasme. Vorige week ging de opera in première tijdens de Operadagen in Rotterdam, dit najaar volgt een tournee.

Dit is het raarste dat hij ooit gedaan heeft, zegt Hans Dagelet. Natuurlijk, als acteur heeft hij vaak genoeg seksscènes gespeeld in films, hij stond naakt op podia, bloot in tijdschriften. Als schrijver is hij niet vies van rauwe seksscènes. Maar niets is zo persoonlijk, zo intiem ook, als de geluiden die je maakt tijdens het vrijen. „Ineens ging ik erop letten hoe ik zelf een hoogtepunt beleef.” Het gekke is, zegt hij, dat het maken van die geluiden op zichzelf al opwindend is, ook zonder fysiek contact. „Het zet iets in gang in je lichaam. Na afloop van de voorstelling heb ik altijd vreselijk veel zin.”

We zitten op het terras in het Amsterdamse Vondelpark en de afspraak is dat we het over seks gaan hebben. Als iemand zich bloot zou durven geven, dan Hans Dagelet. Hij beschikt, gezien zijn leeftijd, vast over ruime ervaring en hij wekt de indruk dat hij een praktiserend liefhebber is. Hij vond het een uitstekend gespreksonderwerp. „Ik dacht vroeger dat ik oversekst was. Inmiddels denk ik dat ik op een schaal van 1 tot 10 een 7 ben, redelijk normaal dus. Zeventig procent van de tijd denk ik aan seks. Vanaf een score 8 kom je in de buurt van een man als Dominique Strauss-Kahn. Die denkt aan niks anders.”

We bestellen een broodje kroket en een broodje bal. Ik vraag hem naar zijn eerste keer. Hij overhandigt me een A4’tje. Hij heeft opgeschreven wat hij zich herinnert als zijn eerste seksuele handeling. Hij is 14, schrijft hij, en staat voor zijn slaapkamerraam, twee hoog. Het is nog net niet donker. Door de openstaande ramen in het huis aan de overkant ziet hij de oude vrouw die daar woont haar nachtjapon optillen om te plassen op de po. Grote, witte billen, klaterende plas. Hij krijgt er een „vreemd, maar aangenaam gevoel” van. „Er moest gehandeld worden, maar ik wist niet hoe of wat.” De zaklantaarn op zijn bureau biedt uitkomst. „Ik haalde de batterijen eruit en propte mijn lul erin.”

Niet een heel intieme ervaring, zeg ik. Nee, schudt hij. „Seks was thuis taboe.” Hij groeide op in Deventer, met een streng katholieke vader en een moeder die hij misschien één keer, per ongeluk, naakt zag. „Ik dacht dat het vrouwelijk geslachtsdeel een naar binnen gedraaide penis was.” Hij grinnikt. „Wat een verschil met hoe het nu bij mij thuis is.” Hij woont met zijn vrouw en hun twee jongste kinderen in Amsterdam. „Loop ik ’s ochtend in mijn blootje naar de wc... Zit er een wildvreemd meisje op. Vriendinnetje van een van m’n zoons.”

Maar waneer was de eerste keer met een mens? „Ik was heel laat. Ik was negentien.” Hij herinnert zich vooral een hoop geknoei en onwetendheid. „Mijn eerste vrouw heeft me pas echt ingewijd. Zij leerde me waar de clitoris zat en zo.” Hij had haar leren kennen in Arnhem, waar hij de toneelschool deed en zij de kunstacademie. Samen verhuisden ze naar Amsterdam, kregen twee dochters. Hij wrijft in zijn ogen, alsof hij beelden wil uitwissen. „De meisjes hebben veel meegekregen, te veel misschien. Ze zagen ons in bed, ons met een derde erbij, mij met een ander, hun moeder met een vreemde. En iedereen zat aan de wiet en de lsd.”

Topsport

Dat was in de jaren zeventig. Hij was begin 20, had enorm succes met zijn rol in Kees de Jongen. Zijn vader overleed, zijn moeder was al overleden toen hij achttien was. „Ineens brak ik open. Alles voelde heel groot en ruim.” En die ruimte vulde hij met seks? Hij lacht. „Mijn bijnaam was toen Hans Dageslet.” Hoe ging dat dan? „Het was een sport om iedereen te versieren. Als ik een vrouw zag die ik wilde, dan zorgde ik ervoor dat ik haar kreeg.” En dat lukte altijd? Hij knikt. „Op een keer, hier in het Vondelpark, zag ik een leuk meisje zitten in het gras. Ik liep op haar af en zei: ‘Ik heb zin om met je naar bed te gaan’. ‘Is goed’, zei ze en ging mee.” En? „We hebben seks gehad bij mij thuis, in de huiskamer. Daarna bestelden we een portie nasi en dat was het.”

Zijn huwelijk eindigde na vijftien jaar. Hij was 35 en diep ongelukkig. „Ik nam me voor om nooit meer een relatie aan te gaan. Ik had wel onenightstands, maar me binden, dat wilde ik nooit meer.” Gek, zeg ik, we zouden het over seks hebben, maar nu praten we over relaties. „Dat is niet zo gek. Seks is intimiteit. En intimiteit vind je alleen in een relatie.” Hij kreeg toch weer een relatie, met het meisje dat nu al ruim dertig jaar zijn echtgenote is. „Ze was heel mooi, dertien jaar jonger dan ik, en totaal niet geïnteresseerd in mij. Ze had vier minnaars die ik stuk voor stuk hebben moeten wegsturen, als een prins die een vierkoppige draak verslaat.” Met haar kreeg hij nog een dochter en twee zoons.

Wat maakt haar zo aantrekkelijk? „Haar autonomie. Ze heeft iets dominants, iets mannelijks. Misschien is het narcistisch en voel ik me aangetrokken tot iemand in wie ik mezelf terugzie. Ze houdt net als ik van auto’s, van hard rijden, als ik met haar tennis is het hard om hard. We gunnen elkaar geen punt.” En is seks ook een gevecht? „Seks is eerder helend. Zeker als we ruzie hebben gehad. Het geeft energie.” En verandert er iets als de leeftijd vordert? „Het libido verandert wel iets. Ik loop minder dan vroeger mijn pik achterna. Maar ik kan nog steeds zeuren om seks – Ah, toe, mag ik vanavond?” En haar vorderende leeftijd? „Ik merk geen verschil.”

Geen buitenechtelijke seks meer? „Ik heb heus weleens fantasietjes die net te ver gaan. Of ik zie een vrouw met wie ik best zou willen.” Maar? „Ik zou me schamen voor de ellende die het geeft. Ook voor mijn kinderen, mijn kleinkinderen. Ik ga niet voor een paar druppeltjes sperma zoveel op het spel zetten.” Even zwijgt hij. „Ik ben heel erg op mijn vrouw”, zegt hij. „Bijna te. Ik ben bezitterig. Jaloers. Als de dood om haar te verliezen.” Hij doet voor hoe andere mannen haar soms aanhalen, hun hand op haar been leggen, een arm om haar schouders. „Dan loop ik weg. Anders zit ik me alleen maar op te vreten. Of soms, als het laat is en ze is nog niet thuis, en ze neemt haar telefoon niet op.” Hij schudt de gedachte van zich af. „Jaloezie legt een knoop in je maag. Je gaat jezelf erom haten.

Soms, als het te erg wordt, gaat hij ervoor in therapie. „Wat dan steeds terugkomt is een scène uit mijn jeugd, ik was een jaar of 16, 17. Ik was onverwacht eerder vrij uit school, het was mooi weer, ik loop door de tuin naar de achterdeur. Ik zie een vriend van mijn vader, een blinde fabrieksdirecteur, op zijn knieën op de keukenvloer met de onderbroek van mijn moeder in zijn handen. Mijn moeder leunt tegen het aanrecht, en probeert haar onderbroek omhoog te trekken terwijl ze zegt: ‘Nu niet, Hans is thuis’. Langzaam begon me te dagen wat daar gebeurde. Ik was zo kwaad op die man.” Niet op zijn moeder? „Nee. Misschien was dat omdat ze toen al ziek was. Ze had borstkanker. Maar over ziekte werd niet gepraat. Een borst was afgezet, maar ze vertelde iedereen dat ze voor haar spataderen in het ziekenhuis was geweest. Ze deed zelfs een verband om haar been om anderen op een dwaalspoor te brengen.”

Hij voelde zich verraden door zijn moeder? „Wat ik gezien had, was zó onvoorstelbaar. Seks en ziekte bestonden niet bij ons thuis. Daar paste dit niet bij.” Wist vader Dagelet ervan? „Ik heb hem toen hij ’s avonds thuiskwam, verteld wat ik gezien had. Hij zei niks en is er nooit meer op teruggekomen.” Hij denkt na, roert in zijn cappuccino. „Jaloezie is een vorm van verlatingsangst, denk ik. Esther lijkt qua karakter op mijn moeder. Misschien ben ik het bangst voor wat ik ook het aantrekkelijkst aan haar vind: haar autonomie. Ik héb haar niet.”

Eens kijken: we hebben het gehad over trouw en overspel, onenightstands, en seks op oudere leeftijd. Snel lopen we nog wat onderwerpen af. Wat hij aantrekkelijk vindt aan een vrouw. „Eerder een leren jack dan een mantelpakje.” En verder? „Billen. Borsten interesseren me niet.” Heb ik een fetisj?, vraagt Hans Dagelet zichzelf. „Nee, ik geloof het niet. Of nou, misschien heb ik iets met voeten.” Hij herinnert zich een opmerking van Frans Molenaar, de modeontwerper die onlangs is overleden. „Ik had slippers aan. ‘Mooie voeten’, zegt hij tegen me. Toen realiseerde ik me dat hij hetzelfde had als ik, maar dan natuurlijk met mannenvoeten.” Heeft hij zelf weleens iets met een man...? „Op de toneelschool was een oudere man die zich om me bekommerde. We gingen samen op vakantie naar Griekenland. Ik vond het prima als hij aan me zat. Maar of dat echt homoseksueel was.. ik weet het niet. Voor mij was hij een vriend.” Zijn er nog taboes? Even nadenken. „Ik ken veel relaties waarbinnen niks meer gebeurt. Bekennen dat je géén seks hebt, dat is pas een taboe.”