‘Aan de top was ik niet op mijn plek’

Leonie Vogels (60) is psycholoog en richt zich op het levenseinde: goed sterven en een waardig afscheid.

Foto Maurice Boyer
Foto Maurice Boyer

Besef

„Op mijn 42ste had ik bereikt wat ik wilde bereiken. Ik gaf leiding aan een thuiszorgorganisatie met drieduizend medewerkers, maar was niet gelukkig. Ik ben een inhoudelijk manager en een people manager, maar moest steeds strategischer gaan denken. Aan de top was ik niet op mijn plek, dat was een heftige conclusie. De jaren daarna heb ik erg geworsteld met mijn ambitie. Ik heb veel energie, periodiek behoefte aan iets nieuws. Van een zijstap naar de verpleeghuiszorg werd ik nog ongelukkiger, daar waren de regels van het instituut belangrijker dan het individu. Ik had juist behoefte aan menselijk contact.”

Invulling

„Na een periode bij een innovatief reïntegratiebedrijf heb ik het in 2005 aangedurfd het management los te laten en coach te worden. Tot mijn geluk kon ik voor Van Ede & Partners werken. Daar stimuleren we mensen om in onzekerheid te stappen, niet te zoeken naar een baan, maar naar een bestemming. Dan duurt het langer voor mensen weer aan het werk zijn, maar het resultaat is duurzamer. Eigenlijk het proces waar ik zelf doorheen was gegaan. Die moeilijke jaren kregen opeens betekenis. Zeker managers kon ik goed helpen, ik begreep hun sandwichpositie met een directie boven en personeel onder zich.”

Aansporing

„Een training die ik veel heb gegeven is Vrouwelijk Leiderschap. Of beter: omgaan met een masculiene cultuur. Vrouwen willen overleg, mannen richten zich op hiërarchie. Een fundamenteel verschil. Ook hier heb ik zelf mee geworsteld en fouten in gemaakt. Ik vond het moeilijk de inhoud los te laten en het krachtenspel te spelen en miste dan soms mijn doel. Als je beter doorhebt hoe het spel gespeeld wordt kun je meer bereiken. Heb je een goed idee? Richt je tot de baas, niet de formele, maar de informele. Ik zou liever een cultuuromslag zien, ben voor een vrouwenquotum, maar laten we daar vooral niet op wachten.”

Loslaten

„Ik had nooit het diepe verlangen naar een kind, bovendien voelde het in de jaren zeventig alsof kinderen en een carrière niet samengingen. Op mijn 46ste dacht ik opeens: shit, is het leven niet toch bestemd om jezelf door te geven? Mijn huisarts zei: ‘Het kan nog.’ Maar ik vond mezelf echt te oud. In die tijd raakte vrienden zwanger. Acht jaar lang hebben mijn man en ik elke woensdag opgepast. Dat heeft me veel gebracht. Ik ben oma zonder moeder te zijn. In de psychologie noem je dat heling. Dat je een gevoel, pijn of gemis, een goede wending kunt geven. Nu is het helemaal oké.”

Bezieling

„Mijn opa was 83 toen hij darmkanker kreeg. Hij wilde niet afhankelijk zijn en pleegde zelfmoord, ik noem het zelfeuthanasie. Ik was zeventien en dacht: dat doe je goed. Als het lijden groot is, waarom zou je blijven? Bij mijn vader werd op zijn 60ste longkanker geconstateerd. Hij heeft zich niet laten behandelen, ook dat vond ik moedig. Hij sprak op het laatst over zijn leven, in tegenstelling tot mijn moeder. Zij zweeg, dat vond ik moeilijk. Een jaar of drie geleden had ik behoefte aan een laatste carrièrestap. Een collega zei: ‘In het gemis vind je je inspiratie.’ Toen viel me in: het levenseinde is mijn thema.”

Invulling

„Ik ben voorzitter geworden van de Stichting Humanistische uitvaartbegeleiders en ik begeleid de intervisie van artsen en verpleegkundigen bij de Levenseindekliniek. Recent heb ik samen met een arts en een ervaringsdeskundige de training Gesprekken over leven met de dood voor medici ontwikkeld. Artsen zijn geneigd na een diagnose meteen in de behandelmodus te schieten, zonder met de patiënt over de naderende dood te praten. Terwijl patiënten een behandeling soms betitelen als gestolen tijd. Volgens mij mijden artsen het gesprek omdat ze zelf bang zijn voor de dood.”

Doel

„Het voelt goed zo dichtbij met de dood bezig te zijn. Het gaat om zulke wezenlijke zaken. Iedereen verdient een mooi sterfbed en een waardig afscheid. Ik geloof echt dat goed sterven helpt bij het loslaten en bijdraagt aan een goed leven voor de nabestaanden. Praat voordat je gaat. Zoals Denker des Vaderlands René Gude ons liet zien, gaat het uiteindelijk om het contact met familie, vrienden, anderen. Dat is de zin van het leven, niet die bucketlist van dingen die je nog wil doen. In die zin geeft dit werk ook betekenis aan mijn leven en aan de dood van mijn opa en vader. Dit is mijn bestemming.”