Yannick laat Philadelphians vlammen

Yannick Nézet-Séguin, de energieke chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch die rap afstevent op wereldsterrendom, heeft nóg een orkest: sinds 2012 is hij ook chef van het Philadelphia Orchestra. Daarmee deed Yannick gisteren het Concertgebouw aan, waar verschillende Rotterdamse collega’s kwamen luisteren. Het Philadelphia Orchestra, een van de traditionele Amerikaanse ‘Big Five’ maar begin deze eeuw wat weggezakt, bleek een erg goed, veelzijdig orkest, gedomineerd door een donkere strijkersklank en met voortreffelijke, juist heldere solisten onder de houtblazers.

Op hun wereldtournee hebben de Philadelphians twee stukken mee die speciaal voor hen zijn geschreven. Rachmaninovs grillige, toegankelijk-modernistische Derde symfonie is kernrepertoire waarin het orkest excelleert. Nico Muhly’s nieuwe Mixed messages is een eclectisch, om niet te zeggen kakelbont geheel dat zichzelf voortdurend in de rede valt: het ene moment luister je naar romantische filmmuziek en het volgende krast er een dissonante koperfanfare doorheen. Muhly heeft de tegenstrijdige signalen in onze communicatie willen vangen, maar zijn sterke effecten en onderhoudende oppervlakte missen het onderliggende bindweefsel dat Rachmaninovs heerlijke allegaartje bijeenhoudt. In beide stukken etaleerde Yannick zijn formidabele vermogen ook ongelijksoortige bouwstenen tot een naturel vloeiend muziekverhaal te smeden.

Lisa Batiashvili was de droomsoliste in Sjostakovitsj’ Eerste vioolconcert. Haar onthechte toon gaf de Nocturne de juiste etherische zwaarmoedigheid en verschoot in de cadenza spectaculair van vederlicht naar vlammend. Het Scherzo, het soort dubbelzinnige diabolische dans waar Sjostakovitsj patent op heeft, werd zo vlijmscherp stuiterend gespeeld dat het publiek halverwege het stuk al applaudisseerde.