We hebben het naderend onheil aan onszelf te danken

In een nieuwe essaybundel confronteert de Kroatische schrijfster je met de gevaren die Europa nu bedreigen en waarvoor velen zich blind houden.

EPA
EPA

In november 2012 werden de Kroatische generaals Gotovina en Markac door het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag met drie tegen twee stemmen vrijgesproken. Ze hadden jarenlang in voorarrest gezeten, op verdenking van medeplichtigheid aan etnische zuiveringen in 1995. Zo’n tweehonderdvijftigduizend Serviërs werden toen uit Kroatië verdreven. Zeshonderd van hen kwamen om.

Servië was woedend over die vrijlating. De betrekkingen met Kroatië verslechterden nu zo snel dat sommigen vreesden voor een nieuwe oorlog tussen beide landen. Die angst werd extra gevoed doordat beide generaals bij hun terugkeer in Zagreb als helden werden onthaald door een uitzinnige menigte. Het was ‘een orgie van nationalisme’, schrijft Dubravka Ugresic vol afschuw in haar nieuwe essaybundel Europa in sepia.

Aan de hand van die massahysterie fileert de Kroatische schrijfster de nationale hypocrisie en geschiedvervalsing in Kroatië, dat ze een land van bedriegers noemt. Daarna zoomt ze uit naar de rest van Europa dat zich in een even ernstige identiteitscrisis bevindt. Ze versterkt haar betoog in een ander essay door in een felle cultuurkritiek aan te tonen dat de moderne mens door zijn ongebreidelde consumentisme zijn wezenlijke ik is kwijtgeraakt en in één grote exhibitionistische, banale Big-Brothermaatschappij leeft. Facebook, Whatsapp en Twitter hebben ieder normaal gesprek verdrongen. Mensen slaan voor zichzelf op de vlucht; het ‘eigen, authentieke ik’ is verworden tot iets saais. Niet voor niets schrijft Ugresic elders ‘Het totalitarisme is dood, leve de totalitaire vrijheid’, als ze wil aantonen dat regeringen alles kunnen doen met burgers die zich alleen maar voor zichzelf interesseren en niet voor de maatschappij waarin ze leven.

Kritiek

Ugresic, die in 1993 Kroatië verliet omdat ze vanwege haar kritische uitlatingen tijdens de Joegoslavië-oorlog voor verraadster werd uitgemaakt, confronteert je voortdurend met die gevaarlijke combinatie van nationalisme en totalitaire vrijheid. Haar vergrootglas legt ze daartoe eerst op Kroatië, dat ze het beste kent. Zo laat ze zien hoe ongemerkt de geschiedenis er wordt vervalst doordat alles wat in Kroatië Servisch was uit het dagelijks bestaan is weggesneden. Zowel het fascistische verleden van Kroatië in de Tweede Wereldoorlog als de Kroatische oorlogsmisdaden in de Joegoslavië-oorlog zijn aldus uitgewist.

De essays van Ugresic zijn voor West-Europeanen extra confronterend, omdat ze ons wijzen op onze desinteresse voor wat er de afgelopen vijfentwintig jaar in Oost-Europa is gebeurd. De MH17 moest worden neergehaald om een einde aan die blindheid te maken.

Zelf weet ze wel beter. Europa is in haar ogen ‘onverbeterlijk tribaal’ en bovendien goed ‘in wereldoorlogen getraind’. Het gevaar voor een derde mondiaal conflict ligt dan ook op de loer, zie de confrontatie tussen Rusland en het Westen in Oekraïne .

Archeoloog

Ugresic, die sinds haar vertrek uit Kroatië in Nederland woont, ziet zichzelf als een ‘archeoloog van het Joegoslavische dagelijkse leven’. Het kwam haar voor haar emigratie te staan op een beschuldiging van ‘joegonostalgie’, oftewel ‘politieke sabotage van de nieuwe Kroatische staat’. In de Kroatische media werd ze in alle denkbare varianten voor rotte vis uitgemaakt. De journalisten die dat tijdens de Joegoslavië-oorlog deden, zitten nog altijd op hun plaatsen en doen tegenwoordig alsof ze van niets weten. Voor de haat die ze tijdens de Joegoslavië-oorlog zaaiden, hebben ze nooit een prijs hoeven te betalen. Zoiets zorgt er nog meer voor dat een eerlijke omgang met het verleden in voormalig Joegoslavië voorlopig onmogelijk is. Want daarvoor moet je in de eerste plaats gezond historisch onderzoek kunnen doen en het Joegoslavische socialisme begrijpen.

Het gaat de leiders in Oost-Europa en op de Balkan er volgens Ugresic alleen maar om dat iedereen het huidige bestaan onvoorwaardelijk accepteert. Hierdoor kan het roofkapitalisme, net als in Rusland, straffeloos zijn gang gaan. Het brengt haar tot de conclusie dat de Slaven nooit ambities hebben gehad en apathisch zijn.

Leidraad voor Ugresic in Europa in sepia is niet voor niets de Russische schrijver Joeri Oljesja, die in zijn roman Afgunst over zijn antiheld schrijft: ‘Net als Kavalerov bieden we nauwelijks weerstand, en ons laatste verzet is spoedig voorbij. We zijn omkoopbaar en daarom neemt onze verbittering met de dag toe.’ Het brengt haar tot een bittere conclusie:‘We staan aan het einde van een tijdperk, maar zijn blind voor de tekenen van het tijdperk dat nadert.’ Het zijn verontrustende, maar rake woorden, die ieder verstandig mens wakker zouden moeten schudden. Alleen daarom al zouden deze essays voor iedereen verplichte kost moeten zijn.